Overzicht jurisprudentie mei – juni 2017

Daniëlla Nijman (Holla Advocaten), 25 juni 2017

Ruimtelijke ordening

Hippische evenementen: ABRvS 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1593

In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen voor het jaarlijkse internationale Concours Hippique dat door de paardenhouderij/manege wordt georganiseerd. Het evenement mag 4 dagen duren, met twee feestavonden. De geluidhinder is beoordeeld aan de hand van de bekende Limburgse Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter”. De Afdeling gaat in op de beoordeling van de piekgeluiden, het verschuiven van de nachtperiode tot 1:00 uur voor de twee opeenvolgende feestavonden, het opbouwen en afbreken van het evenement en de geluidsisolatie van de omliggende woningen.

Het gaat mis omdat het akoestisch onderzoek niet uitgaat van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan. Er is niet vastgelegd dat de feestavonden op vrijdag en zaterdag plaatsvinden. Dat is een probleem omdat een eindtijd tot 1:00 uur op andere dagen niet past binnen de Nota Evenementen. Ook is deze eindtijd tot 1:00 uur niet in de planregels vastgelegd. Daarnaast zijn geen bepalingen opgenomen over het opbouwen en afbreken van het evenement. De gemeenteraad is er ten onrechte van uitgegaan dat dit afdoende kan worden geregeld via de te verlenen evenementenvergunning. De APV ziet namelijk op de handhaving van de openbare orde en vormt geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het evenement.

De gemeente is in de gelegenheid gesteld om de planregels aan te passen of de ruimere planmogelijkheden nader te onderbouwen. Indien de gemeente erin slaagt om de planregels te laten aansluiten bij het akoestisch onderzoek, zal het waarschijnlijk met een sisser aflopen.

Schoolgebouw Cuijk: ABRvS 21 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1616

Op de locatie van een bestaande basisschool wordt een integraal kindcentrum gerealiseerd. Er vindt nieuwbouw plaats voor de basisschool, met daarbij een kinderdagopvang, peuterspeelzaal en een gymzaal. Aan de richtafstanden van de VNG-brochure wordt niet voldaan. Omdat het een bestaande situatie is heeft de gemeente de aanvaardbaarheid van de situatie beoordeeld door het plan te toetsen aan de normen van het Activiteitenbesluit. Dit is ook gedaan voor de geluidbronnen die niet rechtstreeks onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen, zoals het stemgeluid van spelende kinderen en het komen en gaan van bezoekers.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) heeft een deskundigenbericht uitgebracht. In de uitspraak wordt de akoestische onderbouwing van de gemeente uitvoerig getoetst en besproken. Er is terecht van uitgegaan dat de helft van de spelende kinderen gedurende de helft van de tijd aan het schreeuwen is met een bronvermogen van 108 dB(A). Er zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor geluidwerende afscheidingen en om bufferzones te creëren waar niet kan worden gespeeld. Een geringe overschrijding van de piekniveaus wordt aanvaardbaar bevonden, omdat het gaat om een activiteit die slechts sporadisch zal voorkomen.

Dakterras Amsterdam: ABRvS 31 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1437

Via een ontheffing van het bestemmingsplan wordt een dakterras mogelijk gemaakt op een uitbouw aan de achtergevel. Omwonenden stellen dat de gemeente hier strenge eisen had moeten stellen, omdat het om de achtergevel gaat. Aan de voorgevel is de geluidhinder ook al groot en de slaapruimtes bevinden zich aan de achterkant. Ze wijzen voorts op het “toenemende korte nachtverblijf in diverse vormen en de daarmee gepaard gaande populariteit van het nachtelijk gebruik van buitenruimtes aan de achtergevels”. Ik lees hierin een verwijzing naar de toenemende verhuur van woningen via Airbnb en dergelijke. Voor de Afdeling is er geen relevant verschil tussen de voorgevel en de achtergevel. In een dicht bebouwde stedelijke omgeving zoals Amsterdam moet ook aan de achtergevel enige geluidhinder worden geduld. In dit geval is niet aannemelijk gemaakt dat de toename van geluidhinder onaanvaardbaar groot zal zijn.

Verkeer

Reconstructie Lichtenvoorde: ABRvS 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1563

Het bestemmingsplan voorziet in een vierde aansluiting op een bestaande rotonde, onderdeel van de provinciale weg N313 aan de oostkant van Lichtenvoorde. Appellanten betogen dat gemeenteraad niet heeft onderkend dat sprake is van een reconstructie van een weg als bedoeld in de Wet geluidhinder. Zij stellen dat er ten onrechte rekening is gehouden met de toepassing van geluidreducerend asfalt. Zonder dat asfalt is de toename van de geluidsbelasting groter dan 2 dB.

De Afdeling bevestigt de vaste lijn dat met geluidreducerend asfalt rekening mag worden gehouden, wanneer dit een onderdeel vormt van de fysieke wijziging van de weg. In dit geval is er daardoor geen sprake van een reconstructie. De aanwezigheid van enkele verkeersdrempels zonder dit type asfalt doet daar niet aan af. De afstand waarover het geluidreducerend asfalt ontbreekt is erg klein in relatie tot de totale lengte van de Aaltenseweg, zodat het effect op de geluidsbelasting nihil is.

Voor enkele andere woningen zijn hogere waarden vastgesteld, omdat daar wel sprake is van een reconstructie.

Planschade

Planschade windturbines Heerhugowaard: ABRvS 21 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1637

Appellanten hebben een planschadeclaim ingediend vanwege twee bestemmingsplannen waarmee de bouw van drie windturbines mogelijk is gemaakt. Naar aanleiding van een eerdere tussenuitspraak is nader onderbouwd welke waardevermindering het gevolg is van de zicht-, schaduw- en geluidhinder van de windturbines. Het oorspronkelijke schadebedrag van € 20.000,-- per perceel is opgehoogd naar € 30.000,-- respectievelijk € 32.000,-- per perceel.

In het planschaderapport is gesteld dat de windturbines voldoen aan de geldende geluidnormen. Bij een maximale invulling van de gebruiksmogelijkheden van de tussenliggende gronden, zal het geluid van de windturbines vaak wegvallen tegen het omgevingsgeluid, behalve bij bepaalde ongunstige meteorologische omstandigheden. Ook in de nachtperiode zullen de windturbines hoorbaar zijn als dit niet wordt overstemd door het geluid van het tuincentrum of van de N242. Dat leidt tot enig planologisch nadeel, aldus het rapport.

Volgens de Afdeling is bij het bepalen van de geluidbelasting van de windturbines ten onrechte uitgegaan van de feitelijke situatie. Daardoor is niet duidelijk of het geluid van de windturbines cumuleert met het omgevingsgeluid of dat het inderdaad wordt overstemd. Er is ook geen rekening gehouden met mogelijke weerkaatsing tegen bebouwing die volgens het bestemmingsplan is toegestaan in het tussenliggende gebied. Het rapport is daardoor nog steeds onvoldoende om het besluit tot toekenning van deze planschadevergoedingen te onderbouwen. De besluiten worden vernietigd en het college van B en W zal zich opnieuw over deze zaak moeten buigen.

Dezonering industrieterrein voor transformatie naar woningbouw

Wijziging geluidzone industrieterrein Arnhem Noord: ABRvS 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1586

Transformatie gasfabrieksterrein Fluvium: ABRvS 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1541

Bij het wijzigen van de geluidzone is onvoldoende rekening gehouden met de inpassing van een metaalbewerkingsbedrijf en twee bedrijfswoningen die buiten het gezoneerde industrieterrein komen te liggen. Een nadere toelichting op deze uitspraken vindt u hier