|
Evaluatie milieueffecten activiteitenbesluit |
|
Redactie, 30 april 2015 In opdracht van I&M heeft RH DHV een evaluatie uitgevoerd van de milieueffecten van het activiteitenbesluit. Opzet van het onderzoek In het door Royal Haskoning DHV uitgevoerde onderzoek stond de vraag centraal welke (eventuele) milieueffecten kunnen worden toegerekend aan het systeem van algemene regels van het Activiteitenbesluit. Er is voor gekozen om zowel de juridische en beleidscontext te reconstrueren, als om praktijkonderzoek te doen in de vorm van dossieronderzoeken en interviews. Omdat het Activiteitenbesluit voor zeer veel bedrijfstakken regels bevat over een groot aantal milieuaspecten, is een gerichte selectie gemaakt van de te onderzoeken milieuaspecten (geluid, lozingen, lucht, geur, externe veiligheid; voor agrarische activiteiten geluid, lozingen) en bedrijfstypen (metalektro-bedrijven, voedingsmiddelenindustrie, opslag propaan; veehouderij, akkerbouw, glastuinbouw). Door het uitvoeren van dertig dossieronderzoeken bij zes Omgevingsdiensten is getracht een representatief beeld te schetsen van (eventuele) wijzigingen in het milieubeschermingsniveau. Daarnaast zijn telefonische interviews gehouden met brancheorganisaties en Natuur & Milieu. Risico's op verslechtering beschermingsniveau Uit het praktijkonderzoek blijkt dat het Activiteitenbesluit vanuit specifieke praktijksituaties bezien op een aantal aspecten lokaal kan leiden tot een gewijzigd beschermingsniveau. Hoewel dit niet tot de scope van het onderzoek behoorde, is in het praktijkonderzoek en de gesprekken door sommigen wel gesignaleerd dat de wijze van uitvoering van het besluit op dit moment risico’s van een verslechtering van het beschermingsniveau in zich draagt met betrekking tot de onderdelen die op basis van de beleidsreconstructie als kritisch worden beschouwd (o.a. toepassing maatwerk). Het gaat dan voornamelijk om mogelijke effecten als gevolg van aanloopproblemen met de invoering van de nieuwe systematiek in de praktijk, mogelijke effecten als gevolg van de parallelle reorganisatie van de VTH-taken door middel van de introductie van de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s) / Omgevingsdiensten of mogelijke effecten als gevolg van bezuinigingen op deze activiteiten door de betrokken overheden. Geluid De invoering van het Activiteitenbesluit heeft geen gevolgen gehad voor het beschermingsniveau in algemene zin en leidt niet tot aanwijsbare milieu- en gezondheidseffecten. Wel kan op lokaal niveau een (tijdelijke) wijziging in beschermingsniveau optreden die milieu- en gezondheidseffecten kan veroorzaken. De kans hierop bestaat voor het aspect geluid(hinder), in situaties waar sprake is van een relatief stille omgeving (landelijk gebied of woonwijk). Door middel van maatwerkvoorschriften kan in deze situaties voorkomen worden dat deze milieu- of gezondheidseffecten optreden Metaalelektrobedrijven De normstelling in het Activiteitenbesluit is in sommige gevallen ruimer geworden omdat er geen woningen dicht bij de inrichting liggen en de norm op een vaste afstand (10-30 meter) van de grens van de inrichting was gelegd. Het geluidniveau is afhankelijk van de afstand. Hoe verder weg, des te lager het geluidniveau. In het Activiteitenbesluit is een geluidsnorm gelegd op de gevel van gevoelige gebouwen. In de vergunningen was een geluidsnorm gelegd op bijvoorbeeld 10 of 30 meter van de erfscheiding. Indien woningen verder dan bijvoorbeeld 10 of 30 meter van de grens van de inrichting zijn gelegen, mag het geluidniveau op deze afstanden hoger zijn. Een aantal voorschriften in de vergunning zijn makkelijker controleerbaar en handhaafbaar In vergelijking met