Jurisprudentie augustus 2018

Judith Doorschot en Edwin Nieuwenhuizen (M+P), augustus 2018

(Daniëlla Nijman is met verlof. Judith Doorschot en Edwin Nieuwenhuizen vervangen haar.)

Verkeerslawaai

Parkeerterrein, Deventer, ABRvS, 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018: 2674

Deze zaak betreft het bestemmingsplan "Parkeerterrein de Worp". Met betrekking tot geluid voeren omwonenden aan, dat de gevolgen van de aanleg van het parkeerterrein voor het woon- en leefklimaat niet zijn onderzocht. De Wet geluidhinder is volgends de Afdeling niet van toepassing op de aanleg van het parkeerterrein, omdat geen sprake is van reconstructie van een weg. Het gaat evenmin om het realiseren van een nieuwe geluidgevoelige functie. Bovendien is sprake van een weg met een maximumsnelheid van 30 km/u. Wel is beoordeeld of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het geluid neemt naar verwachting met 2 dB toe; de geluidbelastingen liggen tussen 48 en 53 dB. Omdat sprake is van een beperkte overschrijding en van gebruikelijke geluidniveaus voor een stedelijke situatie wordt het woon- en leefklimaat aanvaardbaar geacht. Het beroep is ongegrond.

Spoorgeluid Hoek van Holland, ABRvS, 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018: 2727

Omwonenden hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan "Hoek van Holland Spoorverlenging". De omwonenden vrezen geluidoverlast als gevolg van het plan en wijzen specifiek op de geluidsignalering van de spoorwegovergang. Voor de beoordeling van de geluidbelasting van de woningen van appellanten moeten drie bronnen van geluid worden onderscheiden: de geluidsignalering van de spoorwegovergang, de metro die op de spoorlijn rijdt en het wegverkeer dat over de spoorwegovergang rijdt. Een punt van discussie is de vraag of vanwege het hinderlijke belgeluid een strafcorrectie op zijn plaats is. In het deskundigenbericht staat echter dat de voorgestelde strafcorrectie voor hinderlijk geluid geen betrekking heeft op het maximale (momentane) geluidsniveau. Voor de deskundige ligt een beoordeling van de hinderlijkheid van de bel op basis van het maximale geluidsniveau echter het meest voor de hand. De Afdeling gaat hierin mee.

De maximale berekende geluidbelastingen vanwege de geluidsignalering zijn respectievelijk 59, 53 en 45 dB(A). Omdat de raad heeft toegezegd dat een geluidsignalering zal worden toegepast die zich aanpast aan het geluidniveau van de omgeving, valt te verwachten dat de feitelijke geluidbelastingen lager zullen zijn. Daarom valt niet te verwachten dat er sprake zal zijn van onevenredige geluidhinder. Het geluid van de metro’s is niet relevant voor deze zaak, omdat daarvoor niet de gemeente maar de Minister het bevoegd gezag is. Geluid van wegverkeer valt wel onder deze procedure. De toename van het geluid is maximaal 1 dB, zodat er geen sprake is van een reconstructie. Gecumuleerd is de geluidbelasting voor de woningen weliswaar hoog, maar dat is in de huidige situatie ook al zo. De toename van de gecumuleerde geluidbelasting wordt aanvaardbaar gevonden. Het beroep is ongegrond.

Tracébesluit Zuidasdok, ABRvS, 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018: 2730

In een tussenuitspraak van de Raad van State over het tracébesluit Zuidasdok is gesteld dat onvoldoende inzichtelijk was gemaakt of in deze specifieke situatie, waarin verschillende open brugdelen aanwezig zijn, gebruik gemaakt mag worden van standaardrekenmethode 2. (Zie ook http://www.geluidnieuws.nl/n/176juris.html). Er was onvoldoende gemotiveerd dat er geen relevante geluidhinder zal ontstaan als gevolg van de reflecties van geluid tussen de verschillende brugdelen en onder de bruggen van de Amstel door.

