|
Redactie TV-programma De Monitor vraagt tips over 'foute' rekenmodellen |
|
KRO-NCRV, 25 januari 2017
De website van TV-programma De monitor vraagt aandacht voor akoestische rekenmodellen. Hun conclusie en eindvraag is: Betrouwbaarheid rekenmodellen Om te bepalen hoeveel geluidoverlast een snelweg produceert, maakt Rijkswaterstaat gebruik van rekenmodellen. Die voorspellen hoeveel decibel je hoort als je op een bepaalde plek langs de weg woont. Maar hoe betrouwbaar zijn deze modellen? De uitkomsten blijken namelijk niet altijd eenduidig te zijn. En dan is de vraag: welke is geldend? Vorige week ontmoette de redactie van De monitor hun tipgever Paul van Nieuwenhuyzen. Hij kreeg in 2012 te maken met de aanleg van een nieuwe snelweg achter zijn huis, maar kwam volgens de rekenmodellen van Rijkswaterstaat niet in aanmerking voor geluidswerende middelen. Vijf jaar later bleek Rijkswaterstaat er toch naast te zitten; Paul kwam wel degelijk in aanmerking voor geluidswerende middelen. En dus kan er best veel van deze rekenmodellen afhangen, zo blijkt uit het verhaal van Paul. Of je wel of niet voor een geluidswal in aanmerking komt bijvoorbeeld. En als je daarvoor in aanmerking komt, hoe hoog en breed deze geluidswal dan moet zijn zodat je niet teveel geluidoverlast krijgt. We vragen ons daarom af: hoe betrouwbaar zijn deze rekenmodellen en hoe kan je als burger toetsen of een instantie zoals Rijkswaterstaat ze ook juist uitvoert? Een paar uur nadat de De Monitor-redactie het verhaal van Paul op de website hebben geplaatst, krijgen ze een e-mail van een oud-geluidsdeskundige: ’Rekenmodellen die wegverkeerlawaai moeten voorspellen zijn uitermate complex en derhalve zeer gevoelig voor wat je invoert. Zeker voor de burger zijn deze rekenmodellen om die reden nauwelijks controleerbaar.’ Verschillende rekenuitkomsten De Monitor-redactie besluit een rondje te bellen met een vijftal mensen die de titel ‘akoestisch adviseur’ dragen en zij bevestigen dit beeld. ‘De uitkomst van een rekenmodel is van zoveel variabelen afhankelijk, dat het voor een buitenstaander - zelfs voor een geluidsdeskundige - moeilijk na te bootsen is. Met andere woorden: als je dezelfde situatie voorlegt aan drie verschillende geluidsdeskundigen, kan het goed zijn dat je ook drie verschillende rekenuitkomsten krijgt.’ ‘Oke, maar hoe kan dat dan?’ vragen we de adviseurs. ‘Dat komt doordat de uitkomst afhankelijk is van de keuzes die je maakt qua invoer. De ene geluidsdeskundige maakt daarin een andere afweging dan de andere. Dat betekent overigens niet dat de ene uitkomst goed is en de andere fout. Het gaat er uiteindelijk om of je je keuzes goed kan motiveren. Zo kan het zijn dat je drie verschillende uitkomsten hebt en ze alledrie toch juist zijn. Het blijft immers een voorspelling van de werkelijkheid.’ Voor de burger hangt er echter best veel van deze rekenuitkomsten af. In het geval van Paul of hij bijvoorbeeld wel of niet voor geluidswerende middelen in aanmerking komt. ‘In Nederland is het inderdaad zo geregeld dat de maximale geluidbelasting op eentiende van een decibel nauwkeurig is vastgelegd in de wet, terwijl de rekenuitkomsten niet altijd eenduidig hoeven te zijn. Dat kan voor sommige burgers net verkeerd uitpakken. Maar ook net goed,’ aldus een van de adviseur.. Oproep Rekenmodellen die wegverkeerlawaai moeten voorspellen zijn dus uitermate complex en zeer gevoelig voor wat je invoert. Tegelijkertijd bepalen die rekenmodellen of een weg wel of niet mag worden aangelegd en of jij als burger wel of niet in aanmerking komt voor geluidswerende middelen als jij naast die weg woont. De Monitor-redactie kan zich daarom voorstellen dat bedrijven en overheden wel eens in de verleiding komen om deze rekenmodellen naar hun hand te zetten. Maar is dat ook zo? Heb jij hier een tip over, meld het dan via demonitor@kro-ncrv.nl. Bron: KRO-NCRV |
| footer |