|
Jurisprudentie september 2018 |
|
Daniëlla Nijman (Halsten law firm), september 2018 (De jurisprudentie van april tot met augustus is besproken door Judith Doorschot, Ronald Gijsel en Edwin Nieuwenhuizen van M+P. Daniëlla Nijman neemt het stokje weer over en dankt de auteurs van M+P hartelijk voor de waarneming tijdens haar verlof.) Geluidverkaveling en hogere waarden Geluidzone en hogere waarden Honderdland fase 2: ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2997 De gemeente Westland wil het glastuinbouwgebied herontwikkelen tot het nieuwe bedrijventerrein Honderdland fase 2. Gelijktijdig met het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein is een paraplubestemmingsplan vastgesteld voor de geluidszone. Ook zijn hogere waarden vastgesteld voor industrielawaai van 52 tot 55 dB(A) en voor verkeerslawaai van 49 dB. Het bestemmingsplan bevat een systeem van geluidverkaveling. In het kader van de plan-MER is akoestisch onderzoek uitgevoerd waarbij op basis van de maximale planologische mogelijkheden is vastgesteld dat er een overschrijding tot 55 dB(A) optreedt op omliggende woningen in de geluidzone. Vanuit een omgekeerde werkwijze is vervolgens beoordeeld welke maximale geluidemissie mogelijk is op de kavels van Honderland fase 2, zonder de grenswaarde van 55 dB(A) te overschrijden. Zo is voor iedere kavel de geluidemissie per m2 vastgesteld. Deze emissiewaarden zijn vervolgens weer vertaald naar geluidimmissiewaarden op verschillende toetspunten. Via deze systematiek is gewaarborgd dat de toegekende hogere waarden niet worden overschreden. Reflecties Hoe wordt binnen dit systeem omgegaan met reflecties? Kan er door reflecties van de voorziene nieuwe bedrijfsgebouwen niet alsnog meer geluid ontstaan op de woning van appellant? Dit risico is er niet, omdat bedrijven die zich op Honderdland willen vestigen middels een geluidonderzoek moeten aantonen dat zij aan de geluidnormen kunnen voldoen. Daarbij moet het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 worden toegepast. In die rekenmethode wordt rekening gehouden met reflectie. Omdat de te vestigen bedrijven moeten voldoen aan de emissieregels van het bestemmingsplan en de immissieregels van de geluidzone, is het uitgesloten dat er toch een hogere geluidbelasting op de gevel ontstaat. Afweging doelmatigheid maatregelen industrielawaai Appellanten voeren aan dat er meer geluidmaatregelen moeten worden getroffen. Volgens de gemeente is een scherm akoestisch niet doelmatig. Omdat er geen wettelijk criterium is voor de beoordeling van de doelmatigheid van een scherm voor industrielawaai, is aangesloten bij de wettelijke doelmatigheidsregeling voor weg- en spoorverkeer. Dat mag. Op basis van het aantal reductiepunten en maatregelpunten luidt de conclusie dat een scherm in dit geval twee keer zo duur zou zijn als een doelmatig scherm. Er komt dus geen scherm. Zwaarwegende redenen voor hogere waarde? Zijn er wel zwaarwegende redenen om een geluidbelasting van 55 dB(A) toe te staan? Het uitgangspunt van de wet is immers dat de geluidbelasting op de zonegrens maximaal 50 dB(A) is. Met de mogelijkheid om een hogere waarde toe te kennen moet niet lichtvaardig worden omgegaan. De gemeente verwijst ter onderbouwing naar de provinciale Verordening Ruimte. Daaruit volgt dat op een bedrijventerrein in principe bedrijven in de hoogst mogelijke milieucategorie moeten worden toegelaten, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte wordt geboden voor zwaardere bedrijvigheid en watergebonden industrie. Zou de grens van 50 dB(A) worden aangehouden, dan kan er volgens de gemeente onvoldoende ruimte worden geboden aan dergelijke bedrijven. De Afdeling is van oordeel dat de raad hiermee voldoende zwaarwegende redenen had om af te wijken van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Woon- en leefklimaat Los daarvan komt in de bestemmingsplanprocedure de vraag aan de orde of er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij een geluidbelasting van 55 dB(A). De Afdeling vindt het relevant dat de hogere waarden van 52 tot 55 dB(A) lager zijn dan de maximaal toegestane waarde van 60 dB(A) voor bestaande woningen. De cumulatieve geluidbelasting varieert van 54 tot 58 dB(A) en blijft dus ook ruim beneden die maximale 60 dB(A). Er is overigens geen wettelijke norm voor deze cumulatieve geluidbelasting, maar de Afdeling sluit voor de inhoudelijke beoordeling aan bij dit maximum. Belangrijk is bovendien dat het geluid van wegverkeer op de Maasdijk bepalend is voor de cumulatieve geluidhinder. Het geluid van het industrielawaai dat met het plan mogelijk wordt gemaakt, levert geen dusdanige bijdrage dat dit tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat leidt. Ruimtelijke ordening Weigering omzetting bedrijfswoning naar burgerwoning: ABRvS 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2982 