Nalevingsverslagen GPP's 2014 openbaar

Rijksoverheid, 13 januari 2016

Op 1 juli 2012 is de nieuwe geluidwetgeving SWUNG (hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer) in werking getreden. Met deze wet zijn geluidproductieplafonds ingevoerd op referentiepunten langs rijkswegen. De wegbeheerder heeft de plicht zorg te dragen voor de naleving van deze geluidproductieplafonds.

Het nalevingsverslag waar deze nota van bevindingen op ziet betreft de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen naar aanleiding van het nalevingsverslag gegeven.

Rijkswegen

Op slechts 1,4% van de referentiepunten is het plafond daadwerkelijk overschreden. Dit betreft 28 verschillende locaties. Van de 28 wegvakken met daadwerkelijke overschrijdingen worden op twee locaties Tracébesluiten met de bijbehorende geluidmaatregelen genomen, waarmee de overschrijding van de geluidproductieplafonds binnen vijf jaar wordt opgelost. Voor de overige 26 wegvakken (locaties) zullen geluidbeperkende maatregelen worden afgewogen volgens het wettelijke doelmatigheidscriterium. Naar verwachting zal dit op 17 van de 26 wegvakken leiden tot de aanleg van stiller asfalt of andere geluidbeperkende maatregelen. De uitvoering van geluidsmaatregelen wordt zoveel mogelijk gecombineerd met andere werkzaamheden, zoals groot onderhoud en infrastructuurprojecten.

Voor de overige 9 locaties zijn naar verwachting geen doelmatige maatregelen beschikbaar. In die gevallen zal een procedure moeten worden doorlopen tot verhoging van het geluidproductieplafond. In het volgende nalevingsverslag zal hierover worden gerapporteerd op basis van een meer gedetailleerde afweging.

Validatiemetingen RIVM

Het RIVM heeft de voor het vorige verslagjaar (2013) berekende geluidproductie gevalideerd. Het verschil tussen de gemeten en berekende geluidproductie voor rijkswegen bedraagt over 2013 gemiddeld 2,4 dB (hoger gemeten). Het betreft een aftrek in verband met het stiller wegverkeer in de komende jaren en de invloed van neerslag en temperatuur op de geluidemissie. Vooralsnog ziet het RIVM geen aanleiding te adviseren het reken- en meetvoorschrift te herzien. Het RIVM neemt hierbij meerdere jaren in ogenschouw.

Spoorwegen

Bij 0,8 % van het totaal aantal punten was in 2014 sprake van een GPP-overschrijding. In het algemeen vindt er onderzoek plaats naar te treffen maatregelen als aanleg van raildempers, geluidschermen en het minder ruw maken van de spoorstaaf (zgn. 'akoestisch slijpen'). Er wordt tevens gekeken naar (de inzet van) het materiaaltype.

Voor de overschrijdingen op de onderstaande trajecten zijn de volgende maatregelen en opmerkingen beschreven in het nalevingsverslag:

  • Leeuwarden - Mantgum. De overschrijding op dit baanvak is reeds in het nalevingsverslag van 2013 gesignaleerd. Een procedure voor wijziging van de gpp's is opgestart.
  • Zutphen - Winterswijk. De overschrijding op dit baanvak is reeds in het nalevingsverslag van 2013 gesignaleerd en beschreven. De procedure voor de wijziging van de gpp's is nog niet afgerond. Een aanvraag voor een tijdelijke ontheffing is in eerste instantie door het Ministerie afgewezen. De aanvraag voor een dergelijke ontheffing over het jaar 2015 wordt nu aangevuld door ProRail.
  • Deventer - Zwolle. Door de grotere inzet van een bepaald type reizigersmaterieel is hier een nieuwe overschrijding ontstaan. ProRail zal voor dit baanvak bezien of een gpp-wijzigingsprocedure nodig is.

 

Bron (met het volledige verslag en brief aan de Tweede Kamer): Rijksoverheid