|
Pluimveehouder moet spectraal geluid meten en minder mest aanvoeren |
|
redactie, april 2016 Een pluimveehouder in Nederweert (Limburg) mag niet vaker dan één keer per week mest van opfokhennen aanvoeren. Tot dat oordeel kwam Rechtbank Limburg. Daarnaast zal de gemeente onderzoek moeten doen naar mogelijk (tonale) geluidshinder. Een omwonende had geklaagd over onder andere geluidhinder van het bedrijf en had gemeente Nederweert gevraagd handhavend op te treden tegen de pluimveehouder. De gemeente was het eens met de omwonende dat de totale frequentie van mestaanvoer te hoog lag. Daarop werd de pluimveehouder erop gewezen dat hij zich moest houden aan de regels. Maar daadwerkelijk handhavend optreden deed de gemeente niet. Gemiddelde Op grond van de vigerende vergunning mag maximaal één keer per week mest van opfokhennen worden aangevoerd.
De rechtbank volgt de pluimveehouder niet in diens betoog dat gemiddeld één keer per week mest mag worden aangevoerd.
Omdat uit de door pluimveehouder overgelegde registratie blijkt dat iedere vier à vijf dagen mest wordt aangevoerd, heeft
de gemeente zich tevens bij het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat vergunninghouder in overtreding is. Spectrale analyse De appelant betoogt verder dat er ten onrechte geen gezamenlijke auditieve waarneming heeft plaatsgevonden en ten onrechte geen specialistische meting me teen spectrale analyse is uitgevoerd. Volgens de appelant worden de ventilatoren ’s nachts niet geheel uitgeschakeld en treedt ’s nachts (door de V-snaar) laagfrequent geluid op. In de vergunning staat dat binnen 6 maanden nadat de vergunning in werking is getreden en de inrichting volledig in werking is gebracht, door middel van een akoestisch onderzoek aan het bevoegd gezag moet worden aangetoond dat aan de geluidvoorschriften van de vergunning wordt voldaan. In verband met de weersomstandigheden kon geen meting worden uitgevoerd om concreet te kunnen bepalen of sprake is van tonaal geluid en of sprake is van overschrijding van de geluidvoorschriften uit de vergunning. Daartoe is einde augustus/begin september 2015 een directe immissiemeting gepland, waarmee aan de beroepsgrond van eiser wordt tegemoet gekomen, aldus verweerder. Bij de behandeling van het beroep ter zitting is gebleken dat het geplande onderzoek nog geen doorgang had gevonden. Het vereiste onderzoek heeft niet plaatsgevonden, waardoor het besluit onzorgvuldig is voorbereid en een toereikende motivering ontbeert. Bronnen: Boerderij, Rechtspraak (met hele uitspraak) |
| footer |