|
"Omgevingswet niet goed voor rechtspositie burgers" |
|
redactie, maart 2017
Verouderde procedures HiiL bracht data bij elkaar over hoe de rechtspleging het doet voor mensen. Het gaat om situaties waarin iedere burger terecht kan komen: een noodlottig ongeval, scheiding, ontslag, schulden of mishandeling. Soms zwaar, soms tergend, zoals een burenruzie, een conflict met de gemeente of een misse actie op sociale media. Helpt de overheid de meest voorkomende conflicten effectief op te lossen? En voelen mensen zich rechtvaardig behandeld? Op geen van deze terreinen lijkt de rechtspleging echt toegerust om de rechtsproblemen van deze tijd aan te kunnen. Procedures zijn verouderd. Ze vergroten tegenstellingen, maken ze complexer en bieden mensen geen begeleiding bij het slaan van een brug. Moderne technologie blijft ongebruikt. De oplossingen komen niet op tijd en passen niet goed genoeg bij de behoeften van mensen. Niet gehoord Ieder jaar komen er maar liefst 4,3 miljoen rechtsproblemen bij. En die problemen worden minder vaak opgelost, van 60 procent in 2009 naar 51 procent in 2014. Omgerekend zijn dat 400.000 extra onopgeloste problemen per jaar. Dat zou mede kunnen verklaren waarom zoveel mensen zich onrechtvaardig behandeld of ‘niet gehoord’ voelen, het fenomeen waar de politiek zo mee worstelt. Het voorstel van HiiL is radicaal: ons 'eeuwenoude systeem' moet opnieuw ontworpen worden met de kennis van nu. De beste oplossing voor burgers moet centraal staan, niet het instandhouden van juridische procedures. Beschermt Omgevingswet beter? In 2019 worden 26 afzonderlijke wetten omgevormd tot één nieuwe Omgevingswet. Minder regels en meer ruimte voor initiatief, zo is op de website van de rijksoverheid te lezen. Maar is dat wel zo? Achter de schermen begint de kritiek los te komen. Juist die ene nieuwe wet is complex en zou het voor burgers in de toekomst wel eens veel moeilijker kunnen maken om hun gelijk te halen, stelt De Monitor.Jurist Landeweerd aan De monitor: "Eigenlijk trekt het Rijk zich terug uit lokale kwesties door het lokaal bestuur ook de mogelijkheid te geven om eigen normen te stellen op gebied van bijvoorbeeld geluid en geur. Burgers worden daarmee vogelvrij ten opzichte van een lokaal bestuur dat de bevoegdheid krijgt om te beslissen over hun beschermingsniveau. Een bestuursrechter toetst namelijk nooit of het bevoegd gezag een goed besluit heeft genomen, maar alleen of het bestuur binnen de toegekende bevoegdheid is gebleven. Als die bevoegdheid heel erg ruim is, zoals de Omgevingswet die geeft, dan komt het lokaal bestuur daar altijd mee weg. Bestuurders willen bovendien liever dingen realiseren dan afbreken en de nieuwe wet geeft ze veel meer escapes om af te zien van handhaving." Juist de nieuwe wet legt volgens De Monitor dus nog meer macht bij gemeente om te bepalen of er opgetreden moet worden als er overlast ontstaat. Dat roept de vraag op: Is dat vertrouwen per definitie gerechtvaardigd? Neem bijvoorbeeld Leudal, waar in een eerdere uitzending bij stil werd gestaan. Een typische plattelandsgemeente, waar de invloed van veehouders op het ruimtelijk beleid in het verleden zeer groot is gebleken. Boeren die het niet zo nauw namen met de regels konden in praktijk rekenen op steun van wethouders die - in plaats van op te treden tegen overtredingen van bouw- en milieuvoorschriften - nogal eens het pad van legalisatie bewandelden. Zelfs als daar een bestemmingsplanwijziging voor nodig was. Zorgen Landeweerd: "Wethouders kijken ook naar werkgelegenheid en kunnen dat zo meteen dus afwegen tegen het beschermingsniveau van burgers. Omdat ze die bevoegdheid hebben, wordt dat heel moeilijk te toetsen bij een rechter. Ik denk dat dit iets is om je zorgen over te maken." Bronnen: NCRV - De Monitor, NRC (1), (2), HiiL |
| footer |