Naar aanleiding van de tussenuitspraak is intussen aanvullend onderzoek gedaan met een zogenoemde SRM2-maatwerkberekening. De term ‘maatwerk’ geeft aan dat de specifieke situatie rondom de bruggen in detail is gemodelleerd in aanvulling op de reguliere modellering. Door dergelijk maatwerk toe te passen is het mogelijk de worstcase-effecten inzichtelijk te maken, aldus het geluidrapport. De appellant betwijfelt of deze methode inderdaad worst-case is en vraagt om geluidmetingen ter validatie. Echter, zowel TNO als de StAB melden dat met de toepassing van de SRM2-maatwerkberekening in dit geval de bovengrens kan worden bepaald van de toename van de geluidbelasting. De Afdeling ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat de minister zich niet op het geluidrapport heeft mogen baseren. Verder stelt de appellant dat ten onrechte geen nader onderzoek is verricht naar de effecten van cumulatie en samenloop. Dergelijk onderzoek is achterwege omdat er na treffen van een geluidmaatregel geen toename is van de geluidbelasting ten opzichte van het volledig benutte geluidproductieplafond. Naar oordeel van de Afdeling was dat terecht. Het beroep is ongegrond.

Evenementen

Solar evenement, Roermond, ABRvS, 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018: 2673

Het muziekevenement Solar vindt sinds 2005 plaats. Daarbij is er een langlopend geschil met omwonenden omtrent het geluidniveau. Deze uitspraak betreft het hoger beroep dat de gemeente en Solar hebben aangespannen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, waarin omwonenden op een aantal punten in het gelijk werden gesteld. Het gaat in dit hoger beroep om de editie van Solar uit 2015. In de evenementenvergunning heeft de gemeente aangesloten bij de "Nota Evenementen met een luidruchtig karakter" uit 1996. In de evenementenvergunning is een grenswaarde opgenomen van 75 dB(A) voor het equivalente geluidniveau voor woningen buiten de bebouwde kom en van 70 dB(A) binnen de bebouwde kom. Ter bescherming tegen bastonen zijn in de vergunning naast dB(A)-normen dB(C)-normen opgenomen. De gemeente is van oordeel dat daarmee een onderzoek naar de geluidwering van de gevel niet nodig is. De Afdeling oordeelt daar anders over. De genoemde Nota stelt namelijk dat een waarde van 50 dB(A) binnen de woning onduldbaar is. Niet alle woningen hebben een gevelisolatie hebben van rond de 25 dB(A), gelet op de bouw rond 1911 en woningen met enkelsteense muren en enkel glas. Een onderzoek naar de geluidwering kon daarom niet zonder meer achterwege worden gelaten.

Ander punt van discussie betreft de tijdsduur waarover wordt gemeten om te controleren of aan de vergunning is voldaan. Solar vindt een meetduur van 5 minuten wenselijk en nodig omdat weersomstandigheden voor schommelingen kunnen zorgen. Een bewaking met een kortere intervaltijd van 1 minuut heeft echter als voordeel dat er tijdig kan worden bijgestuurd. De StAB heeft daarbij toegelicht dat bijsturing normaliter op korte afstand van het podium gebeurt en dat op deze afstand weersomstandigheden en stoorgeluiden geen rol spelen. Gelet hierop heeft de rechtbank eerder geoordeeld dat de voorgeschreven meetduur van 5 minuten te lang is. De Afdeling onderschrijft deze eerdere uitspraak. Door over een langere tijdsduur te middelen worden hinderlijke geluidpieken weggemiddeld en duurt het langer om de geluidemissie te kunnen bijsturen. Het voorschrift om een meetduur van 1 minuut te hanteren blijft overeind.

In de vergunning was verder toegestaan om versterkt geluid ten gehore te brengen tot 01:30 uur. Dit wijkt af van de Nota, waarin een eindtijd van 01:00 uur is genoemd. De Afdeling oordeelt dat deze afwijking onvoldoende is gemotiveerd. De vergunning moet, conform de Nota, om 01:00 uur overgaan naar de strengere normstelling voor de nacht. In de eerdere uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat een afweging ontbreekt van de geluidhinder afkomstig van de ultra bas. De rechtbank heeft daarbij aangesloten bij de "Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven". Hierover oordeelt de Afdeling echter anders. De burgemeester heeft voor het bepalen van het muziekspectrum niet aangesloten bij de Richtlijn, maar bij de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999. Daarbij mocht de muziek worden gekwalificeerd als house muziek.

