RvS: Minister moet geluidhinder AWACS herbeoordelen

redactie, maart 2016

Bij besluit van 14 augustus 2012 heeft de minister het verzoek van de Vereniging Stop Awacs Overlast om maatregelen te treffen die leiden tot beëindiging van de geluidsoverlast door AWACS-vliegtuigen in Schinveld afgewezen. Het verzoek van de vereniging was om het geluid te reduceren tot maximaal 88 dB(A) LAmax. De reden van de afwijzing was dat er volgens toenmalige minister Hans Hillen geen geluidsnormen gelden voor militaire luchtvaart en er bovendien geen wettelijke mogelijkheden zijn om maatregelen te treffen. De Raad van State stelt nu dat de minster wel degelijk geluidnormen had moeten betrekken in zijn besluit.

Hoger beroep

De vereniging heeft eerder bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De minister heeft dit bezwaar op 22 maart 2013 ongegrond verklaard. Daarop stapte de vereniging naar de rechtbank Limburg. Die verklaarde haar beroep in januari 2015 ongegrond. Naar het oordeel van deze lagere rechtbank gelden in Nederland geen maximale geluidniveaus voor de militaire luchtvaart.

De vereniging is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens haar is de minister namelijk wel bevoegd om maatregelen te treffen tegen de geluidsoverlast. Zo kan de minister volgens haar op grond van de NAVO-binnenvliegregeling toestemming om aan het luchtverkeer deel te nemen intrekken of wijzigen. Ook zou hij voorwaarden kunnen stellen aan de toestemming. Nederland blijft bevoegd over haar eigen luchtruim en de minister kan zich niet verschuilen achter de verplichtingen die in NAVO-verband zijn aangegaan om AWACS-vliegtuigen op Nederlands grondgebied toe te laten, aldus de vereniging.

NAVO regeling

Artikel 1 en 2 van de NAVO-binnenvliegregeling luiden:

Artikel 1.1. Vreemde militaire luchtvaartuigen van de landen, aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, mogen zich begeven binnen het Nederlands rechtsgebied en aldus aan het luchtverkeer deelnemen, alsmede landen op en opstijgen van de in de Militaire Luchtvaartgids Nederland (MIL AIP) vermelde militaire luchtvaartterreinen en voor militair medegebruik opengestelde burgerluchtvaartterreinen, onder de in de volgende artikelen gestelde voorwaarden.
Artikel 1.2. De in het eerste lid bedoelde toestemming kan door de minister van Defensie, al dan niet voor een bepaald geval, worden ingetrokken, gewijzigd of aan andere dan hierna gestelde voorwaarden worden onderworpen.
Artikel 2 Algemeen luchtverkeer dient de luchtverkeersvoorschriften vervat in de Luchtvaartgids Nederland (AIP) alsmede de regelen ter beperking van de geluidshinder door militaire luchtvaartuigen, zoals opgenomen in de MIL AIP, na te leven.

Geluidhinder

De vereniging heeft in haar bezwaar uitdrukkelijk gewezen op deze bevoegdheid. De minister is hier in het besluit van 22 maart 2013 echter niet concreet op ingegaan. Naar het oordeel van de Afdeling had de minister in dat besluit inzichtelijk moeten maken wat het afwegingskader van artikel 1, tweede lid, is, welke belangen over en weer bij de afweging kunnen worden betrokken en welke belangenafweging aan de afwijzing van het verzoek ten grondslag ligt. Zo is in het besluit niet dan wel onvoldoende ingegaan op het aantal gehinderden, de mate van ondervonden geluidhinder en de kosten en consequenties van mogelijke maatregelen ter beperking van geluidhinder. Weliswaar heeft de minister ter zitting een aantal voor de besluitvorming relevante factoren genoemd, doch deze factoren komen niet dan wel onvoldoende tot uiting in de besluiten van 14 augustus 2012 en 22 maart 2013.

Bron (met volledige uitspraak): Raad van State