de voorschriften uit het Activiteitenbesluit, zoals de verplichting om slijpwerkzaamheden binnen uit te voeren of motoren uit te schakelen tijdens laden / lossen. Dit zijn de zogenoemde gedragsregels op het gebied van geluid. Een ander voorbeeld is het vergunningvoorschrift dat geen muziek aan mag staan in de auto tijdens laden en lossen. Het is eenvoudig vast te stellen tijdens een controle of dat gebeurt. Voedingsmiddelenindustrie normstelling in het Activiteitenbesluit is in een enkel geval ruimer geworden aangezien de vergunning eisen stelt op 50 meter afstand en het Activiteitenbesluit op de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming. De normstelling voor het maximale geluidniveau (LAmax) is in 3 dossiers ruimer geworden. De verruiming van de norm voor het maximale geluidniveau wordt veroorzaakt door een 10 dB(A) hogere norm in het Activiteitenbesluit. Bij één bedrijf is het voornemen van het bevoegd gezag om strengere maatwerkvoorschriften voor geluid op te leggen, maar het is nog niet duidelijk wanneer de procedure wordt opgestart. Bij 2 dossiers is de controleerbaarheid in de vergunning beter. Een bedrijf moet aantonen dat aan de geluidnorm wordt voldaan en in de vergunning zijn middelvoorschriften opgenomen over plaatsen van geluiddempers en inwerking hebben van een omroepinstallatie. Een aantal voorschriften in de vergunning zijn makkelijker controleerbaar en handhaafbaar, zoals slijpwerkzaamheden binnen of motoren uit tijdens laden / lossen. Wel zouden hiervoor maatwerkvoorschriften kunnen worden opgenomen op grond van artikel 2.20 lid 5 van het Activiteitenbesluit als deze maatregelen nodig zijn om aan de grenswaarden te voldoen. Veehouderij Volgens het dossieronderzoek is de normstelling voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) onder het Activiteitenbesluit iets ruimer (ofwel minder streng) geworden (4 dossiers). De normstelling in het Activiteitenbesluit is bijvoorbeeld ruimer geworden omdat binnen 50 meter geen geluidsgevoelig object aanwezig is. In het Activiteitenbesluit is de norm op de gevel van gevoelige gebouwen gelegd (artikel 2.17, lid 5 van het Activiteitenbesluit). In dit geval zou het geluidniveau van het bedrijf op 50 meter dus hoger mogen worden omdat de dichtstbijzijnde woning (dichtstbijzijnde gevoelige gebouw) op een grotere afstand dan 50 meter van het bedrijf ligt. Tevens is de akoestische dagperiode in het Activiteitenbesluit langer omdat de dagperiode begint om 06.00 uur in plaats van 07.00 uur. Hierbij wordt opgemerkt dat het eerder starten van de akoestische dagperiode alleen van toepassing is op de bedrijven die voor 1 januari 2013 nog vergunningplichtig waren, omdat in het Besluit landbouw milieubeheer de akoestische dagperiode ook begon om 06.00 uur. Ook de normstelling voor het maximale geluidniveau (LAmax) is overwegend ruimer geworden. De verruiming van de norm voor het maximale geluidniveau wordt veroorzaakt door het beginnen van de akoestische dagperiode om 06.00 uur in plaats van 07.00 uur (bij bedrijven die voor 1 januari 2013 vergunningplichtig waren) en het niet aanwezig zijn van geluidgevoelige objecten binnen 50 meter. In enkele gevallen (4 dossiers) is de vergunning minder streng voor laden en lossen. In de vergunning is bijvoorbeeld opgenomen dat maximale geluidniveaus niet van toepassing zijn op laden en lossen ten behoeve van de inrichting voor zover dit plaatsvindt in de tijden en frequenties in de bij de beschikking behorende aanvraag. In het Activiteitenbesluit zijn wel geluidnormen opgenomen voor laden en lossen (artikel 2.17, lid 5 van het Activiteitenbesluit), voor zowel de dag-, avond- en nachtperiode. Controleerbaarheid en handhaafbaarheid Ingevolge het Activiteitenbesluit moeten het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau worden gemeten volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Deze Handleiding werd ook voorgeschreven in vergunningen. Bij 2 dossiers is de controleerbaarheid in de vergunning beter. In de vergunning zijn bijvoorbeeld meer gedetailleerde middelvoorschriften opgenomen. Het betreft bijvoorbeeld de volgende middelvoorschriften:
