Subsidieregeling sanering verkeerslawaai gewijzigd

Rijksoverheid, februari 2015

De Subsidieregeling sanering verkeerslawaai (hierna: de Subsidieregeling) bevat regels over het van rijkswege verstrekken van subsidie voor de kosten van maatregelen die worden getroffen in het kader van de sanering van verkeerslawaai. Een aantal regels uit de subsidieregeling is toe aan actualisatie. Zo wordt de opzet van de subsidies voor de voorbereiding, begeleiding en toezicht (verder: Voorbereidingssubsidies) gewijzigd en wordt een facultatieve procedure voor gevelisolatieprojecten ingevoerd, die gemeenten gedurende de uitvoering meer vrijheid geeft en de doorlooptijd moet verkorten. Tevens voorziet deze wijziging in het in overeenstemming brengen van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder met het gewijzigde doelmatigheidscriterium voor spoorwegen uit de Regeling geluid milieubeheer.

Hieronder enige gedeelten van de toelichting

Doelmatigheidscriterium

Met wijzigingsregeling wordt de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder in overeenstemming gebracht met het doelmatigheidscriterium voor spoorwegen onder de Regeling geluid milieubeheer. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor lopende saneringsprojecten voor spoor onder de Wet geluidhinder, omdat hier het oude doelmatigheidscriterium op van toepassing blijft op grond van het overgangsrecht uit artikel XI van de Invoeringswet geluidproductieplafonds.

Aanleiding en noodzaak voor de wijziging

De eerste reden voor deze wijziging is gelegen in het feit dat het aantal subsidieaanvragen voor gevelisolatieprojecten het afgelopen jaar is toegenomen. Dit komt doordat sinds 2012 de sanering van saneringsobjecten langs rijksinfrastructuur niet meer onder de Subsidieregeling valt en de afgelopen jaren is gebleken dat bij lokale sanering gevelmaatregelen in een groot aantal situaties de enige optie zijn. Bovendien is in aanvulling op bron- en overdrachtsmaatregelen, indien niet aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan, onderzoek naar aanvullende gevelmaatregelen noodzakelijk. Eind 2014 loopt ook de derde periode van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) af en er is besloten om geen vierde periode te starten. Gemeenten konden hun A-lijst woningen, waarvoor meestal alleen gevelisolatie een reële saneringsmaatregel is, voorheen met de ISV-gelden saneren. Met ingang van 2015 zal het budget voor de sanering van A‑lijst woningen onder de Subsidieregeling word gebracht, waardoor het aantal gevelisolatieprojecten onder de Wet geluidhinder naar verwachting weer zal toenamen. Om deze toename van gevelisolatieprojecten te kunnen opvangen moet de procedure hernieuwd worden. Zo wordt een nieuw facultatief kader ingevoerd, dat de doorlooptijd van gevelmaatregel projecten moet versnellen en gemeenten meer vrijheid geeft. Ook wordt de hoogte van de voorbereidingssubsidie aangepast en per woning beoordeeld. Dit zorgt voor een realistischer subsidiebedrag, omdat per woning de resultaten van het onderzoek en de procedure nogal kunnen verschillen (weigeraars, wel/geen maatregelen, woning voldoet) Deze wijziging zorgt ook voor een verlaging van de administratieve lasten. De tweede reden van de wijziging is gelegen in een onlogische opbouw van het huidige subsidieproces. Gemeenten dienen nu bij hun aanvraag reeds eventueel toe te passen bron- en overdrachtsmaatregelen te beschouwen om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de voorbereiding, begeleiding en toezicht (verder: VBT-subsidie). Na inwerkingtreding van de onderhavige wijzigingsregeling dient de gemeente slechts saneringsobjecten in de aanvraag op te nemen waarmee zij aangeeft de intentie te hebben om deze in een saneringsprogramma op te nemen. Na verlening van VBT-subsidie zullen zij de maatregelafweging moeten maken en deze maatregelen in een akoestisch onderzoek/saneringsprogramma moeten opnemen. De verschuiving van nader onderzoek naar een later stadium in het proces zorgt voor een eenvoudigere aanvraag ten behoeve van VBT-subsidies, waarmee eveneens een lastenverlichting voor de gemeente wordt bewerkstelligd en minder voorfinanciering door de aanvrager. Door de onderhavige wijziging wordt de uitvoering dus meer toegespitst op de praktijk. Als laatste is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele fouten te herstellen.

