Overzicht jurisprudentie
februari - maart 2017

Daniëlla Nijman, Holla Advocaten, maart 2017

De Afdeling heeft een groot aantal zaken behandeld waarin geluidproblematiek aan de orde was. Hieronder volgt een selectie van enkele lezenswaardige uitspraken.

Gebiedsontwikkeling Ooijen - Wanssum

Drie uitspraken betreffen de gebiedsontwikkeling bij Ooijen en Wanssum. Voor het provinciale inpassingsplan zijn hogere waarden vastgesteld voor industrielawaai en verkeerslawaai.

Hogere waarde industrielawaai: ABRvS 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:489

Het college van B en W heeft hogere waarden vastgesteld vanwege de uitbreiding van het industrieterrein. Bronmaatregelen zijn geen alternatief voor een hogere waarde, omdat het plan er juist op is gericht om meer geluidruimte te bieden voor bestaande en nieuwe bedrijven. Overdrachtsmaatregelen zijn evenmin doelmatig omdat de containerterminal op grote afstand staat en de geluidbronnen zich op 15 tot 20 meter hoogte bevinden. De gecumuleerde geluidbelasting met verkeerslawaai bedraagt 61 dB(A). Het gemeentelijk beleid laat toe dat 3 dB meer wordt toegestaan dan de ten hoogste vast te stellen hogere waarde, in dit geval 60 dB(A) voor de rondweg. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarde van het gemeentelijke beleid dat minimaal één geluidluwe gevel aanwezig moet zijn, maar die eis geldt alleen voor nieuwe woningen en niet voor bestaande woningen.

Hogere waarde verkeerslawaai: ABRvS 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:490

Het college van GS heeft de hogere waarden vastgesteld voor de nieuwe rondweg. Er wordt geluidreducerend asfalt aangelegd. Een scherm is financieel niet doelmatig. Ook hier wordt de cumulatie met industrielawaai beoordeeld. Het provinciaal beleid schrijft eveneens een geluidluwe gevel voor. Anders dan het gemeentelijk beleid geldt dit ook voor bestaande woningen. Het provinciaal beleid biedt echter een bruikbare uitzondering voor een "dynamische omgeving waar geen wezenlijke verslechtering plaatsvindt". Omdat in de autonome situatie een gecumuleerde belasting optreedt van 63 dB(A) is de nieuwe situatie met 61 dB(A) een verbetering. GS hebben dit mogen meewegen, alsmede het feit dat de nieuwe situatie het voor veel woningen beter maakt.

Provinciaal Inpassingsplan: ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:708

Een aantal bewoners heeft beroep ingesteld, omdat het gebruik van hun woning voor de tweede keer onder het overgangsrecht is gebracht. In dit geval mocht de provincie voor een uitsterfregeling kiezen, omdat voortzetting van het woongebruik in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het woongebruik zal daadwerkelijk worden beëindigd binnen de planperiode, desnoods via onteigening.

Voor een recreatiewoning is een geringe overschrijding van de voorkeurswaarde voor verkeerslawaai met 1 dB acceptabel. De overweging is dat de recreatiewoning niet permanent wordt bewoond en de plannen tot gevolg hebben dat de geluidsituatie voor veel woningen in de kern verbetert.

Wet geluidhinder

Woningbouw bij industrie, ABRvS 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:771
Uitwerkingsplan voor woningbouw binnen de geluidzone van het industrieterrein van DSM. Het college heeft hogere grenswaarden vastgesteld om dit inpasbaar te maken. DSM stelt dat het niet duidelijk is waar de 20 woningen precies komen, omdat er geen bouwvlakken zijn opgenomen. In dat geval is geen sprake van geprojecteerde woningen in de zin van artikel 45 Wet geluidhinder. Op zich is dat juist, maar de Afdeling verwijst naar artikel 59 Wgh dat van overeenkomstige toepassing is op nieuw te bouwen en nog niet geprojecteerde woningen. Het wettelijk systeem verzet zich er niet tegen dat voor de 20 woningen binnen het bestemmingsvlak een hogere grenswaarde van 55 dB(A) wordt opgenomen. Dat in een hoek van het plangebied een geluidbelasting van 56 dB(A) optreedt is geen belemmering. Binnen het plangebied resteren er voldoende bouwmogelijkheden waarbij de geluidbelasting van de te realiseren woningen wel binnen de vastgestelde hogere waarden kan blijven. Bovendien bieden de planregels een waarborg, omdat de bouw van geluidsgevoelige objecten alleen is toegestaan indien ter plaatse aan de hogere grenswaarde kan worden voldaan.

Ruimtelijke ordening

Rijroute naar manege, ABRvS 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:466
Het akoestisch onderzoek voor Ponyhof Femke gaat uit van een bepaalde rijroute over het terrein voor verkeer naar de rijhal. Die route loopt echter over gronden die planologisch niet mogen worden gebruikt als toegangsweg. De Afdeling past de bestuurlijke lus toe zodat de gemeente een planregeling kan vaststellen waardoor het verkeer de rijhal daadwerkelijk kan bereiken. Het akoestisch onderzoek hoeft dan niet te worden aangepast.

Laden en lossen, ABRvS 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:469
Het bestemmingsplan voorziet in een nieuwe supermarkt. Omwonenden willen dat via de planregels wordt gegarandeerd dat er niet in de avonduren of op zondag laad- en losbewegingen plaatsvinden. In dit geval is de hoofdregel van toepassing dat het de verantwoordelijkheid van de exploitant is om aan het Activiteitenbesluit te voldoen. Als er toch in de avonduren of op zondag wordt gelost en daarmee de normen van het Activiteitenbesluit worden overschreden is dat een kwestie van handhaving.

