RIVM publiceert Geluidmonitor 2013 over SWUNG

RIVM, 27 augustus 2014

In 2012 is nieuwe geluidwetgeving voor Nederlandse rijkswegen en spoorwegen ingevoerd. Deze wet stelt grenswaarden aan het geluid langs het gehele rijksen spoorwegnet. De beheerders, Rijkswaterstaat en ProRail, moeten ervoor zorgen de grenswaarden niet worden overschreden en dit door een jaarlijkse berekening verantwoorden. De wet bepaalt dat rekenresultaten van de beheerders door een onafhankelijk meetprogramma moeten worden gevalideerd. Het RIVM voert dit onderzoek uit en zal hier jaarlijks over rapporteren.

Het doel van het onderzoek door het RIVM is de uitkomsten van rekenmethoden die bij deze wetgeving worden gebruikt jaarlijks steekproefsgewijs te vergelijken met metingen en te valideren.

De rapportage bevat nog geen analyse van verschillen tussen rekenen en meten op de referentiepunten. Analyses en eventuele aanbevelingen ten aanzien van rekenmethoden komen aan de orde als de eerste nalevingsrapportages van de weg- en spoorbeheerder tweede helft 2014 zijn opgeleverd en de door de beheerders berekende geluidproducties over 2013 (GPR 2013) bekend zijn.

Wegverkeer - meerjarige trends

Meerjarige trendreeksen zijn momenteel alleen langs rijkswegen beschikbaar van de locaties die al vóór 2012 door het RIVM zijn ingericht: A2-Breukelen, A10-West, A12-Voorburg, A2-Rotterdam en A16-Zevenbergschenhoek. Uit de metingen op deze locaties blijkt dat het wegdek op de A2 bij Breukelen sinds de reconstructie in 2010 tot nu toe een stabiel geluidniveau veroorzaakt. Ook de gemiddelde geluidniveaus op de meetlocaties bij de A10W-Amsterdam, A12- Voorburg en A16 Zeven Bergschenhoek zijn vanaf 2011 nauwelijks veranderd. Alleen op de locatie langs de A20 bij Rotterdam is vanaf 2012 een 1 dB toename van de geluidbelasting gemeten.

Swung meetnet

In 2012 en 2013 is het meetnet in vergelijking met voorgaande jaren fors uitgebreid. Dit heeft geleid tot een meetnet dat in december 2013 bestond uit 26 locaties langs rijkswegen en 26 locaties langs spoorwegen. Over 2013 is op deze locaties gemiddeld ongeveer 134 dagen aan meetgegevens verzameld. Het meetnet bestaat voor circa 30% uit klasse-1 en voor 70% uit klasse-2 geluidmeters met een onnauwkeurigheid van ongeveer ±1 dB en ±2 dB. Voor een eerste indicatieve vergelijking zijn beschikbare rekenuitkomsten van 2011 gebruikt. Ten opzichte daarvan liggen de metingen bij rijkswegen gemiddeld 1 dB hoger. Bij spoorwegen liggen de metingen gemiddeld 3 dB lager. Deze vergelijking met (verouderde) gegevens uit 2011 biedt alleen een eerste, globale indruk van mogelijke verschillen bij toepassing van de wettelijke rekenmethoden. In vervolgonderzoek uit het validatieprogramma zal nader kunnen worden onderzocht of en in hoeverre deze verschillen inherent zijn aan de huidige rekenmethoden en ook bij het gebruik van meer recente gegevens optreden.

In de figuren hieronder het meetnet voor rijkswegen en spoorwegen.


GPP meetnet voor rijkswegen (links) en spoorwegen (rechts). Klik op de figuren voor een grotere versie.

Voor alle meetpunten is een conversie gemaakt naar het dichtstbij gelegen referentiepunt. De resultaten op de referentiepunten varieren uiteraard, omdat de geluidwaarde afhangt van onder andere de verkeersintensiteiten, de types voertuigen, het wegdek en de snelheid.

Voor rijkswegen varieren de waardes tussen 63 en 74 dB Lden. Voor spoorwegen bedraagt de variatie tussen 53 en 69 op de referentiepunten. De meetonzekerheid varieert tussen 1 en 3 dB.

Verschillen Rekenen 2011 versus Meten 2013

Vooruitlopend op de nalevingsrapportage van de weg- en spoorbeheerder op basis van de verkeers- en infragegevens 2013, heeft het RIVM een indicatieve vergelijking gemaakt tussen de meetresultaten en rekenwaarden volgens het RMV. De validatierapportage van het RIVM valt buiten het directe juridische kader van de SWUNG-systematiek, maar heeft tot doel tot een beeld te komen van de verschillen die de wettelijke rekenmodellen met praktijkmetingen laten zien.

De benodigde invoergegevens over 2013 ontbreken echter nog, want deze worden pas in september 2014 formeel door de beheerders vastgesteld. Om toch een eerste indruk te verkrijgen is gebruik gemaakt van gegevens die voor rijkswegen en spoorwegen zijn gebruikt bij de geluidkaarten over het jaar 2011. Het RIVM geeft aan dat deze gegevens kwalitatief minder goed zullen zijn dan de te verwachten gegevens over 2013.

Met al deze kanttekeningen concludeert het RIVM:

  • Langs rijkswegen liggen de gemeten Lden waarden in 2013 gemiddeld hoger dan de rekenresultaten volgens de RMV op basis van END 2011 gegevens. Het gemiddelde verschil Meting 2013 – END2011 in de steekproef bedraagt 1 dB met onzekerheid (95%) van ±0,8 dB.
  • Langs het spoor liggen de gemeten waarden uit 2013 op de meeste locaties gemiddeld lager dan de RMV-rekenwaarde (END2011). Het gemiddelde verschil bedraagt 2,8 dB met onzekerheid (95%) van ±0,7 dB.

Een nadere analyse naar de oorzaken van de verschillen is in deze fase nog niet aan de orde.

Meetresultaten rijkswegen (links) en spoorwegen (rechts) uit 2013 en rekenwaarden conform [RMV 2012] op basis van de gegevens voor de END richtlijn 2011

Bron: RIVM