Nalevingsverslagen gpp's 2015 gepubliceerd

redactie, december 2016

Op 12 december hebben de minister en de staatssecretaris de gpp-nalevingsverslagen over 2015 aan de Tweede Kamer gestuurd.

Sinds 1 juli 2012 is de geluidwetgeving SWUNG (hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer) van kracht. Met deze wet zijn geluidproductieplafonds ingevoerd op referentiepunten langs rijkswegen en hoofdspoorwegen. De infrabeheerders voor de rijksweg en het spoor, respectievelijk Rijkswaterstaat en ProRail, hebben de plicht om zorg te dragen voor de naleving van deze geluidproductieplafonds (gpp’s). Om aan deze plicht te voldoen, moeten zij jaarlijks in een verslag hierover rapporteren. Vanaf 2014 bestaat de plicht een nalevingsverslag op te stellen. Met het nalevingsverslag wordt niet alleen teruggekeken, maar ook vooruit. De bedoeling hiervan is dat op den duur (dreigende) overschrijdingen tijdig worden gesignaleerd en maatregelen worden getroffen, zodat de geluidproductie beheersbaar wordt gemaakt en gehouden.

Rijkswegen

Op 95,8% van de referentiepunten is de geluidproductie onder het geluidproductieplafond gebleven. Hiervan heeft 7,6% een vrijstelling en 0,1% een ontheffing. Voor 7,5% van de referentiepunten was de geluidruimte onder het plafond 0,5 dB of minder, en is sprake van een dreigende overschrijding. Voor 2,6% van de referentiepunten is het plafond daadwerkelijk overschreden (na correctie van onjuiste data in het geluidregister). Dit betreft 41 verschillende locaties. Een locatie kan meerdere referentiepunten bevatten.

Stijging overschrijdingen

Ten opzichte van het nalevingsverslag over 2014 is het aantal overschrijdingen op rijkswegen duidelijk hoger (1,4% in 2014 ten opzichte van 2,6% nu in 2015). Het percentage dreigende overschrijdingen is ten opzichte van 2014 ook toegenomen (4,7% in 2014 ten opzichte van 7,5% nu in 2015). Dreigende overschrijdingen, die vorig jaar zijn gerapporteerd, hebben op enkele trajecten inmiddels geleid tot een overschrijding. Deze zijn het directe gevolg van de groei van het verkeer. Daarnaast ontstaan door verkeersgroei nieuwe overschrijdingen, zonder dat deze eerder zichtbaar zijn geweest als dreigende overschrijding. De gemiddelde geluidruimte, zijnde het verschil tussen de geluidproductieplafonds en de geluidproductie, is afgenomen van 1,4 dB in 2014 tot 1,3 dB in 2015. Dit komt overeen met het verwachte effect van de groei van het verkeer die plaats vond in 2015. Het aanbrengen van fysieke geluidbeperkende maatregelen (het aanleggen van stiller asfalt en geluidschermen) kent een doorlooptijd van een aantal jaren, waardoor maatregelen die in de nalevingsverslagen over 2013 en 2014 aangekondigd zijn, nog niet allemaal gerealiseerd zijn.

Verwachte maatregelen

Van de 41 locaties op rijkswegen met daadwerkelijke overschrijdingen worden op 5 locaties Tracébesluiten met de bijbehorende geluidmaatregelen genomen of zijn er andere ontwikkelingen, die de overschrijding van de geluidproductieplafonds binnen vijf jaar oplossen. Voor de overige 36 locaties zullen geluidbeperkende maatregelen worden afgewogen volgens het wettelijke doelmatigheidscriterium. Naar verwachting zal dit op 18 van de 36 locaties leiden tot de aanleg van stiller asfalt of andere geluidbeperkende maatregelen, op het gehele traject of een deel ervan. Voor de resterende 18 locaties zijn naar verwachting geen doelmatige maatregelen beschikbaar. In die gevallen zal een procedure worden doorlopen tot verhoging van het geluidproductieplafond. In het volgende nalevingsverslag zal hierover worden gerapporteerd op basis van een meer gedetailleerde afweging.

Spoorwegen

Bij 0,4% van dat totaal aantal referentiepunten bij spoorwegen was in 2015 sprake van een gpp-overschrijding. Een klein deel van deze overschrijdingen is het gevolg van verschillen tussen het rekenmodel van de gpp’s en die voor de naleving, zonder dat er daadwerkelijk sprake is van meer geluid. Overschrijdingen als gevolg van meer/ander verkeer – met meer geluid ter plaatse - komen beperkt voor (op 0,3% van het totaal). Dat aantal ligt iets lager dan over het vorige jaar 2014 (0,6%).

Op de locaties met een overschrijding zullen er geluidbeperkende maatregelen worden afgewogen volgens het wettelijke doelmatigheidscriterium. Waar fysieke maatregelen niet doelmatig blijken te zijn, zal een procedure tot het wijzigen van geluidproductieplafonds worden voorbereid.

Voor de overschrijdingen op de onderstaande trajecten zijn de volgende maatregelen en opmerkingen beschreven in het nalevingsverslag:

  • Leeuwarden-Mantgum. De overschrijding op dit baanvak is reeds in het nalevingsverslag van 2013 gesignaleerd. Een procedure voor wijziging van de gpp’s is reeds doorlopen door ProRail. De gpp’s zijn per 2 september 2016 gewijzigd en de benodigde geluidreducerende maatregelen zijn aangebracht.
  • Zutphen–Winterswijk. De overschrijding op dit baanvak is reeds in het nalevingsverslag van 2013 gesignaleerd enbeschreven. De procedure voor de wijziging van de gpp’s is nog niet afgerond. Een aanvraag voor een tijdelijke ontheffing is in eerste instantie door de minister afgewezen. In 2015 is deze ontheffing opnieuw aangevraagd met aanvullende informatie en is deze verleend. Dit heeft er niet toe geleid dat al de overschrijdingen zijn voorkomen. Ik heb een procedure tot wijziging van de gpp’s in voorbereiding inclusief het onderzoek naar de benodigde geluidreducerende maatregelen.
  • Boskoop-Waddinxveen. Door de inzet van tijdelijk ander materieel in de herfstperiode in het kalenderjaar 2015 zijn hier enkele gpp’s overschreden. Een procedure voor wijziging van de gpp’s is in voorbereiding, uitgaande van het gewijzigde materieelinzet en wijzigingen aan de infra.
  • Dieren. Op het baanvak Deventer-Zwolle en Arnhem-Zutphen was in 2014 nog een overschrijding van de gpp’s. Deze is nu alleen nog slechts aanwezig bij het station Dieren op het traject Arnhem-Zutphen. ProRail bereidt de aanleg van raildempers op deze locatie voor.

Naast de overschrijdingen heeft ProRail conform de wetgeving, en indachtig de systematiek van SWUNG, in kaart gebracht waar de berekende geluidproductie 0,5 dB of minder onder het geldende geluidproductieplafond ligt. Bij 0,4% van het totale aantal referentiepunten is dat het geval. Er kon voor dit nalevingsverslag over 2015 nog niet beoordeeld worden of de ruimte hier inderdaad te beperkt is. Er zijn daarom nog geen maatregelen beschreven om een (dreigende) overschrijding van het GPP op deze punten tegen te gaan.

Bronnen: Rijkswaterstaat, ProRail, Rijksoverheid