Maximale planologische mogelijkheden, ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:681
Een bedrijf dat o.a. actief is in grondverzet wordt verplaatst naar het buitengebied. Voor de langtijdgemiddelde niveaus is aangesloten bij het soepelere gemeentelijk geluidbeleid in plaats van de Handreiking. Voor de piekniveaus is wel aangesloten bij de Handreiking. De Afdeling brengt in herinnering dat het akoestisch onderzoek niet hoeft uit te gaan van de maximale planologische mogelijkheden, maar van een representatieve invulling daarvan. In de uitspraak wordt het akoestisch rapport uitgebreid besproken. Er zijn weliswaar enkele gebreken, maar uit het deskundigenrapport van de StAB blijkt dat de eindconclusie overeind kan blijven. De gebreken in het akoestisch rapport zijn daarom voor de Afdeling geen reden om het plan te vernietigen.

Verkeersbesluit 30 km/uur, ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:706
Het bestemmingsplan voorziet in een ontsluitingsweg voor een nieuwbouwwijk. Het akoestisch onderzoek gaat uit van een maximumsnelheid van 30 km/uur. Appellant voert aan dat er nog geen verkeersbesluit is genomen en er ook geen voorwaardelijke verplichting is opgenomen om te garanderen dat dit gebeurt. De Afdeling neemt er genoegen mee dat de gemeenteraad ter zitting heeft verklaard dat het verkeersbesluit zal worden genomen voordat de weg wordt opengesteld. Omdat de gemeente dit in zijn macht heeft is een voorwaardelijke verplichting niet nodig. Dit is in lijn met eerdere jurisprudentie.

Woningbouw nabij tenniscomplex, ABRvS 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:777
Aan richtafstand VNG-brochure wordt niet voldaan. Met behulp van akoestisch onderzoek wordt onderbouwd dat niettemin sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De richtwaarden van de VNG-brochure zijn als toetsingskader gebruikt. De tennisvereniging stelt dat zij wordt beperkt in de bedrijfsvoering, omdat zij met de berekende langtijdgemiddelde geluidniveaus van 48 dB(A) in de avondperiode niet aan het Activiteitenbesluit kan voldoen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat is gerekend inclusief stemgeluid, maar dit wordt buiten beschouwing gelaten bij de toetsing aan het Activiteitenbesluit. Dan kan wel worden voldaan. Na een discussie over de representatieve bedrijfssituatie en cumulatie met spoor- en verkeerslawaai, blijft het bestemmingsplan overeind.

Wabo milieu

Voorschriften veranderingsvergunning, ABRvS 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:730
Omgevingsvergunning milieu voor uitbreiding melkrundveehouderij. Aan de veranderingsvergunning zijn geen geluidvoorschriften verbonden, zodat de voorschriften van de eerder verleende omgevingsvergunning milieu van toepassing zijn. Het bevoegd gezag had echter niet op de aanvraag mogen beslissen zonder eerst een geluidrapport te verlangen en te beoordelen of in de nieuwe situatie aan die geluidvoorschriften kan worden voldaan. Uit het naderhand opgestelde geluidrapport blijkt dat er een probleem ontstaat bij het inkuilen in de nachtperiode. De rechtbank heeft dit opgelost door een aanvullend voorschrift te verbinden aan de onderliggende vergunning en maximale geluidniveaus vast te stellen voor het maximaal 7 keer per jaar inkuilen in de nachtperiode. De Afdeling keurt deze werkwijze van de rechtbank goed. Bij het verlenen van een veranderingsvergunning kan het namelijk nodig zijn om voorschriften te stellen die voor de gehele inrichting gelden. Laat het bevoegd gezag dat na, dan kan de rechtbank daar zelf in voorzien.

Activiteitenbesluit

Geluid winkelwagens, ABRvS 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:468
Aan een supermarkt in Schiedam zijn maatwerkvoorschriften opgelegd om ervoor te zorgen dat het geluid van de winkelwagens voldoet aan het Activiteitenbesluit. Door gebruik te maken van magneetstrips moet worden voorkomen dat de winkelwagens te ver de weg op worden meegenomen richting omliggende woningen. De werking ervan moet wekelijks worden gecontroleerd en bijgehouden in een logboek. Ook moet geluidarme bestrating worden aangebracht. Appellant voert aan dat als de wagentjes door de magneetstrip blokkeren en toch verder worden getrokken het nog meer lawaai maakt. De Afdeling oordeelt dat het erom gaat of de maatwerkvoorschriften als geheel, bij naleving daarvan, afdoende zijn om aan de geluidnormen te voldoen.

Overig

Coronageluid hoogspanningsverbinding, ABRvS 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:752
De Minister heeft aan VarioHippique een gedoogplicht opgelegd voor de aanleg en instandhouding van de Randstad 380 kV hoogspanningsverbinding Beverwijk-Vijfhuizen. Punt van discussie is de mate van hinder die de paarden ondervinden van het coronageluid dat optreedt bij opstijgpunten voor hoogspanningsverbindingen. De deskundigen zijn het o.a. niet eens over de vraag of het een knetterend geluid is en daarmee piekgeluid, of een gelijkmatig brommend geluid met een continu karakter waar de paarden aan kunnen wennen. Op basis van de verschillende onderzoeken en rapporten concludeert de Afdeling dat de hinder niet dusdanig ernstig is dat de gedoogplicht niet kon worden opgelegd.