Voor wat betreft nachtelijk stemgeluid vanaf de camping worden de omwonenden in het gelijk gesteld. De gemeente heeft afgeweken van de afstand van 50 meter, die conform de VNG-brochure nodig is voor een goed woon- en leefklimaat. Ook stelt de gemeente dat geluid van schreeuwende bezoekers vanaf de camping het hele jaar door kan plaatsvinden. De Afdeling oordeelt dat die afwijking onvoldoende gemotiveerd is. De situatie is niet vergelijkbaar met de rest van het jaar omdat er op de camping 13:000 bezoekers worden verwacht en omdat de looproute dicht langs de woningen loopt.

Ruimtelijke ordening

Skatebaan Middelburg, ABRvS, 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2516

In Middelburg speelt een langlopend conflict tussen de gemeente en omwonenden over de skatebaan in het park van de Veersepoort. De omwonenden, verenigd in de Vereniging Buurtgroep Prettig Wonen, hebben in 2009 de gemeente verzocht om handhavend op te treden tegen de skatebaan. De college van B&W was echter van oordeel dat de geluidbelasting van de skatebaan voor de omgeving redelijkerwijs als acceptabel kan worden beschouwd en derhalve geen sprake is van geluidhinder als bedoeld in de APV van Middelburg. Het handhavingsverzoek is daarom afgewezen en het bezwaar tegen de afwijzing vervolgens ongegrond verklaard. In 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak zich al gebogen over deze zaak (ECLI:NL:RVS:2014:2504). Destijds oordeelde de Afdeling dat het college het gehanteerde beoordelingskader en de meetmethoden onvoldoende gemotiveerd had. Inmiddels zijn we vier jaar verder. Het college heeft nieuw onderzoek gedaan, waaronder talloze tellingen van het aantal actieve skaters, en heeft het handhavingsverzoek van de stichting met tussenkomst van de rechtbank Zeeland- West-Brabant tot twee keer toe opnieuw verworpen. Op 18 april 2018 kwam de zaak weer voor de Afdeling bestuursrechtspraak. Wederom zijn de omwonenden in het gelijk gesteld. Dit keer struikelde de gemeente Middelburg over de beoordeling van piekgeluiden (LAmax). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het gebruik van de skatebaan gepaard gaat met een aanzienlijk aantal overschrijdingen van de grenswaarden voor LAmax uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Door het college werden deze overschrijdingen aangemerkt als incidenteel toelaatbare overschrijdingen. De Afdeling oordeelt dat het Activiteitenbesluit milieubeheer weliswaar niet rechtstreeks van toepassing is, maar dat een sprong per minuut niet mag worden opgevat als een incidenteel toelaatbare overschrijding. De uitspraak heeft tot gevolg dat er op dit moment sprake is van een overtreding is van het verbod van de APV op het veroorzaken van geluidhinder. Het college dient een nieuw besluit op de bezwaren van de vereniging te nemen. Het lijkt er op dat de Afdeling het nu genoeg vindt. In de uitspraak wordt een aantal maatregelen aangedragen om de geluidhinder door het gebruik van het skatepark te verminderen. Volgens de Afdeling kan dat door een geluidswal op te werpen en/of de gebruikstijd te beperken.

Hippisch evenement, Koningsbosch, ABRvS, 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2559

