|
Stillere en kleinere windmolens moeten energie-transitie helpen |
|
Redactie, januari 2018
Na hun afstuderen gingen ze in de schuur van Ritsema’s vader molens bouwen en installeerden de eerste bij diens buurman. Stalen mast en bladen van hout met gunstige vermoeiingseigenschappen zorgen voor een aantrekkelijke uitstraling. Ze ontwerpen de molens zelf, vertelt Ziel. “Maar soms ben je blij dat je een hele pool met kennis aan de universiteit kunt benaderen.” Tom Jansen, al succesvol met UT-spin-off Distimo, fungeert als mentor en verder leren ze het ondernemen vooral in de praktijk. Gestart in 2014 telt EAZ Wind nu meer dan dertig medewerkers. Er staan al tachtig molens op het platteland van Groningen. Het bestemmingsplan laat er molens met een hoogte tot vijftien meter toe. Voor volgend jaar zijn honderd molens besteld en dan wil EAZ Wind de grens over, naar Duitsland en later bijvoorbeeld Ierland en Canada. De productie is lokaal, met oog op eenvoudige logistiek en maatschappelijk draagvlak, sinds anderhalf jaar in Hoogezand. “In 2019 willen we een nieuwe stap zetten. We blijven de molen doorontwikkelen om de kostprijs verder omlaag te krijgen, zodat productie richting de echt grote aantallen kan. Voor kleine windmolens zou dat een kleine revolutie zijn.” Bron: Universiteit Twente |
| footer |