|
Daniëlla Nijman (Holla Advocaten), 27 mei 2017
Het project Zuidasdok is bedoeld om de bereikbaarheid van de Zuidas en het noordelijke deel van de Randstad te verbeteren.
Er is zowel een tracébesluit vastgesteld als een bestemmingsplan. Het tracébesluit voorziet in de verbreding van de A10 van
knooppunt Amstel tot knooppunt De Nieuwe meer. Ook is daarin een ondertunneling van de A10 opgenomen. Het bestemmingsplan
maakt het onder andere mogelijk om de terminal voor het openbaar vervoer aan te leggen.
In dit artikel ga ik in op de technische discussie die ertoe leidt dat de minister aanvullend akoestisch onderzoek moet
uitvoeren. De uitspraak is ook lezenswaardig vanwege andere geluidsdiscussies, bijvoorbeeld over laagfrequent geluid.
Daarvoor verwijs ik naar de integrale uitspraak.
Rekenmethode Amstelbruggen
Drie omwonenden zien het project Zuidasdok niet zitten. Zij vrezen voor een toename van geluidhinder van de Amstelbruggen
ter plaatse van hun woningen en woonboot. Met behulp van door hun ingeschakelde geluidsdeskundigen wijzen zij op gebreken in
het akoestisch rapport. Wat is er aan de hand?
Openingen en reflecties
Bij de Amstelbruggen is er sprake van een specifieke situatie. Het geluid komt door openingen in de brug heen en ook eronderdoor.
Daarnaast straalt het geluid af van de kunstwerken zelf, vanwege het grotere aantal reflecterende vlakken. De rekenmethodiek die
is toegepast houdt volgens de omwonenden geen rekening met de openingen tussen de brugdelen en alle reflecties die optreden. Deze
stelling blijkt terecht.
Standaardrekenmethode 2 niet passend
De Afdeling stelt vast dat er inderdaad geen rekening is gehouden met deze openingen en reflecties. In het akoestisch onderzoek is
namelijk gerekend met standaardrekenmethode 2. Deze rekenmethode is opgenomen in hoofdstuk 2 van bijlage III van het Reken- en
meetvoorschrift geluid 2012 (RMV 2012). De rekenmethode gaat ervan uit dat kunstwerken niet geluid doorlatend zijn. Ook kan slechts
rekening worden gehouden met één reflectie.
De Afdeling kijkt vervolgens in detail naar bijlage II van het RMV 2012. Daaruit leidt de Afdeling af dat bij meerdere reflecties of
geluidschermen tegenover elkaar nader onderzoek in de vorm van praktijk- of schaalmodelmetingen mogelijk zou kunnen zijn. Dit heeft
de minister niet gedaan.
Aanvullende berekeningen
De minister heeft geprobeerd te anticiperen op dit argument. Bij het verweerschrift zijn nadere berekeningen overgelegd. Uit die
berekeningen volgt volgens de minister dat de extra geluidbijdrage minder is dan 1 dB.
Helaas bieden deze aanvullende berekeningen geen soelaas. De Afdeling constateert namelijk dat deze ook zijn uitgevoerd conform
standaardrekenmethode 2. In het memo bij de aanvullende berekeningen is niet toegelicht op welke wijze de minister dan precies heeft
berekend dat de geluidstoename niet meer is dan 1 dB.
Tijdens de zitting hebben de geluidsdeskundigen nog een stevig robbertje gevochten over de rekenmethodes. Van de zijde van de minister
is een toelichting gegeven op de vermeende toename van 1 dB. De deskundigen van de omwonenden hebben deze toelichting echter meteen
gemotiveerd bestreden.
Bewijslast minister
Wat moet de Afdeling doen op het moment dat de deskundigen het zo hartgrondig oneens zijn met elkaar? In dit geval heeft de Afdeling
onvoldoende informatie om de stellingen van de minister op waarde te schatten en een einduitspraak te doen. De deskundigen die door de
omwonenden zijn meegenomen hebben blijkbaar zinnige argumenten naar voren gebracht. Het is uiteindelijk aan de minister om aan te
tonen dat de situatie geluidstechnisch aanvaardbaar is. De minister zal de berekeningen dus inzichtelijk moeten maken en ervoor zorgen
dat het besluit deugdelijk wordt gemotiveerd.
Bestuurlijke lus
Hoe nu verder? De minister heeft een termijn van 12 weken gekregen om alsnog inzichtelijk te maken wat de precieze geluidstoename is
bij de woningen en de woonboot. De Afdeling heeft de opdracht gegeven om de reacties van de deskundigen van de omwonenden daar expliciet in te betrekken.
Belang eigen deskundige bij de zitting
In situaties als deze blijkt hoe belangrijk het is om een eigen deskundige in te schakelen en mee te nemen naar de zitting. Een contra-expertise
is essentieel om tegenwicht te geven aan rapporten die door het bestuursorgaan zijn opgesteld. Om vervolgens niet te worden overbluft door nieuwe
informatie die tijdens de zitting wordt gegeven, doet een partij er verstandig aan zijn deskundige mee te nemen naar de zitting. Die kan immers
meteen reageren. Gebeurt dat niet, dan is het risico aanwezig dat in de uitspraak de standaardzin wordt opgenomen dat de nieuwe informatie de
Afdeling “niet onredelijk voorkomt en ter zitting niet gemotiveerd is bestreden”. Dat kan een grote dooddoener zijn na een terechte inhoudelijke discussie.
Bron:
ABRvS 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1141
|