Revisie SBR Richtlijn A, de 10 verschillen

Carel Ostendorf (DPA Cauberg-Huygen), 23 januari 2018

Eind 2017 publiceerde SBRCurnet de revisie van haar trillingsrichtlijn A: schade aan bouwwerken. Omdat de organisatie SBRCurnet op 31 december 2017 is opgehouden te bestaan, is weinig ruchtbaarheid meer gegeven aan de nieuwe uitgave van deze richtlijn en dat is jammer. Daarom een kennismaking met de vernieuwde richtlijn aan de hand van 10 verschillen met de editie uit 2006.

Verschil 1: alleen nog digitaal

De 2017 editie van de richtlijn is alleen nog digitaal te verkrijgen. Als u een papieren exemplaar wenst, dan moet u de richtlijn zelf afdrukken. Gebruik hiervoor de instelling “print als boekje”. Dan komt de tekst het beste tot zijn recht. Officiële papieren exemplaren van de richtlijn 2017 zijn zeldzaam. Als u er één vindt: bewaar hem goed. Het exemplaar krijgt later verzamelwaarde.

Verschil 2: GRATIS

De voorgaande edities van de richtlijnen (geldt ook voor de delen B en C) konden alleen tegen betaling worden verkregen. Nou is € 40,-- geen schokkend bedrag maar het vormt toch een drempeltje. De 2017 editie van richtlijn A is echter gratis als pdf te downloaden via bijvoorbeeld www.sbr-richtlijn.nl, of http://levelav.nl/publicatie-herziene-sbr-richtlijn-a/.

Verschil 3: dikker

De 2006 editie van de richtlijn bestond uit 36 pagina’s. De nieuwste editie is veel dikker en beslaat 90 pagina’s. De voornaamste reden voor meer pagina’s is dat de richtlijn eigenlijk twee teksten bevat: de hoofdtekst en een toelichting op de hoofdtekst. De hoofdtekst staat rechts en de toelichting staat links. In de hoofdtekst wordt door middel van een kader nummer verwezen naar de toelichting.

Verschil 4: bouwwerken

De voorgaande editie van richtlijn A had als titel “schade aan gebouwen”. Toch werd in de tekst van de 2006 editie (gebaseerd op de 2002 uitgave) ook gesproken over het algemenere begrip “bouwwerken”. Gebruikers van de richtlijn pasten de richtlijn dan ook toe voor bouwwerken geen gebouw zijnde zoals een kademuur of een gemetseld bruggenhoofd. In de 2017 editie is de titel daarom aangepast naar “schade aan bouwwerken”. In de richtlijn is nu ook opgenomen dat voor bouwwerken geen gebouw zijnde als eerste keus een uitgebreide meting moet worden uitgevoerd.

Verschil 5: uitbreiding van de beperkte meting

De “beperkte meting” was een meting met twee meetpunten: het eerste meetpunt op de fundering van het bouwwerk, zo dicht mogelijk bij de trillingsbron en het tweede meetpunt op de hoogste verdiepingsvloer boven het eerste meetpunt. Omdat het trillingsgedrag van het gebouw met twee meetpunten wordt beschreven, mag een lagere veiligheidsfactor op de meetresultaten worden toegepast ten opzichte van de indicatieve meting die met 1 meetpunt wordt uitgevoerd. De veiligheidsfactor brengt de onzekerheid in rekening die een meting met 1 of 2 meetpunten met zich meebrengt om de trillingssnelheid van een heel bouwwerk te kunnen bepalen. Voor bouwwerken met een trillingsgevoelige fundering (zie ook verschil 8) gold ook de lagere veiligheidsfactor hoewel er maar 1 meetpunt op de fundering lag en het meetpunt op de verdieping niks toevoegde aan de onzekerheid over het meetresultaat op de fundering. In de 2017 editie van de richtlijn is daarom voor bouwwerken met een trillingsgevoelige fundering een extra meetpunt op de fundering toegevoegd aan de beperkte meting. In de beperkte meting zijn nu dus twee meetpunten op de fundering nodig. Dit betekent dat voor bouwwerken met een trillingsgevoelige fundering de beperkte meting nu in het totaal drie meetpunten bevat in plaats van twee.

