Wetsvoorstel Geluidsproductieplafonds naar de Tweede Kamer

Ministerie van VROM, 14 december 2009

Het westvoorstel voor geluidsproductieplafonds voor rijksinfrastructuur ligt bij de Tweede Kamer. De geluidsproductieplafonds worden ingevoegd als hoofdstuk 11 in de Wet milieubeheer.

In een brief aan zowel de Tweede als de Eerste Kamer informeert Minister Cramer de kamerleden en senatoren mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat over het wetsvoorstel.

onvoldoende bescherming tegen autonome groei

Het wetsvoorstel tot wijziging vormt volgens de Minister een belangrijke stap in het proces om te komen tot een fundamentele wijziging van de geluidregelgeving. De afgelopen jaren (redactie: sinds het advies van de Commissie Ringeling uit 1992) is duidelijk geworden dat de huidige Wet geluidhinder onvoldoende bescherming biedt tegen de gevolgen van de autonome groei van het verkeer.

De groei van het wegverkeer die plaatsvindt zonder aanpassing van de infrastructuur blijft ongemoeid. Dit leidt tot onbeheerste (niet aan regels gebonden) toenames van de geluidsbelasting op omliggende woningen. Het doel van de herziening van de geluidregelgeving is om aan deze onbeheerste groei een einde te maken en tegelijkertijd een substantiële vereenvoudiging van de regelgeving te bereiken.

In vervolg hierop wordt een wetsvoorstel voorbereid voor de provinciale en gemeentelijke infrastructuur en een voorstel voor een aanpassing van het onderdeel industrielawaai van de Wgh (Swung 2). Swung staat voor: Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid. 

Inhoud Swung 1

Het nieuwe systeem dat het wetsvoorstel omvat berust op drie pijlers:

  1. het beheersen van de geluidsbelastingen (het voorkomen van verdere onbeheerste groei),
  2. het reduceren van hoge geluidsbelastingen en
  3. de versterkte inzet van bronmaatregelen.

Elke pijler kent zijn eigen instrumenten. Voor de beheersing van de geluidsbelastingen worden geluidproductieplafonds als instrument ingevoerd (de “plafondsystematiek”). Hoge geluidsbelastingen zullen worden aangepakt met een omvangrijke saneringsoperatie. In het kader van de versterkte inzet van bronmaatregelen zullen onder meer eisen gaan gelden voor de minimum akoestische kwaliteit bij aanleg of aanpassing van een weg of spoorweg.

vaststelling geluidproductieplafonds

De geluidproductieplafonds geven de geluidproductie aan die een weg of spoorweg maximaal mag voortbrengen op aan weerszijden van de weg of spoorweg gelegen punten (referentiepunten), en moeten – behoudens een besluit tot verhoging of verlaging - permanent worden nageleefd. De eerste vaststelling van de plafonds bij bestaande en geprojecteerde infrastructuur zal van rechtswege plaatsvinden. Vaststelling van plafonds voor nog te projecteren infrastructuur en wijziging van plafonds zal bij besluit plaatsvinden. De geluidproductieplafonds van rechtswege zullen in het algemeen zijn gelegen op het niveau van de heersende waarde plus een zogenaamde ‘werkruimte’ van 1,5 dB. Door deze werkruimte is het voor de beheerder van de weg of spoorweg mogelijk om in een situatie met structurele groei tijdig geluidbeperkende maatregelen te kunnen voorbereiden, voordat een plafond zou worden overschreden. Daarnaast is deze ‘werkruimte’ noodzakelijk om normale fluctuaties die van jaar tot jaar optreden toe te laten.

