Overzicht jurisprudentie
maart - april 2017

Daniëlla Nijman, Holla Advocaten, april 2017

De Afdeling heeft een aantal zaken behandeld waarin geluidproblematiek aan de orde was. Hieronder volgt een selectie van enkele lezenswaardige uitspraken.

Verkeer

Inpassingsplan N831 Velddriel – Alemse Stoep: ABRvS 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:821

Provinciale Staten van Gelderland hebben een inpassingsplan vastgesteld voor de N831. De verkeersbestemming wordt verbreed, waardoor ter hoogte van de woning van appellant de aanleg van een vrijliggend fietspad mogelijk wordt. Volgens de provincie was het niet nodig om zijn woning in het akoestisch onderzoek te betrekken, omdat de aanleg van het fietspad niet tot meer verkeer leidt. De weg komt niet dichter bij zijn woning te liggen. Het akoestisch onderzoek ziet enkel op de aanleg van een rotonde 1,3 km verderop. De provincie ziet hiermee over het hoofd dat de bestemming Verkeer niet alleen de aanleg van het fietspad mogelijk maakt. Het wordt daardoor ook mogelijk om het aantal rijstroken uit te breiden. Verbreding van de weg is niet uitgesloten in de planregels. De Afdeling overweegt dat daarom op rond van de Wet geluidhinder toch onderzoek had moeten worden gedaan naar de geluidsbelasting van woningen binnen de zone, waaronder die van appellant. Ook al hebben PS het definitieve ontwerp van de weg al vastgesteld, voor de Afdeling zijn de maximale planologische mogelijkheden bepalend.

Reconstructie N274 tbv Buitenring Parkstad Limburg: ABRvS 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1011

Vanwege de verkeerstoename die ontstaat door de openstelling van de Buitenring Parkstad Limburg in 2018 is een reconstructie van de N274 nodig. Het bestemmingsplan voorziet in wegverbreding en het verdubbelen van twee bestaande rotondes. Appellant twijfelt aan de resultaten van het akoestisch onderzoek. Bij woningen die verder van de weg af liggen zou de geluidsbelasting sterker toenemen dan bij hem. Toegelicht is dat dit te maken heeft met de vormgeving van de rotondes. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de extra geluidbelasting op zijn woning minder is dan 2 dB, zodat geen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wgh. Omdat daar bij enkele andere woningen wel sprake van is, zal er geluidreducerend asfalt worden aangelegd. De Afdeling heeft geen reden om eraan te twijfelen dat dit daadwerkelijk zal gebeuren. De woning van appellant profiteert daarvan, waardoor de geluidbelasting op alle verdiepingen lager zal uitkomen dan in de bestaande situatie. De gemeenteraad was daarom niet gehouden nader onderzoek te doen naar de mogelijke cumulatie van geluid door AWACS vliegtuigen die zijn gestationeerd op de NAVO basis in Geilenkirchen en de cumulatie met geluid van de Buitenring Parkstad Limburg.

Geen geluidmaatregelen zonder hogere waarde: ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1080

In 2004 is een wegaanpassingsbesluit genomen voor de aanleg van spitsstroken langs de A50. In het geluidsplan zijn de te treffen geluidmaatregelen opgenomen. Voor een aantal adressen zijn hogere geluidwaarden vastgesteld. Later ontstaat verwarring over de vraag of de woning van appellant daar nu wel of niet in is betrokken. Helaas voor appellant wordt geconcludeerd dat zijn woning ten tijde van de vaststelling van de plannen onjuist in het BAG was opgenomen, waardoor aan zijn woning geen adres was toegekend. De hogere waarden zijn niet gekoppeld aan een locatie, maar aan een adres waar zijn woning destijds (nog) niet toe behoorde. Nu moet worden vastgesteld dat voor zijn woning geen hogere waarde is vastgesteld, is er evenmin een verplichting om geluidmaatregelen aan de woning te treffen. Appellant had destijds op moeten komen tegen het wegaanpassingsbesluit en het ontbreken van een hogere waarde voor zijn woning.

