|
Wijziging geluidwetgeving voor foutherstel register en verduidelijkingen |
|
Rijksoverheid, februari 2017 Hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer bevat onder meer regels voor de beheersing van de geluidsbelastingen vanwege wegen en spoorwegen die in beheer zijn bij het Rijk en die op de geluidplafondkaart zijn vermeld. Gebleken is dat de uitvoering van deze regels op een aantal knelpunten stuit dat met dit wetsvoorstel wordt verholpen. Foutherstel geluidregister Dit wetsvoorstel ziet in de eerste plaats op het verruimen en verbreden van de mogelijkheid om onjuistheden in het geluidregister te herstellen. Gebleken is dat het noodzakelijk is om te beschikken over een eenvoudige procedure om onjuistheden te corrigeren met betrekking tot geluidproductieplafonds die van rechtswege zijn vastgesteld en met betrekking tot gegevens in het geluidregister die worden gebruikt om deze geluidproductieplafonds te berekenen. Hiertoe wordt de werkingssfeer van artikel 11.47 in twee opzichten gewijzigd. GPP's bij nieuwe infra In de tweede plaats wordt een omissie hersteld met betrekking tot de hoogte waarop een geluidproductieplafond dient te worden vastgesteld. In artikel 11.30 wordt er namelijk aan voorbij gegaan dat bij de vaststelling van een nieuw geluidproductieplafond er al geluidsbelastingen boven de voorkeurswaarde op geluidsgevoelige objecten aanwezig kunnen zijn ten gevolge van in de buurt liggende delen van de infrastructuur (voor zover in beheer bij dezelfde beheerder) met bijbehorende geluidproductieplafonds. Verlaging GPP's In de derde plaats wordt een aantal verbeteringen aangebracht in het artikel dat regelt dat het besluit tot verlaging van een geluidproductieplafond pas gaat werken als de maatregelen zijn getroffen en het bevoegd gezag dat heeft medegedeeld. Tijdelijke bestemmingen In de vierde plaats is een oplossing gecreëerd voor het ondervonden knelpunt dat de huidige Wet milieubeheer en Wet geluidhinder er toe kunnen leiden dat kostbare geluidmaatregelen bij of aan geluidsgevoelige objecten met een tijdelijke bestemming getroffen moeten worden bij sanering, vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds, of vaststelling van hogere waarden, terwijl die geluidsgevoelige objecten – gelet op de tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan – slechts een relatief korte periode aan de geluidsbelasting blootgesteld zullen worden. Verbeteringen onduidelijkheden Tot slot bevat dit wetsvoorstel nog enkele wijzigingen waarmee een aantal verbeteringen en verduidelijkingen in hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer, de Tracéwet en de Wet geluidhinder wordt aangebracht. Deze wijzigingen worden toegelicht in het artikelsgewijze deel van deze toelichting. Het gaat hier met name om situaties die in de praktijk onduidelijk zijn gebleken zoals de vraag welke waarde bij wijziging van het geluidproductieplafond gehanteerd dient te worden voor het nalevingsverslag, veranderde terminologie als gevolg van de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en enkele taalkundige onjuistheden. Kamervragen Er is n.a.v. het voorstel voor deze wetswijziging door de Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu gediscussieerd met de staatssecretaris. Deze hebben niet geleid tot aanpassing van het wetsvoorstel. Bronnen: Memorie van Toelichting, Discussie Tweede Kamercommissie, Alle Kamerstukken van dit dossier |
| footer |