De eigenaar van een bedrijfswoning op een gezoneerd industrieterrein te Oosterwolde verzoekt om planologische medewerking voor gebruik als burgerwoning. Hij woont er al jaren terwijl er geen relatie (meer) is met het bijbehorende bedrijf. Het college van Ooststellingwerf ziet het niet zitten om een gevoelig object toe te voegen vanwege de beperkingen voor de uitbreidingsmogelijkheden van de bedrijven op het industrieterrein. De woningeigenaar voert op zich terecht aan dat het voor de geluidregels niet uitmaakt of zijn woning een bedrijfswoning of burgerwoning is. Vanwege de ligging op het industrieterrein wordt de woning hoe dan ook niet beschermd tegen geluidhinder. Maar dat maakt niet uit, het gemeentelijke beleid houdt nu eenmaal in dat de ruimtelijk-functionele structuur van het industrieterrein gehandhaafd wordt en waar mogelijk versterkt en opgewaardeerd. Een burgerwoning past daar niet in. De kous is daarmee eigenlijk al af. De Afdeling overweegt ten overvloede dat het college ook heeft mogen meewegen dat er geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. De feitelijke geluidsbelasting op de woning is al hoger dan 55 dB(A), wat de limiet zou zijn als de woning niet op het industrieterrein maar binnen de geluidzone daaromheen zou liggen. Dan is bovendien nog geen rekening gehouden met de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan die door de aanwezige bedrijven zou kunnen worden benut. Zijn verwijzing naar de aanwezigheid van andere burgerwoningen in de directe omgeving mag hem niet baten. Die woningen liggen buiten het industrieterrein (wel binnen de zone) en zijn bestemd als Woongebied in plaats van Bedrijventerrein. Uit de uitspraak blijkt niet of de eigenaar zijn verzoek heeft gedaan omdat er handhavend wordt opgetreden tegen zijn illegale bewoning. Nu hij in de planologische procedure nul op het rekest heeft gekregen is het risico groot dat het college nu doorpakt en via handhavend optreden een einde maakt aan de burgerbewoning. Partycentrum in kerkgebouw Oostelbeers: ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3062 Het kerkgebouw in Oostelbeers wordt herbestemd, waardoor o.a. horeca in de vorm van een zalen-/partycentrum mogelijk wordt gemaakt. De woning van appellant bevindt zich op 20 meter van het kerkgebouw. Appellant voert tevergeefs aan dat het akoestisch onderzoek gebreken zou vertonen. Het popmuziekspectrum is terecht gehanteerd omdat dat aansluit bij de beoogde bedrijfsvoering. Dat het meetpunt niet exact op de woning ligt maakt niet uit, omdat er geen significante afwijking optreedt t.o.v. een nabijgelegen meetpunt. Het binnenniveau hoefde niet te worden gemeten. De hoogst berekende waarde in de nachtperiode is namelijk 26 dB(A). Interessant is het standpunt dat de geluidbelasting hoger is dan het gemeentelijk geluidbeleid toestaat. De gemeenteraad stelt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor een afwijking gerechtvaardigd is. Het kerkgebouw met pastorie is een rijksmonument en staat sinds juli 2015 leeg. Om de gebouwen duurzaam te kunnen behouden is gekozen voor een nieuwe invulling met wonen, bed & breakfast, dienstverlening en kantoor en een maatschappelijke bestemming als dorpshuis met horeca. De beoogde ontwikkeling dient een "maatschappelijk en emotioneel belang" voor inwoners van Oostelbeers. Het is daarnaast niet mogelijk om verdergaande akoestische maatregelen te nemen dan al is gedaan, zonder de monumentale waarden aan te tasten. De Afdeling oordeelt dat de gemeenteraad dit terecht als bijzondere situatie heeft aangemerkt. En hoe zit het met het woon- en leefklimaat van appellant? Die mag in het weekend zitten luisteren hoe heel Oostelbeers feest viert. Maar aan de normen van het Activiteitenbesluit wordt voldaan en aan de normen van het geluidbeleid bijna altijd. Afwijkingen van het geluidbeleid zijn alleen toegestaan als appellant op de zaterdag, zondag of feestdag erna (hopelijk) niet hoeft te werken. Voor de vier incidentele festiviteiten per jaar zijn al geluidnormen gesteld in de APV. Met maatwerkvoorschriften wordt ervoor gezorgd dat ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten blijven. Al met al is de inbreuk op het woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar. Voor appellant is het te hopen dat de gemeenschapszin in een dorp als Oostelbeers zo groot is dat hij bij de helft van het aantal feestjes zelf als genodigde mag meedoen. Verkeer Rotondes N331 Hasselt (deel 2): ABRvS 5 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2928 Bij Hasselt worden vanwege doorstromingsproblemen twee rotondes aangelegd. De wegaanpassingen hebben o.a. tot gevolg dat een deel van het verkeer op de brug zal verschuiven van de parallelweg (Zwartewaterweg) naar de hoofdrijbaan van de N331. De Afdeling heeft op 6 december 2017 een