Subsidiebedrag stille wegdekken

Tot op dit moment is het in de praktijk onvoldoende helder of de subsidie die men voor een stil wegdek kan krijgen is gebaseerd op het type wegdek dat men aanlegt of op de reductie die men daarmee bereikt. De verwarring wordt gewekt doordat enerzijds een reductie-eis van 3 dB wordt gehanteerd en anderzijds een beperkt lijstje met wegdekvervangingen en bijbehorende vergoedingen in de regeling is opgenomen. Ook blijkt uit de praktijk dat de subsidies voor stil wegdek soms niet toereikend zijn om de meerkosten hiervan te dekken. In de praktijk zijn er echter zoveel verschillende wegdekconstructies en verschillen in de omgeving dat het moeilijk is om per situatie een adequaat bedrag te bepalen. Daarom wordt met deze wijziging de vergoeding afhankelijk gemaakt van de geluidsreductie die het stillere wegdek oplevert, in plaats van dat de subsidie afhankelijk is van de bestaande ondergrond en het daadwerkelijk toe te passen wegdek. Daarboven wordt een toeslag berekend om de meerkosten die verbonden zijn aan dunne deklagen te vergoeden, mede om de ontwikkeling hiervan te blijven bevorderen. Een tweede verbeterpunt is dat voor deze wijziging de benodigde reductie van het stille wegdek moest worden berekend voor een fictieve situatie waarin uitsluitend lichte motorvoertuigen bij een rijsnelheid van 50km/u worden opgenomen. In deze situatie moest de minimale reductie 3 dB bedragen, wil een wegdek voor subsidie in aanmerking komen. Om meer bij de werkelijkheid aan te sluiten en de extra werkzaamheden die met deze fictieve berekening samenhangen te voorkomen, wordt de berekening van de reductie gebaseerd op de mate waarmee de geluidimmissie (op de woning) afneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Uitgangspunt is daarbij de grootste afname op een woning. Daarom is in de nieuwe tabel in bijlage A, onderdeel 2, de minimale reductie op 2 dB bepaald, waar deze onder de huidige regeling op 3 dB ligt.

Inzicht saneringsvoorraad

In artikel 4 van de Subsidieregeling wordt geregeld welke saneringsobjecten wel en niet in aanmerking kunnen komen voor een subsidie voor de maatregelen. Saneringsobjecten waarvoor de Minister een saneringsprogramma heeft vastgesteld op grond van artikel 90, vijfde lid, van de Wet of artikel 4.23, derde lid, van het Besluit komen wél in aanmerking (artikel 4, eerste lid). Saneringsobjecten die niet tijdig als saneringswoning zijn aangemeld bij de Minister komen niet in aanmerking (artikel 4, tweede lid). Er zijn echter nog meer redenen te bedenken waarom saneringsobjecten die wél zijn gemeld, niet meer in aanmerking kunnen komen voor een subsidie. Zo kan een woning intussen zijn gesloopt, van bestemming zijn gewijzigd in een niet-geluidgevoelige bestemming of achteraf toch een later bouwjaar blijken te hebben dan de Wet voor saneringsobjecten voorschrijft (1 maart 1986 voor wegen, 1 juli 1987 voor spoor). Ook kan de weg waaraan de gemelde woning is gelegen zijn gewijzigd in een 30 km/u zone of kan blijken dat dat de saneringsobjecten of de weg pas zijn geprojecteerd in een bestemmingsplan van na 1 januari 1982. Deze informatie over gewijzigde situaties is primair aanwezig bij de gemeenten waarin de betreffende saneringsobjecten zijn gelegen. Om inzicht te kunnen krijgen in de totale omvang van de saneringsvoorraad wordt aan artikel 4 van de subsidieregeling een lid toegevoegd dat de Minister de mogelijkheid geeft gemeenten te vragen naar deze (gewijzigde) omstandigheden. Na invoering van deze regeling zijn gemeenten verplicht om aan een dergelijk verzoek van de Minister te voldoen.

Bronvermelding: Staatscourant