Deze middelvoorschriften staan niet in het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit geeft ruimte voor een aantal zaken dat buiten beschouwing mag blijven bij het bepalen van geluidsvoorschriften, zoals stemgeluid en het ten gehore brengen van onversterkte muziek (zie artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit), terwijl deze zaken wel in vergunningvoorschriften waren geregeld (zie bovenstaande voorschriften). Het Activiteitenbesluit is dus minder streng dan de vergunning. Hierbij wordt opgemerkt dat dit gedragsregels zijn die onder het Activiteitenbesluit ook als maatwerk mogen worden voorgeschreven, indien deze maatwerkvoorschriften nodig zijn om te voldoen aan de grenswaarden (zie artikel 2.20 lid 5 van het Activiteitenbesluit). Theoretisch is er tijdelijk sprake van een verslechtering van de controleerbaarheid en handhaafbaarheid tot het moment van vastleggen van maatwerkvoorschriften. Bij 2 bedrijven is in de vergunning voorgeschreven dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Binnen enkele maanden na het van kracht worden van de vergunning moet het bedrijf door middel van een akoestisch onderzoek aantonen dat wordt voldaan aan de gestelde geluidnormen in de voorschriften. Bij één van deze bedrijven blijkt uit het dossier dat het bedrijf moeite heeft om aan de geluidvoorschriften te voldoen. Een dergelijk voorschrift is niet opgenomen in het Activiteitenbesluit. Ingevolge de vergunning moet een bedrijf dus aantonen dat aan de geluidnormen wordt voldaan terwijl ingevolge het Activiteitenbesluit het bedrijf dit niet hoeft aan te tonen. Akkerbouw De bedrijven vielen voorheen onder Besluit landbouw milieubeheer. De normstelling voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau is niet gewijzigd. Glastuinbouw Op grond van het dossieronderzoek moet het eerdere (algemene) oordeel ten aanzien van het niveau van de normstelling uit de beleidsreconstructie (par. 2.7) worden genuanceerd. De normstelling voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau is in een enkel geval gewijzigd. De normen in het Activiteitenbesluit zijn in een enkel geval iets ruimer omdat de akoestische dagperiode om 06.00 uur begint. Hierbij wordt opgemerkt dat het eerder starten van de akoestische dagperiode alleen van toepassing is op de bedrijven die voor 1 januari 2013 nog vergunningplichtig waren, omdat in het Besluit landbouw milieubeheer de akoestische dagperiode ook begon om 06.00 uur. Daarnaast zijn de normen voor geluid gewijzigd. Op grond van het Activiteitenbesluit kan een glastuinbouwbedrijf zich in een glastuinbouwconcentratiegebied bevinden of daarbuiten. Dit onderscheid bestond niet onder het Besluit glastuinbouw milieubeheer. Indien een glastuinbouwbedrijf niet is gelegen in een concentratiegebied, gelden op grond van het Activiteitenbesluit de (strengere) geluidsnormen voor agrarische activiteiten. Gebleken is dat deze glastuinbouwbedrijven in het algemeen aan deze (strengere) norm kunnen voldoen. Indien dat voor een specifiek bedrijf niet het geval is, omdat zich bijvoorbeeld in de directe nabijheid een woning bevindt, kan via een maatwerkvoorschrift in een hogere waarde worden voorzien. Bronnen: Kamerbrief, Rapport RH DHV, |
| footer |