Läslo Evers, KNMI, 20 februari 2003
Op de avond van 19 februari 2002 is er een helder lichtspoor zichtbaar geweest boven Nederland. Het indrukwekkende fenomeen duurde enkele seconden en er vond fragmentatie plaats. Gezien de meldingen op de hemelwacht website is het object rond 19:15 de aardse atmosfeer binnengedrongen.
Heldere lichtsporen kunnen veroorzaakt worden door een brok(je) niet aards materiaal van planetoiden. Het lichtspoor wordt een meteoor genoemd. Meteoren, ook wel vuurbollen of vallende sterren genoemd, genereren infrageluid. Infrageluid is onhoorbaar en heeft deze naam verkregen naar analogie met het onzichtbare licht wat infrarood genoemd wordt. Infrageluid heeft dus frequenties lager dan 20 Hz. Een brokje niet aards materiaal dat de dampkring binnendringt doet dit met een enorme snelheid. De snelheden kunnen oplopen tot enkele tientallen km/s. De energie van de ondervonden wrijving komt vrij in de vorm van warmte en licht. Het eind van de reis door de atmosfeer kan gemarkeerd worden door een thermische explosie, ten gevolge van de opwarming van het object. Als er materiaal op de aarde terecht komt, wordt dit een meteoriet genoemd. In figuur 1 staat de infrasone evolutie weergegeven.
Een soortgelijk fenomeen als de meteoor treedt op wanneer er een stuk ruimtepuin de atmosfeer binnenkomt. Ruimtepuin kan bijvoorbeeld een raket of satelliet zijn, of restanten daarvan. Het gegenereerde infrageluid volgt een gelijksoortig mechanisme als in figuur 1 weergegeven.
Infrageluid van het object is waargenomen op instrumenten (microbarometers) in Deelen en de Bilt. Het Deelen Infrageluid Array (DIA) bestaat uit 16 microbarometers die geïnstalleerd zijn op vliegbasis Deelen. Het De Bilt Infrageluid Array (DBN) is met 6 microbarometers uitgerust en staat in op het meetveld van het KNMI. Door meerdere instrumenten, arrays, te gebruiken kan de richting bepaald worden waar vanuit het infrageluid komt. Deze richting wordt azimut genoemd. Tevens kan de snelheid bepaald worden waarmee de drukgolf over het array reist, dit wordt de schijnbare geluidsnelheid genoemd. Op grond van deze gegevens heeft het KNMI bepaald dat het infrageluid van het object komt van boven de Noordoostpolder.

Kruispeiling van de gevonden richtingen in de Bilt, 33 graden, en in Deelen, 358
graden.
In april 2002 bepaalde het KNMI met infrageluid de richting van een vuurbol in Zuid Duistland.
Bron: website gemeente KNMI, lees hier het hele artikel.