De werkruimte is gekoppeld aan een verplichting voor de beheerder om zo nodig tijdig geluidbeperkende maatregelen voor te bereiden en te treffen die een overschrijding van de geluidproductieplafonds voorkomen, en de geluidproductie veelal zullen reduceren tot een niveau dat onder de heersende waarde ten tijde van de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel ligt. Dit leidt ertoe dat over lange tijd bezien de geluidproductie in het referentiepunt gemiddeld genomen ongeveer gelijk blijft aan de heersende waarde bij invoering van de wet. Een omvangrijke saneringsoperatie, gebaseerd op de rijksdoelstellingen voor geluid zoals neergelegd in de Nota Mobiliteit, en waarin de bestaande saneringsoperatie op grond van de Wet geluidhinder zal worden geïntegreerd, zal bijdragen aan de reductie van bestaande, hoge geluidsbelastingen die in eerste instantie door de vaststelling van geluidproductieplafonds zouden worden gelegaliseerd. Hierin zal tevens extra aandacht worden geschonken aan een aantal specifieke situaties waarin de geluidsbelasting sinds het inwerkingtreden van de Wet geluidhinder relatief sterk is gestegen. Deze operatie, waarvan de afronding is voorzien voor 2020, zal er toe leiden dat de geluidproductieplafonds ter hoogte van locaties met bestaande hoge geluidsbelastingen na het uitvoeren van de sanering worden verlaagd.

invoeringswet

Inwerkingtreding van het wetsvoorstel zal gepaard gaan met een Invoeringswet. In die wet zal de aanpassing van andere onderdelen van de Wet milieubeheer, van de Wet geluidhinder en van andere wetten aan de invoering van de plafondsystematiek voor de rijksinfrastructuur worden geregeld. Ook zal de saneringsoperatie in de Invoeringswet worden geregeld, en zal overgangsrecht worden opgenomen met betrekking tot het voltooien van lopende procedures op grond van het huidige recht.

De nieuwe regels komen, wat de rijksinfrastructuur betreft, in de plaats van de huidige regels omtrent de aanleg en reconstructie van een weg en de aanleg of wijziging van een spoorweg. Zij hebben geen betrekking op de bouw van geluidsgevoelige objecten langs wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds. Daarop blijven vooralsnog de bestaande regels van de Wet geluidhinder, met enkele noodzakelijke aanpassingen, van toepassing. Ook op decentraal beheerde wegen en spoorwegen blijft de Wet geluidhinder van toepassing. Deze onderwerpen zullen onderdeel uitmaken van de volgende stap in de herziening van de geluidregelgeving, “Swung 2”, maar Swung 1 kan daarop vooruitlopend zelfstandig werken.

sanering

Naast het voorkomen van nieuwe situaties met teveel geluidhinder is het, met het oog op de belangrijke negatieve gezondheidseffecten, van groot belang om bestaande knelpuntsituaties te saneren. Voor het verbeteren van dergelijke bestaande situaties met teveel geluidhinder heeft het Rijk al sinds de jaren tachtig een subsidieregeling. Deze wordt verzorgd door het Ministerie van VROM en regelt de financiering van geluidmaatregelen voor situaties bij wegen of spoorwegen waarin de geluidbelastingen ten tijde van de inwerkingtreding van de Wet geluidhinder al te hoog waren. Bij wijzigingen van rijkswegen en spoorwegen voert het Ministerie van VenW de sanering uit.

Deze bestaande sanering voorziet echter niet in een aanpak van nieuwe geluidknelpunten die na invoering van de Wet geluidhinder door verkeersgroei zijn ontstaan. Dus ook na de uitvoering van de lopende sanering zullen er ongewenste situaties resteren. Het besef dat de bestaande saneringsoperatie niet volledig is en niet snel genoeg verloopt, heeft ertoe geleid dat voor rijkswegen en hoofdspoorwegen in de Nota Mobiliteit een aanvullende doelstelling voor geluidreductie is vastgelegd. Daarvoor is een budget van 650 miljoen euro gereserveerd, hetgeen deel uitmaakt van de begroting van VenW. Bij de bepaling van de omvang van het benodigde budget voor deze NoMo-sanering is rekening gehouden met het positieve effect van bronbeleid op het aantal saneringsgevallen.

