Een nieuwe dove gevel: een gevel met gevoel

Erik Willighagen (Alcedo), 27 januari 2017

Het begon allemaal al in de ’90-er jaren. Vanuit de wens om woningen te integreren met een geluidswal en toch woningbouw op te hoog belaste locaties mogelijk te maken, werd de dove gevel geboren. Vrij vertaald: als een gevel geen te openen delen bevat, hoef je bij deze gevel niet te toetsen aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder.

Al snel volgde er een nuancering. Als een gevel enkel bij uitzondering te openen delen bevat, hoeft ook niet te worden getoetst. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld een verhuisraam. Natuurlijk moet de geluidswering voldoende zijn voor een aanvaardbaar binnenniveau.

Prima oplossing, zo lijkt het. Je kunt woningen bouwen op hoog geluidsbelaste locaties en in de woning is een aanvaardbaar geluidsniveau gewaarborgd. Doordat te hoog belaste gevels geen te openen delen bevatten, worden de bewoners ook niet verleid om stiekem toch een raampje open te zetten. Een gedegen slot op de deur ter bescherming van de gezondheid.

De praktijk is helaas weerbarstig. Toepassing van dove gevels blijkt ten koste te gaan van gebruiksgemak. Architecten hebben soms grote moeite om een nog enigszins aanvaardbare woningindeling te maken en inmiddels worden dove gevels ook veelal ontmoedigd in gemeentelijk geluidbeleid. De dove gevel stuit op veel onbegrip en leidt soms zelfs tot hilariteit bij zowel deskundigen als niet-deskundigen.

Probeert u de volgende casus eens uit te leggen aan uw buurman:
Er wordt een plan ontwikkeld voor een woongebouw. De voorzijde van het gebouw kijkt uit richting een autosnelweg. De geluidsbelasting vanwege deze weg is met 54 dB net iets hoger dan de maximale grenswaarde van 53 dB voor een autosnelweg. Als maatregel resteert hier een dove gevel.
Aan de zijkant van het gebouw ligt een drukke lokale weg. De geluidsbelasting voldoet met 63 dB aan de maximale grenswaarde voor deze weg. In deze gevel mogen wél te openen delen worden opgenomen.
Samengevat: een te openen deel is in deze situatie wél toegestaan in de hoogst belaste gevel en is níet toegestaan in de minder belaste gevel.

Dit voorbeeld leidt ongetwijfeld tot enkele opgetrokken wenkbrauwen. Elke logica ontbreekt.

De zuivere uitleg van het begrip dove gevel leidt ook op andere vlakken tot onbegrip. Dat komt voort uit het begrip “gevel”. Volgens artikel 1 van de Wet geluidhinder scheidt een gevel een ruimte in een woning van de buitenlucht. Als sprake is van een dove gevel mogen daarin geen te openen delen worden aangebracht. Het maakt daarbij niet uit welke ruimte zich achter die gevel bevindt. Een uitzetraam in bijvoorbeeld een toilet, badkamer, zolder of bijkeuken is daarmee taboe. Kennelijk is dit ingegeven doordat het Bouwbesluit een vrije indeelbaarheid van een woning kent, en daarmee de vrees dat eigenaren er toch stiekem een geluidsgevoelige ruimte van zouden kunnen maken.

Het voorgaande leidt ertoe dat er krampachtig wordt gezocht naar gekunstelde oplossingen om binnen de rigide kaders van de Wet geluidhinder te blijven. De praktijk is echter dat waar dove gevels worden gerealiseerd, er heel vaak toch weer te openen delen in worden gemaakt. Ook al is dat formeel niet toegestaan. De bewoners willen kennelijk toch meer gebruiksgemak. De dove gevel wordt gezien als onnodig betuttelend.

Kan dat nu niet anders? Nee, zeggen sommigen, want dat gaat ten koste van de gezondheid. Maar is dat ook altijd zo? Wat is er op tegen dat een toilet of een badkamer een uitzetraam heeft? Gaat het ten koste van de gezondheid als een bijkeuken een deur naar de tuin heeft? Wat is er mis met een draairaam in een dove gevel als in dezelfde ruimte ook een draairaam aan een rustiger zijde aanwezig is? Gaat dit ten koste van de volksgezondheid? Dat hoeft niet. De bewoner heeft immers zelf de keuze en zal meestal kiezen voor het raam aan de rustigere zijde. Maar hij kán wel het andere raam openen als hij dat wil.

Momenteel worden plannen ontwikkeld om de Wet geluidhinder op te laten gaan in de Omgevingswet. Dit is een uitgelezen kans om de dove gevel aan te pakken. Dat hoeft echt niet ingrijpend. Zo zou het begrip “gevel” cq “dove gevel” alleen betrekking moeten hebben op verblijfsruimten. Daarmee vervalt de toetsing bij onder andere badkamers en bijkeukens.
Ook zou een te openen deel in een dove gevel mogen worden opgenomen als dezelfde verblijfsruimte ook een te openen deel heeft aan een rustigere zijde waar wel aan de maximale grenswaarde wordt voldaan. Voorwaarde blijft uiteraard dat het binnenniveau, net als nu, moet voldoen aan alle eisen.

Twee kleine wijzigingen die het gebruiksgemak van de woningen sterk kunnen verbeteren.
Gekunstelde oplossingen worden beperkt en van wezenlijke negatieve gevolgen voor de gezondheid hoeft geen sprake te zijn.

En die vrees voor de vrije indeelbaarheid dan? Dat is eenvoudig te ondervangen door een planregel op te stellen, zoals op dit moment ook al wordt gedaan als een dove gevel moet worden toegepast.

Een rondgang langs verschillende gemeenten en regionale uitvoeringsdiensten leert dat een dergelijke wijziging breed wordt gesteund. In beleidstukken wordt hier en daar ook al stiekem in deze richting gewerkt. De GGD Werkgroep Geluid heeft inmiddels de Minister van I&M geadviseerd de dove gevel te schrappen. Een goede ontwikkeling. Laat dit het begin zijn voor een nieuwe dove gevel: een gevel met gevoel.