Het begrip “maximale planologische mogelijkheden” is van belang bij de vraag welke eisen moeten worden gesteld aan onderzoek dat ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan wordt verricht. Volgens jurisprudentie kan soms echter worden volstaan met een zogenaamde representatieve invulling daarvan. Dit is ook het geval bij deze zaak, die omwonenden hebben aangespannen in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied” door de gemeente Echt-Susteren. Voor geluid gaat het om een hippisch evenement en trainingsbijeenkomsten op een manege. De appellanten voeren aan dat onvoldoende onderbouwd is dat de uitgangspunten waarop het geluidrapport is gebaseerd, representatief zijn voor de maximale planologische mogelijkheden die voor trainingsbijeenkomsten en (trainings)wedstrijden gelden. De Afdeling is van oordeel dat bij een onderzoek naar de geluidbelasting van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden dient te worden uitgegaan en verwijst daarbij naar de uitspraak ECLI:NL:RVS:2012:BW0780. Volgens de gemeenteraad zijn de uitgangspunten in het geluidrapport wat betreft aantallen vrachtwagens en personenauto's met aanhanger en auto's ontleend aan de aantallen die in het verleden feitelijk aan de orde zijn geweest. De appellanten hebben geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht die aanleiding geven om aan de juistheid van de gehanteerde aantallen te twijfelen. De Afdeling is onder deze omstandigheden van oordeel dat de in het geluidrapport gehanteerde aannames mochten worden aangemerkt als een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden die het plan biedt ten aanzien van de daarin toegestane trainingsbijeenkomsten en (trainings)wedstrijden. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er voor wat betreft het aspect geluid sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Horeca, Wieringerwerf, ABRvS, 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2563

De zaak gaat over een bedrijf dat (kleinschalige) horeca activiteiten wil uitvoeren op haar perceel dat is gelegen op een bedrijventerrein. De gemeente Hollands Kroon heeft in eerste instantie een omgevingsvergunning verleend, maar later op grond van bezwaren van omwonenden ingetrokken. De rechtbank heeft deze intrekking in stand gehouden, waartegen het bedrijf beroep heeft aangetekend. Voor geluid lijkt de zaak zich toe te spitsen op de vraag of het redelijk is om ervan uit te gaan dat het muziekgeluid in het pand van de horeca onderneming niet hoger is dan 85 dB(A). De gemeente heeft zich op het standpunt gesteld dat dit, ook als wordt uitgegaan van popmuziek, niet redelijk is en mede daarom de vergunning ingetrokken. De Afdeling is van oordeel dat het college in redelijkheid de gevraagde omgevingsvergunning heeft kunnen weigeren, omdat het voorgenomen gebruik van het pand op het perceel leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat ter plaatse.

Industrie

Hoogspanningsverbinding Borssele-Rilland, ABRvS, 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018: 2672

Het rijksinpassingsplan "Zuid-West, 380 kV-west" maakt de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding van ongeveer 40 kilometer tussen Borssele en Rilland mogelijk. Omwonenden vrezen voor geluidsoverlast van de zogenoemde corona-ontladingen, een knetterend geluid van de hoogspanningskabels. Ter voorkoming van geluidhinder zijn door TenneT bij het ontwerp van de Wintrackmasten geluidsspecificaties geformuleerd voor geluidniveaus van het corona-geluid. Over geluid van corona-ontladingen zijn rapporten van KEMA uit 2010 en 2014 beschikbaar en een rapport van TNO uit 2011. Uit die rapporten volgt dat aan de TenneT geformuleerde geluidniveaus wordt voldaan. De appellanten hebben dit niet bestreden.

Ook de zorgen van omwonenden over het zingende of fluitende geluid dat bij harde wind kan ontstaan, wordt door de Afdeling niet onderschreven. Windfluiten is hoogfrequent en neemt met de afstand sterker af dan laagfrequent geluid. Daarnaast is bij een hogere windsnelheid het referentieniveau van het omgevingsgeluid eveneens hoger, zodat het windfluiten daardoor kan worden gemaskeerd. Omwonenden hebben ook dit niet bestreden, zodat er geen reden is om aan te nemen dat er sprake zal zijn van onaanvaardbare hinder. Dorpsraad Borssele voert aan dat het bestaande hoogspanningsstation bij Borssele een lage bromtoon produceert en bij het op- en afschakelen een luid knetterend geluid te horen is. Door Peutz zijn voor het plan twee onderzoeken verricht. Uit de berekeningen blijkt dat uitbreiding van het hoogspanningsstation binnen de vergunde geluidgrenswaarden blijft en dat deze uitbreiding niet leidt tot een geluidsbelasting van meer dan 50 dB(A) bij de rand van Borssele. In die onderzoeken is ook rekening is gehouden met het schakelen, dat hooguit een enkele keer per dag plaatsvindt en waarbij minder dan 1 seconde een piekgeluid optreedt. Het beroep is ongegrond.