Hiermee ontstaan 2 saneringsoperaties, van de ministeries van VROM en van VenW. Met het oog op een efficiënte uitvoering van de sanering voor de rijkswegen en de hoofdspoorwegen is besloten de saneringsinspanningen van VROM en VenW samen te voegen tot één saneringsoperatie van het Rijk. Het ministerie van VenW wordt belast met de uitvoering daarvan.

De saneringsoperatie loopt van 2011 tot 2020 en is budgetgestuurd met een evaluatie in 2016. Hiermee wordt bedoeld dat de uitgaven voor de saneringsoperatie het budget, dat hiervoor is gereserveerd op de begrotingen van Verkeer en Waterstaat en VROM, niet kunnen overstijgen. In totaal is voor de sanering langs de rijksinfrastructuur een budget van 941 miljoen euro gereserveerd. Daarmee zijn de kosten van de saneringsoperatie van Swung-1 financieel volledig gedekt. De overige kosten die voortvloeien uit Swung-1 zoals die thans worden verwacht, zijn lager dan de kosten verbonden aan de uitvoering van de bestaande geluidregelgeving. Bij de saneringsoperatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Een drempelwaarde van 70 dB voor spoor en 65 dB voor rijkswegen.
  • Een streefwaarde van 65 dB voor spoor en 60 dB voor rijkswegen.
  • Alle woningen boven de drempelwaarde komen in aanmerking voor opname in het saneringsprogramma.
  • Naast alle woningen boven de drempelwaarde komen de woningen van de eindmelding van de bestaande sanering ook voor maatregelen in aanmerking als hun geluidbelasting de streefwaarde te boven gaat en er niet eerder al gesaneerd is.
  • De noodzaak voor sanering wordt beoordeeld op basis van het van rechtswege ingevoerde geluidproductieplafond (in het algemeen heersende waarde + 1,5 dB).
  • Enkele nader te bepalen recent uitgevoerde infraprojecten worden uitgesloten (dit zijn de projecten waarvoor vrijwel zeker is dat er ook geen saneringssituaties resteren na afronding van het project).
  • De interactie met het plafond:
    • Na sanering wordt het plafond aangepast in overeenstemming met de getroffen geluidmaatregelen.
    • Bij wijziging van een plafond om meer groei van verkeer mogelijk te maken moet gekoppeld met het wegproject gesaneerd worden.

Naast de bovenstaande saneringssituaties zijn er met name bij rijkswegen gevallen waar sinds de inwerkingtreding van de Wgh de geluidbelasting zeer sterk is gegroeid, zonder dat er maatregelen zijn getroffen omdat er geen sprake is geweest van een fysieke aanpassing van de weg. De ergste gevallen hiervan worden bij de saneringsoperatie meegenomen. Wegvakken waarbij er sprake is van woningen die meer dan 5 dB groei van het geluidniveau (t.o.v. 1986) hebben ondervonden komen voor sanering in aanmerking. Voor spoor speelt deze problematiek nagenoeg niet en wordt nog bekeken of extra maatregelen vanuit de saneringsoperatie wenselijk zijn.

De invoeringswet waarmee de uitgangspunten van de sanering worden vastgelegd, is thans in voorbereiding. Ik verwacht dat deze in 2010 ter behandeling aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden.

doelmatigheidscriterium

Belangrijk element van zowel de wet Swung als de invoeringswet wordt gevormd door het doelmatigheidscriterium. Met behulp van dat criterium zal bij instelling van nieuwe plafonds (bij nieuwe aanleg van wegen en spoorwegen), bij wijziging van bestaande plafonds en bij sanering bepaald worden welke geluidreducerende maatregelen getroffen zullen worden. Het doelmatigheidscriterium wordt zo geformuleerd dat de kosten voor de saneringsoperatie de beschikbare middelen niet te boven gaan. De saneringsoperatie is daarmee budgetgestuurd. Door het doelmatigheidscriterium verloopt de afweging van geluidsmaatregelen altijd aan de hand van hetzelfde criterium, in welk verband (nieuwe aanleg, wijziging, naleving of sanering) deze ook plaatsvindt.

Meer lezen:

Bron: VROM, Brief van minister Kramer (via tinyurl)

home...