Uitstel omgevingswet naar 2019

redactie, juni 2016

De omgevingswet gaat naar verwachting niet in 2018 in, maar pas in 2019. Om een zorgvuldige afhandeling van het wetgevingsproces te waarborgen, heeft minister Schultz van Infrastructuur en Milieu de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschoven naar voorjaar 2019 verschoven. De minister geeft in haar brief aan de Tweede Kamer aan: "Vanuit een zorgvuldig proces, waarbij voldoende tijd wordt genomen voor de parlementaire behandeling en de implementatie, is het niet langer mogelijk om eind 2018 te starten met het nieuwe stelsel. Het eerst mogelijke moment van inwerkingtreding van de stelselherziening wordt voorjaar 2019. Een en ander is natuurlijk ook afhankelijk van de uitkomsten van de parlementaire behandeling van de verschillende onderdelen van de stelselherziening en de politieke constellatie na de landelijke verkiezingen van maart 2017."

Dat het invoeren van de Omgevingswet is uitgesteld van 2018 naar 2019, is wel jammer maar zeker geen ramp voor de ontwikkeling van duurzame projecten, zoals windmolenparken. Dat vindt Daniël Verburg, adviseur gebiedsontwikkeling en ruimtelijke ordening bij LBP|Sight. “Dat jaar uitstel is jammer omdat de nieuwe Omgevingswet een goede stap zou zijn in het bundelen van en meer samenhang brengen in de wetgeving, maar een zorgvuldige voorbereiding is ook belangrijk”, aldus Verburg, “en daarvoor hebben ze in Den Haag kennelijk meer tijd nodig.” De adviseur van LBP|SIGHT beschouwt de komst van de Omgevingswet zeker als een verbetering. “Met die wet bundelt de overheid de regels voor ruimtelijke projecten”, licht hij toe. De Omgevingswet is gericht op de fysieke leefomgeving, wat betekent dat milieu-, duurzaamheids- en ruimtethema’s gedurende de planvorming integraal moeten worden afgewogen. “Concreet komt dat er op neer, dat er meer aandacht en ruimte komt voor duurzame projecten”, aldus Verburg.

Draagvlak en participatie

Belangrijk in de Omgevingswet is verder dat door het loslaten van sectorale ontwikkelingen en beslissingen plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar kunnen worden afgestemd en dat meer verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer wordt gelaten. “Er komen minder regels en er is straks meer ruimte voor waarden als betrokkenheid en samenwerking van burgers”, aldus Verburg. “De focus komt dus meer te liggen op draagvlak en participatie. Bij grootschalige projecten wordt het verplicht de participatie van onder meer burgers vroegtijdig in het traject te regelen. En heel duidelijk moet worden vastgelegd hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van een project zijn betrokken.”

‘Uiterst zorgvuldig’

Maar lastig is, geeft Verburg aan, dat nog lang niet helemaal helder is wat de inhoud en uitwerking van de Omgevingswet gaan worden. “De vraag is bijvoorbeeld, hoe maatregelen voor onder meer geluid, slagschaduw, externe veiligheid en natuur worden vastgelegd.” Het wachten is op de diverse AMvB’s, de Algemene Maatregelen van Bestuur, die de basis moeten vormen waarop de nieuwe wet gestalte krijgt.

Detailplanning

In de Kamerbrief staat verder over de planning het volgende: "Zoals eerder is aangekondigd, zal de Raad van State de voorstellen voor de AMvB’s en de Invoeringswet in samenhang kunnen bezien. Ik hoop dat de voorhangprocedure van de AMvB’s voor de geplande verkiezingen van 15 maart 2017 kan worden afgerond, zodat de inbreng kan worden verwerkt en de voorstellen voor de Invoeringswet en de AMvB’s voor de zomer van 2017 gelijktijdig aan de Afdeling advisering van de Raad van State kunnen worden aangeboden. Na de verwerking van het advies van de Raad van State en het opstellen van het Nader Rapport, zal het wetsvoorstel dan aan uw Kamer worden toegezonden."

Bronnen: Tweede Kamer (pdf), LBP|Sight