Ruimtelijke ordening

Drijvend zwembad Amsterdamse Bos, ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:936
Het college van B en W van Amstelveen verleent een omgevingsvergunning voor een drijvend zwembad met horeca, terras en sanitair aan de noordzijde van De Poel in het Amsterdamse Bos. Het betreft een tijdelijke omgevingsvergunning voor de duur van 10 jaar. De eigenaar van het horecapand aan de westelijke oever stelt beroep in, zo ook de bewoner van de woning boven dat restaurant. Zijn zij belanghebbenden? Ja, volgens de Afdeling kan niet op voorhand worden aangenomen dat er geen gevolgen van enige betekenis merkbaar zullen zijn. Dat uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidnormen niet zullen worden overschreden, doet daar niet aan af. Dit komt pas aan de orde te komen bij de inhoudelijke beoordeling. Het plan voldoet aan de richtafstand uit de VNG-brochure van 200 meter voor onoverdekte zwembaden. Deze richtafstand kan ook op deze unieke situatie worden toegepast. De plannen worden ook overigens ruimtelijk aanvaardbaar bevonden. De geluidniveaus liggen ruim beneden de door het college gehanteerde grenswaarden. Dat de gemeente plannen heeft gehad om het zwembad toegankelijk te maken voor 300 bezoekers is niet relevant, de aanvraag ziet op 150 bezoekers. Een verbreding van de loopbrug waardoor de capaciteit groter zou kunnen worden gaat bovendien niet door. De Afdeling kan de ruimtelijke gevolgen van het beoogde horecapaviljoen niet betrekken bij beoordeling. De besluitvorming over dat project moet namelijk nog plaatsvinden. De rechtbank heeft de hinder mede aanvaardbaar geacht omdat de omwonende in kwestie ook nu al geluid kan horen van mensen op het terras van het restaurant onder zijn woning. Dit is volgens de Afdeling een relevante omstandigheid, ook al zal het zwembad overdag eerder open gaan dan het restaurant waar appellant boven woont.

Parkeren supermarkt, ABRvS 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:991
Omwonenden komen op tegen de wijziging van het bestemmingsplan voor een discountsupermarkt. De omgevingsvergunningen voor het bouwen en voor de aanleg van drie inritten zijn gelijktijdig verleend, met toepassing van de coördinatieregeling. Het akoestisch onderzoek wordt uitvoerig bediscussieerd. De stelling dat het stappenplan uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering ten onrechte niet is doorlopen gaat niet op, omdat aan de richtafstand wordt voldaan. Deze richtafstand is 0 meter voor een supermarkt in gemengd gebied. Voor de beoordeling van het parkeerterrein is aansluiting gezocht bij de circulaire voor indirecte hinder (schrikkelcirculaire). Dit is terecht, omdat deze circulaire ziet op situaties buiten de grenzen van de inrichting, terwijl de VNG-brochure en de normering van het Activiteitenbesluit zien op geluid binnen de inrichting. De piekniveaus die ontstaan van dichtslaande portieren en het af- en aanrijden van personenauto’s en vrachtwagens is evenmin aanleiding om de vergunning te weigeren. Deze piekniveaus konden namelijk ook al optreden als gevolg van de geldende bestemming voor maatschappelijke doeleinden. In zoverre zijn er geen relevante veranderingen voor het woon- en leefklimaat. De feitelijke situatie verandert weliswaar, de juridische situatie niet.