Verschil 6: een schadekans

Al bij de 2002 editie van de richtlijn was het de wens van de gebruikers van de richtlijn om een specifieke schadekans op te nemen in plaats van de algemene waarde van 1% kans op schade bij een trillingsniveau gelijk aan de grenswaarde. In 2002 durfde de commissie dat nog niet aan maar in 2017 wel. Er is door TNO aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de relatie tussen de mate van overschrijding en de kans op schade, onder andere op basis van praktijkgegevens die door de commissieleden zijn ingebracht. In toelichting 43 is in de 2017 editie een tabel opgenomen waarin op basis van de verhouding tussen de rekenwaarde van de grenswaarde (Vr) en de rekenwaarde van de meetwaarde (Vd) een ordegrootte voor de kans op schade is gegeven. Die varieert tussen ongeveer 1% als Vd gelijk is aan Vr tot ongeveer 30% als Vd een factor 3 groter is dan Vr. Ook het woord “ongeveer” is opgenomen in de tabel om aan te geven dat de kans op schade een ordegrootte betreft en geen exacte waarde. In de toelichting is verder opgenomen dat de tabel niet mag worden uitgebreid voor grotere overschrijdingen. Gebruikers kunnen nu beter inschatten welk risico op schade optreedt bij een overschrijding.

Verschil 7: de trillingsversnelling

In de 2017 editie heeft de trillingsversnelling een aparte plaats gekregen bij de beoordeling voor de trillingsgevoelige fundering. Bij de metingen dient niet alleen de trillingssnelheid maar ook de trillingsversnelling te worden bepaald. Dit betekent dat de gebruikte meetapparatuur of verwerkingssoftware niet alleen de trillingssnelheid moet kunnen bepalen maar ook de trillingsversnelling hetzij door middel van meting hetzij door middel van een berekening op basis van het tijdsignaal.

Verschil 8: andere grenswaarden fundering

De grenswaarden voor de beoordeling van de kans op schade door zettingen aan de fundering die in de 2006 editie van de richtlijn staan, zijn een rechtstreekse vertaling van een versnelling van 1 m/s2. De grenswaarde voor de trillingssnelheid is daardoor afhankelijk van de frequentie. Hoe hoger de frequentie, hoe strenger de grenswaarde. Bij de beoordeling van trillingen voor het bouwwerk op begane grond niveau is het juist andersom: hoe lager de frequentie, hoe strenger de grenswaarde. In 2012 toonden Deltares en Fugro al aan dat er een verschil op kon treden in conclusie als de trillingssnelheid of de trillingsversnelling werd gebruikt voor de beoordeling van de trillingsgevoelige fundering.

In de 2017 editie zijn op basis van nieuw onderzoek van Deltares nieuwe grenswaarden voor de fundering ontwikkeld. Die bevatten zowel een eis aan de trillingssnelheid als de trillingsversnelling. De eis aan de trillingssnelheid is niet meer afhankelijk van de frequentie maar afhankelijk van de mogelijk te verdichte laag onder de fundering. Hoe dikker die laag, hoe groter de kans op zettingen en dus hoe lager de grenswaarde die aan de trillingssnelheid wordt gesteld. Als de laagdikte niet bekend is, dan dient uitgegaan te worden van de grootste dikte. De versnellingseis komt voort uit het feit dat bij versnellingen groter dan de versnelling van de zwaartekracht (g = 9,81 m/s2 ) een spanningsloze situatie in de grond ontstaat. Een situatie met verlaagde spanning van de bodem moet voorkomen worden. Gekozen is de bestaande grenswaarde van 0,1g (1 m/s2) in het gebouw voor een indicatieve meting te handhaven omdat er geen aanwijzingen zijn dat deze niet voldoet. Bij harmonische belastingen is voor frequenties onder de 20 Hz de snelheidseis meestal maatgevend en voor frequenties boven de 40 Hz is de versnellingseis maatgevend. In het gebied tussen de 20 en 40 Hz kunnen zowel de trillingssnelheid als de trillingsversnelling maatgevend zijn.

