Beter benutten van het spoor

door de redactie, 23 april 2001

In een brief aan de Tweede Kamer gaat de Minister van Verkeer en Waterstaat in op "Beter benutten spoor". Hieronder wordt aandacht besteed aan de punten uit deze brief die met geluid te maken hebben.

Wat is beter benutten?

“Beter benutten van het spoor” heeft als doel meer passagiers en goederen te vervoeren op het bestaande spoornet. Ondanks het intensievere gebruik dient de betrouwbaarheid van de treindienst daarbij te verbeteren.

De afgelopen vijftien jaar is het vervoer per spoor zeer sterk gegroeid. Dit is goed te zien aan het marktaandeel van het spoor: het percentage van de potentiële treinreizigers dat ook inderdaad de trein en niet de auto neemt. Dit is inmiddels in het spitsvervoer zeer hoog (op kritische corridors 50% of hoger). Het spoor heeft zich daarmee ontwikkeld tot een motor van de economie, die vergelijkbaar is met de snelweg. Enerzijds is dus het beleid succesvol gebleken. Anderzijds staan we voor de uitdaging hoe de komende jaren de verdere groei te verwerken. 

Benuttingsprogramma voor de korte termijn

De komende jaren zijn forse budgetten beschikbaar voor benuttingsmaatregelen. De minister denkt onder andere aan de volgende maatregelen:

Snelheidsverhoging ziet de minister niet als een effectieve benuttingsmaatregel.

geluid

De komende maanden zal snel inzicht worden verworven of regels voor o.a. geluid tijdige doorvoering van benuttingsmaatregelen mogelijk verhinderen.Vervolgens kan daarbij het belang van de bestaande regels en procedures ter waarborging van de grote daarmee gediende maatschappelijke belangen niet worden onderschat. Juist ook waar snelheid van handelen geboden is, moet zorgvuldigheid goed in beeld worden gehouden. De minister zal zonodig in contact treden met haar collega van VROM om gezamenlijk voorstellen te doen voor efficiëntere en/of effectievere regels, uiteraard daar waar dat mogelijk en wenselijk blijkt.

Overigens wordt nieuwe wet- en regelgeving ontwikkeld ter modernisering van het instrumentarium voor geluidsbeleid. Het ligt in de rede primair in dat kader te bezien hoe te komen tot efficiëntere en/of effectievere regels voor een vanuit geluidsoptiek aanvaardbare inpassing van benuttingsmaatregelen.

Toename van het treinverkeer kan aanleiding geven om geluidsmaatregelen te nemen, bijvoorbeeld in het kader van de reconstructie-procedures van de Wet Geluidhinder en het Besluit Geluidhinder Spoorwegen. Daarbij kan het voorkomen dat -indien meer geluid optreedt door de intensievere benutting- naast hetgeen nodig is vanwege die eventuele toename, ook reeds bestaande overschrijdingen van wettelijke geluidsniveaus moeten worden weggenomen.

Per geval wordt eerst onderzocht of een benuttingsmaatregel in de praktijk tot hogere geluidsbelasting leidt. Temeer omdat in de komende jaren door stiller materieel de geluidsbelasting zal afnemen en geluidsarme baanconcepten worden toegepast. Indien zou blijken dat voor bepaalde benuttingsprojecten kostbare maatregelen moeten worden genomen zullen de kosten van een dergelijk project oplopen. Van geval tot geval komt de vraag aan de orde of de beoogde meerwaarde van het project in reële verhouding staat tot de benodigde investeringen.

doorgaand spoor 

Bij geluidsoverlast op het spoor is het van belang onderscheid te maken tussen de geluidsoverlast van doorgaand spoor en de geluidsoverlast van de (rangeer-)activiteiten op de emplacementen.

Bij doorgaand spoor moeten de maatregelen voldoen aan de eisen zoals die met name zijn geformuleerd in het Besluit geluidhinder spoorwegen. Vijfjaarlijks wordt een akoestisch spoorboekje (ASWIN) uitgegeven waarin een nieuwe prognose is vastgesteld voor het doorgaand spoorvervoer, dus exclusief de vervoersactiviteiten op emplacementen. De laatste prognose is in 2000 vastgesteld (zie hiervoor Geluidnieuws, oktober 2000).

De komende jaren zal voor het spoor in het algemeen worden ingezet op nieuwe technologieën. Deze zijn zowel gericht op verbeteringen aan de infrastructuur als verbeteringen aan het materieel. De eerste projecten wijzen uit dat deze benadering zeer zinvol is. Zo heeft het project “Stiller Treinverkeer” geluidsarme baanconcepten opgeleverd met resultaten tot - 4dB(A). Deze concepten gecombineerd met stiller materieel verbeteren het resultaat tot -10dB(A). De concepten worden verder ontwikkeld in een pilot bronbeleid. Thans is een innovatie programma in voorbereiding ter vermindering van de geluidsbelasting. Dit zal er naar verwachting toe leiden dat de kosten om de geluidsbelasting te bestrijden aanzienlijk worden gereduceerd en de inpasbaarheid in de omgeving wordt verbeterd.

Voor het bestaande net worden de volgende concrete maatregelen genomen of bestudeerd:

emplacementen

Voor emplacementen is daarentegen momenteel geen sprake van separate op de sector toegesneden geluidsregels. Hier is een vergunning krachtens de Wet milieubeheer nodig die niet door het Rijk maar door de gemeente of provincie wordt verleend. Deze vergunningen worden door lagere overheden gebaseerd op de Handreiking Industrielawaai. De interpretatie van de aanbevelingen in die handreiking levert in de praktijk van de vergunningverlening problemen op. Momenteel loopt hierover het interdepartementale project dEMP. Beoogd wordt richting te geven aan lagere overheden hoe t.b.v. vergunningen moet worden gerekend, onder andere in verband met de definitie en behandeling van zogenoemde piekgeluiden. Op afzienbare termijn zal de Kamer worden geïnformeerd over het kabinetsstandpunt ter zake.

Bron: Brief van de Minister van Verkeer en Waterstaat aan de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat van de Tweede Kamer. Te downloaden (100 kByte) vanaf de website van Verkeer en Waterstaat.

home...