Laden en lossen supermarkt, ABRvS 14 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:985
Het bestemmingsplan voorziet in uitbreiding van de supermarkt met een opslag- en expeditieruimte van 153 m2. In de planregels is bepaald dat het laden en lossen inpandig moet gebeuren. Met een akoestisch rapport is onderbouwd dat voor het overige aan de richtwaarden van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering en de normen van het Activiteitenbesluit wordt voldaan. De resterende bezwaren van omwonenden zijn ongegrond. De Afdeling motiveert dit uitvoerig en betrekt daarbij dat het laden en lossen voorheen op de openbare weg plaatsvond en deze planwijziging een verbetering is. Gezien het karakter van een bestemmingsplan heeft de gemeenteraad het niet nodig hoeven te vinden om in het plan vast te leggen waar de exacte locatie van de laad- en losplaats zich dient te bevinden, welke rijrichting de voertuigen moeten volgen en dat niet met geopende deuren mag worden geladen of gelost. De precieze locatie van de laad- en losplaats kan worden vastgelegd in de noodzakelijke omgevingsvergunning voor het bouwen. Gebleken is dat die vergunning inmiddels is verleend en dat die in rechte onaantastbaar is. Voorts biedt het Activiteitenbesluit milieubeheer de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften. De Afdeling neemt tot slot in aanmerking dat het plangebied in een stedelijke omgeving ligt en dat overlast van verkeersbewegingen in een dergelijke omgeving niet volledig kan worden uitgesloten.

Maatbestemming bedrijf naast woning, ABRvS 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1008
De eigenaren van twee buurpercelen zijn het allebei niet eens met de wijze waarop het bedrijf van de een is opgenomen in het bestemmingsplan. De eigenaar van de naastgelegen woning meent dat een beperking tot bedrijven in milieucategorie 1 moet worden opgenomen. Omdat zijn buurman nu eenmaal een bedrijf in categorie 2 uitoefent is een dergelijke beperking niet aanvaardbaar. Het toestaan van bedrijven in categorie 2 in algemene zin is echter evenmin aanvaardbaar vanwege de korte afstand ten opzichte van de woning. De gemeente heeft een bestemming op maat vastgesteld, die nog wat fine-tuning nodig heeft. Zo is het gebruik van het terrein teveel ingeperkt. De eigenaar van de woning probeert hier paal en perk aan te stellen door aanspraak te maken op een geluidluwe gevel, maar er is geen rechtsregel die tot een geluidluwe zijde verplicht. De normen van het Bouwbesluit kan hij evenmin in stelling brengen omdat zijn woning niet wordt verbouwd en het gaat om ontwikkelingen in zijn omgeving. Wel wordt een relatie met de binnenwaarde gelegd bij het maken van de belangenafweging.

Verkeersbesluit beperkt overlast parkeerterrein, ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1074
Via een wijzigingsplan wordt de aanleg van een openbaar parkeerterrein mogelijk gemaakt. Aan de richtafstand van 30 meter uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering wordt niet voldaan. De gemeente sluit voor de beoordeling van de geluidniveaus aan bij de normen van het Activiteitenbesluit. Het dichtslaan van autoportieren veroorzaakt in de avond- en nachtperiode een overschrijding van de normen voor de piekniveaus. De gemeente heeft dit opgelost door via een verkeersbesluit een parkeerverbod in te stellen in de nachtperiode. Volgens de Afdeling biedt dit voldoende garantie en is er geen aanvullende planregel nodig. De resterende overschrijding in de avondperiode wordt aanvaardbaar bevonden omdat er dan geen winkelpubliek is. Daarnaast is het onaantrekkelijk om langere tijd te parkeren vanwege het parkeerverbod in de nachtperiode.

APV

Tuinterras is binnenterrein, ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1079
De burgemeester van Den Haag weigert de exploitatievergunning voor een tuinterras bij een horecagelegenheid. Het beleid houdt in dat geen nieuwe tuinterrassen worden vergund op binnenterrein. Het terras in kwestie ligt aan de achterzijde van de horecagelegenheid. Weliswaar is het bereikbaar via de openbare weg, namelijk een brandgang, maar het tuingedeelte zelf is niet aan de openbare weg gelegen. Aan de linkerzijde en rechterzijde is het terras omgeven door woningen. De rechtbank heeft het terras terecht als binnenterrein aangemerkt. De burgemeester heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het stemgeluid bij een binnenterrein eerder tot overlast zal leiden dan bij een buitenterrein. Het standpunt van de burgemeester dat het woon- en leefklimaat van de omwonenden zal worden aangetast is niet onredelijk en mocht leiden tot weigering van de exploitatievergunning.