Verschil 9: categorie 3 vervallen

Voor monumentale gebouwen en gebouwen die in slechte staat verkeren, gebruikt de 2006 richtlijn categorie 3. Deze categorie heeft de strengste grenswaarden. Betonnen gebouwen met monumentale status vallen op deze wijze ook onder categorie 3 en dat leidt tot een wel erg strenge beoordeling.

In de 2017 edities is categorie 3 vervallen en vervangen door een veiligheidsfactor. Die veiligheidsfactor bestaat uit twee onderdelen:

  1. de monumentale status;
  2. de bouwkundige status. De veiligheidsfactor voor de monumentale status wordt bepaald op basis van de formele monumentale status van het bouwwerk en heeft een waarde 1,7. Deze waarde komt overeen met de verhouding tussen de categorie 2 en grenswaarden uit de 2006 editie. Voor de bouwkundige status bestaat de keuze uit “normaal” en “gevoelig”. Om deze status vast te stellen, is een checklist opgenomen (zie verschil 10). Als het bouwwerk zowel monumentaal als bouwkundig gevoelig is, dan blijft de veiligheidsfactor 1,7.

Verschil 10: de checklist

De checklist is bedoeld om vast te stellen of voor een bouwwerk sprake is van verhoogde gevoeligheid voor trillingen vanwege (lokaal) verminderde sterkte of verhoogde initiële spanningen. In dat geval dient de veiligheidsfactor voor de bouwkundige status te worden toegepast. De checklist is niet geschikt voor een algemene bouwkundige schadebeoordeling of het bepalen van de oorzaken van schade.

De checklist bestaat uit een aantal oorzaken die tot bouwkundige schade kunnen leiden bijvoorbeeld “scheefstand”. Als een oorzaak aanwezig is, dient gecontroleerd te worden of deze oorzaak tot schade heeft geleid. In geval van “scheefstand” kan dat een diagonale (getrapte) scheur zijn in de constructie. Als zowel oorzaak als gevolg aanwezig zijn, dan wordt aan de betreffende oorzaak het puntenaantal toegekend dat in de checklist is opgenomen. Bij 4 punten of meer is sprake van een bouwkundig gevoelige status. De checklist bevat 7 schade oorzaken die ieder afzonderlijk al tot een gevoelige status leiden. Daarnaast zijn nog 6 schade oorzaken opgenomen die op zichzelf niet direct tot een gevoelige status hoeven leiden maar in combinatie met andere oorzaken wel.

Het gebruik van de checklist vraagt enige bouwkundige kennis van de trillingsonderzoeker. Even snel de trillingsmeter plaatsen, aanzetten en wegwezen kan natuurlijk nog steeds maar het vaststellen van de grenswaarden vraagt nu een grotere inspanning en dat is niet verkeerd. Het zorgt voor een beter onderbouwde conclusie van het onderzoek en dat valt alleen maar toe te juichen.

Toepassing nieuwe richtlijn

Omdat er geen duidelijk moment is waarop de nieuwe richtlijn als formele vervanger van de oude richtlijn is aangewezen, zullen beide versies van de richtlijn nog wel een tijdje naast elkaar gebruikt worden. Het duurt nu eenmaal even voor het bestaan van de 2017 editie overal is doorgedrongen en bijvoorbeeld standaardteksten in bestekken zijn aangepast. Het ligt echter voor de hand om nieuwe projecten in 2018 volgens de 2017 editie te behandelen. Projecten die gestart zijn onder het regime van de 2006 editie, hoeven niet over te stappen.

De SBR richtlijnen trillingen zijn overgenomen door het kennisplatform CROW (www.crow.nl) . Richtlijnen B en C zijn nog steeds verkrijgbaar via de site van SBRCurnet.