Jurisprudentie mei 2018

Judith Doorschot en Ronald Gijsel (M+P), april 2018

(Daniëlla Nijman is met verlof. Judith Doorschot en Ronald Gijsel vervangen haar de komende maanden.)

Industrielawaai / Ruimtelijke ordening

Nieuwkoop, ABRvS 26 april 2018, ECLI: NL:RVS:2018:1408

Het terras van verzoeker ligt in een Natura2000 gebied en de kleinschalige horeca activiteiten zijn in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Hierom heeft de gemeente een omgevingsvergunning verleend, waarin het terras mag worden opengesteld tussen 12.00 en 19.00 uur. Verzoeker vraagt om voorlopige voorziening om het horecaterras open te mogen houden tussen 8.00 en 23.00 uur. Verzoeker heft middels een akoestisch onderzoek aangetoond, dat wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De voorzieningenrechter ziet op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat de in hoger beroep bestreden uitspraak geen stand zal houden, met als argument dat het college in gevallen waarin voor het vergunde gebruik wordt afgeweken van het bestemmingsplan, de bevoegdheid heeft om voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden die zien op het beoogde gebruik en die een goed woon- en leefklimaat van de omwonenden waarborgen. De openstelling tussen 12.00 en 19.00 uur is passend voor een goede ruimtelijke ordening ter plaatse.
Opmerking: het voldoen aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit is blijkbaar niet voldoende om aan te tonen dat wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.

Zeewolde, ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1351

Het wijzigingsplan voorziet ter plaatse van de bestaande ijsbaan binnen de groenzone ten westen van de Sportlaan van Zeewolde in een aantal nieuwe voorzieningen voor sport en recreatie. Beoogd is de aanleg van een 400 m atletiekbaan met daaromheen een rondbaan met een fietspad. In de winter zal het fietspad als ijsbaan dienen. Tevens wordt een (club)gebouw gerealiseerd dat ruimte biedt aan kleedruimtes, sanitair, materiaal opslag en een kantine. Appellant richt zich in beroep tegen het wijzigingsplan omdat hij vreest voor overlast in de vorm van onder meer geluidhinder. De Afdeling stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie met het bestaan van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan de aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft in beginsel als een gegeven mag worden beschouwd indien is voldaan aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden.

Montfoort, ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1355

De gemeente heeft vergunning afgegeven voor een nieuwe manege. Appellanten betogen dat de raad de in de VNG-brochure aanbevolen afstanden voor onder meer geluid van de manege tot gevoelige functies niet in acht heeft genomen. Zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast. De VNG-brochure kent indicatieve afstanden voor een manege. Voor geluid geldt een richtafstand van 30 meter. Indien de omgeving is aan te merken als "gemengd gebied", kunnen de richtafstanden volgens de VNG-brochure met één afstandsstap worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het begrip "gemengd gebied" wordt gebruikt om richtafstanden aan te geven tussen een bedrijventerrein of bedrijfslocatie in een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan volgens de VNG-brochure als gemengd gebied worden beschouwd. De Afdeling stelt vast dat de raad voor de beoordeling van de richtafstand kon uitgaan van een gemengd gebied. Het betreft een gebied met langs de Willeskop woningen in lintbebouwing grenzend aan het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Voor een manege geldt in dat geval volgens de VNG-brochure een richtafstand van 10 meter van enerzijds de perceelgrens van het bedrijf tot anderzijds de uiterste situering van de gevels van de woningen. De gevels van de woningen zijn op grotere afstand dan 10 meter van het plangebied gelegen. Het bouwvlak van een woning ligt weliswaar op ongeveer 2,5 meter van de grens van het plangebied maar de gevel van de woning op ongeveer 25 m. Op de gronden mag 1 woning worden gebouwd. Nu reeds een woning aanwezig is op een afstand van 25 meter heeft de raad mogen oordelen dat het niet aannemelijk is dat op de grens van het bouwvlak een woning wordt gebouwd. Gelet hierop heeft de raad geen rekening hoeven houden met de grens van het betreffende bouwvlak.

Opmerking 1: woningen in lintbebouwing grenzend aan het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid zou je in het kader van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening karakteriseren als rustige woonwijk met weinig verkeer met een voorkeurgrenswaarde van 45 dB(A). In het kader van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering wordt door RvS hier toch de typering gemengde woonwijk voor gekozen met een grenswaarde van 50 dB(A).

Opmerking 2: als afstand tussen bedrijvigheid en woonfunctie wordt aangehouden de afstand tot de feitelijke gevel van de woning en niet tot de grens van het bouwvlak. Wordt hierdoor de eigenaar van het woonperceel niet benadeeld in het geval van een latere verbouwing/uitbreiding/nieuwbouw van zijn woning op dat bouwvlak, waarop toch in zijn geheel een woonbestemming ligt?

Oegstgeest, ABRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1464

De Raad maakt gebruik van een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan en gaat er daarbij vanuit dat de gevolgen al waren onderzocht ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan.

De afdeling oordeelt: Dat de raad de onderzoeken die ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan zijn verricht bij de vaststelling van het onderhavige plan heeft betrokken, voor zover deze thans nog van belang zijn, is niet komen vast te staan. De onderzoeken die zijn verricht ten behoeve van de vaststelling van de bestemmingsplannen "Brug Poelgeest 2017" in verband met de aanleg van de brug over de Haarlemmertrekvaart zijn niet bij de vaststelling van het onderhavige plan betrokken. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Opmerking: In aanvulling op de uitspraak ECLI:NL:RVS:2018:1351 (waarin werd gesteld dat er tbv het gebruik maken van een wijzigingsbevoegdheid geen nieuwe milieuonderzoeken moeten worden uitgevoerd), zegt de afdeling hier, dat wel duidelijk moet zijn, dat de milieuonderzoeken van het bestemmingsplan betrokken zijn in de afwegingen bij het gebruik maken van de afwijkingsbevoegdheid.