tussenuitspraak gedaan, die wij hier bespraken. Laagfrequent geluid was een van de relevante thema's. De voegovergangen in de brug zorgen voor laagfrequent geluid. Voor de vraag of er sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder maakte dit weinig verschil, omdat laagfrequent geluid in de A-gewogen dosismaat maar zeer beperkt tot uitdrukking komt. De Afdeling oordeelde echter dat de gemeente niettemin in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet beoordelen of er sprake is van een mogelijke toename van laagfrequent geluid en of dat aanvaardbaar is. Inmiddels is nader onderzoek gedaan naar het laagfrequente geluid. Uit metingen blijkt dat het vrachtverkeer in het bijzonder verantwoordelijk is voor het laagfrequente geluid van de voegovergangen. Het akoestisch bureau kijkt vervolgens zorgvuldig naar de feitelijke situatie en constateert dat er voor vrachtwagens een inrijverbod geldt op de parallelweg ter hoogte van de brug. Het plan leidt daarom niet tot een verschuiving van het vrachtverkeer. Er kan dus ook geen toename zijn van laagfrequent geluid door extra vrachtwagens op de rijbaan. Er is wel een toename op de N331 van lichte motorvoertuigen, maar deze produceren juist hoogfrequent geluid. Daarmee is de discussie over laagfrequent geluid snel getackeld op basis van de feiten en komt men aan een inhoudelijke beoordeling niet meer toe. Besluit hogere waarde Veghel: ABRvS 5 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2888 Het college van de gemeente Veghel (nu Meierijstad) heeft een besluit hogere waarden genomen in verband met de reconstructie van een aantal wegen en het realiseren van nieuwe woongebieden. In het akoestisch onderzoek is voor de beoordeling van de geluidbelasting van het verkeer gebruik gemaakt van het regionale verkeersmodel GGA Noord-Oost Brabant 2014. Dat verkeersmodel gaat onderuit in de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan. Appellant heeft aangevoerd dat het rapport gebruik maakt van sterk verouderde verkeerstellingen, waarin de sterke autonome groei niet is verdisconteerd. De Afdeling oordeelt dat er geen inzage is verschaft in de onderliggende verkeerstellingen, waardoor de kwantiteit en kwaliteit van de gebruikte telgegevens niet kan worden vastgesteld. Omdat het verkeersmodel sneuvelt raakt dit ook het akoestisch rapport waarop het besluit hogere waarden is gebaseerd. Wabo Pluimveehouderij Grubbenvorst (deel 2): ABRvS 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2950 Deze uitspraak is een vervolg op de uitspraak van 17 mei 2017 die we hier eerder bespraken. Stichting Wakker Dier komt op tegen de omgevingsvergunning milieu die is verleend voor een pluimveehouderij met een slachterij en bio-energiecentrale. De rechtbank heeft in eerste aanleg het geluidvoorschrift vernietigd, omdat daaraan niet voldaan zou kunnen worden. Het geluidniveau van enkele luchtwassers was fors onderschat doordat de verkeerde rekenmethode was gehanteerd. De rechtbank heeft zelf nieuwe geluidvoorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden. Daar is de stichting Wakker Dier met succes tegen opgekomen. Er was namelijk evenmin aangetoond dat aan die voorschriften kon worden voldaan. In de uitspraak van 17 mei 2017 is het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen. Nu is er een nieuw voorschrift aan de vergunning verbonden. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op woningen in de omgeving mag overdag maximaal 40 dB(A) bedragen en in de avond- en nachtperiode 35 dB(A). Daarbij is bepaald dat de actuele frequentie van de ventilatoren op ieder moment middels een klimaatcomputer af te lezen en te reguleren moeten zijn. Het beroep gaat nu alleen nog over de handhaafbaarheid van dit voorschrift. Wakker Dier voert aan dat ook dwingend moet worden voorgeschreven dat de ventilator van een bepaald merk en type moet worden toegepast. Uit het akoestisch rapport volgt namelijk dat de geluidnormen bij toepassing van die ventilator naleefbaar zijn. De Afdeling oordeelt echter dat dit niet betekent dat de geluidnormen alleen maar met dat type ventilator naleefbaar zijn. De vergunninghouder heeft daarom keuze in het middel dat hij toepast om dit doelvoorschrift te bereiken. Een middelvoorschrift is niet noodzakelijk om naleving te verzekeren en is dus niet nodig in het belang van de bescherming van het milieu. Een maximaal toerental hoeft evenmin te worden voorgeschreven. Na oplevering moet namelijk met een akoestisch rapport worden aangetoond dat de inrichting kan voldoen aan de geluidvoorschriften. Dan blijkt ook welk toerental passend is. Zodra de ventilatoren toch met een hoger toerental draaien kan dit voor het bevoegd gezag aanleiding zijn om te meten of aan de voorschriften wordt voldaan. Het nieuwe voorschrift kan uiteindelijk de toets der kritiek doorstaan. |
| footer |