RvS: alternatieven onderzoeken bij vergunning incidentele bedrijfssituatie

redactie, december 2016

In hoger beroep heeft de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State geoordeeld dat een verleende vergunning voor laden en lossen niet zonder meer had mogen worden afgegeven. In de incidentele bedrijfssituatie, die 12 keer per jaar was toegestaan, werden door de gemeente namelijk 'aanzienlijke' langtijdgemiddelde geluidniveaus toegestaan van 65 dB(A), terwijl de gemeente een onderzoek naar alternatieve locaties nog niet had afgerond. De Afdeling leidt hieruit af dat het besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Incidenteel gebruik laad- en loskade

Giethoorn telt 2620 inwoners en is bekend door zijn vele bruggetjes, waterwegen en punters. Het wordt wel het 'Hollands Venetië' genoemd. Een deel van de percelen in Giethoorn is dan ook slecht bereikbaar over de weg. Voor die percelen vindt het vervoer voornamelijk over water plaats. Daarvoor zijn loswallen nodig. Het is onbestreden dat het voor Giethoorn van groot economisch belang is om een loswal te realiseren. Het gebruik van een loswal gaat echter gepaard met laad- en losactiviteiten die tot een hoge geluidbelasting kunnen leiden. De gemeente Steenwijkerland heeft een vergunning verleend om een loswal te realiseren.

Het college heeft daarbij voorschriften gesteld om het gebruik van de loswal te beperken. Voorschrift 1 bepaalt, kort weergegeven, onder meer dat maximaal 52 dagen per jaar maximaal één ponton mechanisch mag worden geladen en gelost met een zogenoemde zelflader. De zelflader mag daarbij maximaal een uur in bedrijf zijn.
Voorschrift 2 bepaalt in aanvulling, kort weergegeven, onder meer dat twaalf dagen per jaar twee pontons mechanisch mogen worden geladen en gelost met een dieselaangedreven kraan. Die kraan mag gedurende maximaal vier uur in bedrijf zijn.

Piekgeluiden

Wat het maximale geluidniveau betreft, ziet de Raad van State geen probleem in de vergunning. In artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder b, van het Activiteitenbesluit is namelijk bepaald dat in de dagperiode de daarvoor gestelde, en in tabel 2.17a opgenomen, maximale geluidniveaus niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten. Het college heeft gelet hierop terecht geconcludeerd dat de bij het in de dagperiode gebruiken van de loswal optredende maximale geluidniveaus niet leiden tot overschrijding van de in het Activiteitenbesluit gestelde geluidnormen. In dat opzicht is er geen grond voor het oordeel dat het vergunnen van het gebruik van de loswal leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Incidentele equivalente geluidniveaus

Bij de maximaal 52 keer per jaar toegestane laad- en losbewegingen gedurende één uur in de dagperiode is het toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau 56 dB(A) op de nabijgelegen woning woning Kerkweg 50a. Dit is volgende de Afdeling 'enigszins' hoger dan de in het Activiteitenbesluit milieubeheer genoemde waarde van 50 dB(A), en voor deze situatie daarom niet onaanvaardbaar.

Bij de maximaal twaalf keer per jaar toegestane laad- en losbewegingen treedt gedurende vier uur op de woning Kerkweg 50a een 'aanzienlijk' hoger geluidniveau op dan deze waarde, namelijk 65 dB(A). De Afdeling acht het aannemelijk dat het niet mogelijk is om maatregelen te treffen om deze geluidbelasting te beperken. Aangezien het geluidniveau 'aanzienlijk' is, kan het woon- en leefklimaat slechts in redelijkheid aanvaardbaar worden geacht indien niet op korte termijn een geschiktere locatie - waarbij ook bereikbaarheid van de locatie, kosten voor aanpassingen en de ligging van een locatie in een beschermd natuurgebied een rol spelen - voorhanden is. Ter zitting is echter gebleken dat het college nog bezig is met een onderzoek naar alternatieve locaties. De Afdeling leidt hieruit af dat het besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Bron (met uitspraak): Rechtspraak