|
redactie, februari 2017
Steden groeien, en zo ook de mobiliteit. Luchtvervuiling, geluidsoverlast, en snelwegen die stadsdelen van elkaar scheiden. Het samengaan van snelwegen en steden wordt met de toenemende drukte
steeds minder vanzelfsprekend. Tegelijkertijd zullen opkomende trends als elektrisch en autonoom vervoer ook de inpassing van verkeersaders in de stad beïnvloeden.
Er zijn daarom nieuwe ideeën nodig om stad en snelweg met elkaar te verknopen. Daarover gaat het boek 'Snelweg X Stad' dat op 15 februari is gepresenteerd. Dat schrijven Delta, het universiteitsblad van de TU Delft
en de TU Delft zelf.
Herhaling van problemen
Elektrische auto’s die opgeladen moeten worden en oproepbare autonome auto’s om je van A naar B te brengen. Hoe ga je in de ruimtelijke inrichting om met deze toekomstige uitdagingen?
Hoe zien de Nederlandse wegen en ruimtelijke omgeving er in 2030 uit?
Volgens projectmanager drs.ing. Hans de Boer (Dimi) raken de bekende oplossingen als het dure ondertunnelen van de snelweg of de aanleg van een extra ringweg uitgewerkt.
Dat laatste leidt volgens hem alleen tot nog meer verstedelijking en een herhaling van de problemen over 10 tot 20 jaar. Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA) en TU
Delft gingen vanaf februari 2016 aan de slag met een ontwerpstudie waarbij ontwerpteams en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Utrecht om een vijftal ringweglocaties bij de steden te bekijken.
Om de relatie tussen stad en snelweg te verbeteren, en daarmee de leefbaarheid, ruimtegebruik en bereikbaarheid te vergroten, zijn zeven multidisciplinaire ontwerpteams aan de slag gegaan om visies
te ontwikkelen op vijf ringweglocaties: Amsterdam Lelylaan, Amsterdam Gooiseweg, Utrecht Science Park, Rotterdam A20 en Rotterdam A13. Ieder team bestond tenminste uit een architect, landschapsarchitect,
stedenbouwkundige en een verkeerskundige vanuit diverse architecten- en adviesbureaus.
Wegen in alle soorten en maten
TU Delft verzorgde parallel aan de activiteiten van deze ontwerpteams diverse onderwijs- en onderzoeksactiviteiten. Waaronder een onderzoek naar generieke aspecten van ringwegen en de bebouwde
omgeving. Projectmanager TU Delft, Hans de Boer: “Zo onderzocht Fransje Hooimeijer en haar collega’s van de faculteit Bouwkunde het effect van toekomstige mobiliteitsvormen op 5 typen ringwegen:
weg in het maaiveld, weg op dijk, weg op poten, combinatie weg op dijk en greppel en weg aan greppel. Ook keek ze hoe die veranderingen van invloed zijn op de wijken die zich laten karakteriseren
door de jaren ’50 (heropbouw), jaren ’70 (Bloemkoolwijken) en jaren ’90 (Vinexwijken). Filip Geerts bekeek hoe het wegbeeld verandert met de komst van autonome auto’s (de lijn: de dwarsdoorsnede
van een snelweg). Er zal bijvoorbeeld meer ruimte langs de weg komen, doordat er minder verkeerssystemen nodig zijn. Roberto Cavallo, Valentina Ciccotosto en Manuela Triggianese hebben zich
toegelegd op het punt waar snelweg en stad bij elkaar komen, zoals transferia in een historische context van technologische ontwikkelingen, infrastructuur en architectuur.
Elektrisch laden en parkeren
Om gericht aanbevelingen te doen voor de toekomst zijn enkele expertmeetings georganiseerd voor de ontwerpteams en betrokken studenten. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KIM)
presenteerde een scenariostudie voor zelfrijdende auto’s. Binnen de TU Delft is Dimitris Milakis van de faculteit Civiele Techniek bezig met onderzoek naar de mogelijke effecten hiervan op
vervoerskeuze, wegcapaciteit en autobezit. Riender Happee van de Faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen richt zich in zijn onderzoek naar autonoom
rijden op camera’s en sensoren, mens-machine interactie en de interactie tussen automatische voertuigen en kwetsbare weggebruikers. Hans de Boer: “Met behulp van deze wetenschappelijke inzichten,
de kennis van de bureaus, en de kennis van betrokken gemeenten en regionale vestigingen van Rijkswaterstaat over de snelweg in de stedelijke context, komen er al snel interessante ideeën
naar voren. Zo kun je bijvoorbeeld autonome auto’s parkeren onder een verhoogde weg (een weg op palen) en kunnen elektrische auto’s opgeladen worden binnen transferia. Deze zullen in de
toekomst veel intensiever functioneren als verkeersknooppunt waar je snel van bijvoorbeeld de autonome auto overstapt op de autonome busje, zoals een WEpod.”
Korte termijn aanpassingen
Niet alleen levert de studie een bijdrage aan een toekomstvisie en een strategie om hier mee aan de slag te gaan, ook levert het een nieuwe werkwijze op. Hans de Boer: “Door op deze manier samen
in detail naar de locaties te kijken, zien gemeenten en regionale vestigingen van Rijkswaterstaat kansen om op korte termijn aanpassingen te doen en deze mee te nemen in de onderhoudsprogramma’s.
Denk bijvoorbeeld aan het toegankelijker maken van de woonwijken aan de A20 aan de kant van de Rotte voor fietsers. De betrokken partijen leren om gezamenlijk naar de snelweg in de stedelijke
context te kijken en de ruimte optimaal te gebruiken. Dit is met name interessant voor het Ministerie van Infrastructuur en Milieu die ook betrokken was bij de studie. Met dit boek, dat zowel
Nederlands als Engelstalig is, willen we de opgedane inzichten en werkwijze ook delen met andere Europese Rijkswaterstaten die zich verenigd hebben in het samenwerkingsverband Networking
for Urban Vitality. Hierin is ook onze Rijkswaterstaat een actieve partner.”
Meer informatie
De publicatie is een gezamenlijk initiatief van BNA Onderzoek, de TU Delft, de gemeenten Rotterdam en Utrecht, de provincie Utrecht, de Directoraten-generaal Bereikbaarheid, Ruimte en
Water en Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Vereniging Deltametropool, Universiteit Antwerpen en uitgeverij Public Space. Lees meer op de website van BNA.
Bronnen:
Delta,
TU Delft
|