Moerdijk, ABRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1436

Het plan voorziet in een windpark met zeven windturbines in het westelijk en zuidoostelijk deel van het Zeehaven- en Industrieterrein Moerdijk. Omwonenden op een afstand van meer dan 1 km appelleren vanwege vermeende hinder. De gemeente vindt omwonenden geen belanghebbende vanwege de afstand tussen windpark en woningen. De Afdeling heeft echter een vuistregel: Voor windparken op land hanteert de Afdeling zoals overwogen in haar uitspraak van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, als uitgangspunt dat gevolgen van enige betekenis aanwezig kunnen worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de voor appellanten dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine. De tiphoogte van een windturbine bedraagt maximaal 180 m. Gevolgen van enige betekenis kunnen dus aanwezig worden geacht binnen een afstand van 1800 m. Appellanten die binnen 1800 m van een windturbine wonen zijn ontvankelijk. Appellanten, die verder weg wonen niet.

Verkeerslawaai

A2 Holendrecht - Vinkeveen, ABRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1431

Deze zaak betreft een hoger beroep van de gemeente de Ronde Venen tegen een eerdere uitspraak in het geding tussen het college en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Het beroep gaat over het verkeersbesluit waarin een dynamische maximumsnelheid wordt ingesteld op de A2 in beide richtingen tussen Holendrecht en de aansluiting Vinkeveen. De rechtbank Midden-Nederland heeft dit beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft het college vervolgens hoger beroep ingesteld.

Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat bij het verkeersbesluit onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat de inwoners die langs de A2 wonen te maken hebben met een cumulatie van geluid van de A2 en van Schiphol, aangezien één van de vliegroutes over het betreffende gebied loopt, en dat daardoor bepaald niet valt uit te sluiten dat er niet aan het geluidproductieplafond wordt voldaan.

De Afdeling gaat niet mee in dit betoog. Bij dit onderzoek hoefde geen rekening te worden gehouden met eventuele cumulatie van het geluid van de A2 en het geluid van Schiphol. Uit artikel 11.33, eerste en zesde lid, van de Wm, gelezen in samenhang met artikel 11.30, vijfde lid, van die wet en artikel 16 van de Regeling geluid milieubeheer volgt dat een akoestisch onderzoek naar de effecten van de samenloop van de geluidsbelasting van de weg en een andere geluidsbron, zoals een luchthaven, alleen noodzakelijk is indien er een wijziging of vaststelling van geluidproductieplafonds aan de orde is. Dat is hier niet het geval. De geluidproductie van het wegtraject ligt na invoering van de verhoging van de maximumsnelheid voor alle referentiepunten langs dit traject 0,8 tot 1,8 dB onder het geluidproductieplafond. Het beroep is ongegrond.

Evenementen

Almere, Floriade, ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1588

Het beroep heeft betrekking op het bestemmingsplan "Almere Centrum Weerwater-Floriade". Appellant woont in een flat op ongeveer 140 m ten oosten van het plangebied. Deze flat staat aan de rand van het Weerwater. Volgens hem zullen evenementen voor en tijdens de Floriade een te hoge geluidbelasting veroorzaken. Verder is ten onrechte geen rekening gehouden met de geluidbelasting van de A6, het recreërend publiek en horeca nabij zijn woning. Ook is geen rekening gehouden met de geluidversterkende effecten van de eigenschappen van de omgeving, te weten weerkaatsing op het water en de omstandigheid dat bomen zullen worden gekapt, zodat deze bomen geen geluid meer tegenhouden. Verder stelt hij dat niet verzekerd is dat gecontroleerd en gehandhaafd wordt op de toegestane geluidbelasting.

De geluiddeskundige van de raad heeft toegelicht dat rekening is gehouden met het kaatsende effect van wateroppervlakten omdat wateroppervlakten in de berekeningen zijn ingevoerd als hard oppervlak. Verder is in het akoestisch onderzoek de geluidwerende invloed van bomen niet meegenomen en is uitgegaan van een volledig kaal gebied. Omdat niet bekend is welke soorten evenementen er zullen plaatsvinden, is in het rapport uitgegaan van drie verschillende soorten evenementen met verschillende bronvermogens. Omdat de geluidbelasting van deze evenementen met deze bronvermogens op de gevel van de woning niet hoger is dan 70 dB(A), vindt de raad het geluidniveau in de woning aanvaardbaar . Ter zitting heeft de raad ten slotte toegelicht dat tijdens evenementen de geluidbelasting wordt gemonitord en dat bij een eventuele overschrijding van de bronvermogens het volume direct kan worden aangepast.

De raad heeft voor de aanvaardbaar te achten geluidbelasting vanwege de evenementen aansluiting gezocht bij de nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" (hierna: Nota Evenementen) die in 1996 is opgesteld door de Inspectie Milieuhygiëne Limburg. De waarden die zijn gerapporteerd in het akoestisch onderzoek overschrijden de aanbevolen waarden uit de Nota Evenementen niet. Daarom heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen onaanvaardbare geluidbelasting vanwege evenementen ter plaatse van de woning zal optreden. Over de handhaving van de normen, waarover appellant zich zorgen maakt, doet de Afdeling geen uitspraak. De bestuursrechter die een bestemmingsplan op rechtmatigheid toetst, moet oordelen over de handhaafbaarheid en niet op de feitelijke latere handhaving. Het beroep is ongegrond.