RIVM publiceert nieuwe milieugezondheidsrisico's

RIVM, 19 augustus 2014

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) wil - aldus het rapport van het RIVM - vroegtijdig en gestructureerd zicht hebben op milieugezondheidsrisico's om tijdig te kunnen handelen. Het komt hiermee tegemoet aan een behoefte van de samenleving om te weten welke milieugezondheidsrisico's er spelen en wat de overheid hieraan doet. Met het oog hierop inventariseert het RIVM jaarlijks welke nieuwe milieugezondheidsrisico's vanuit de wetenschap naar voren komen. In het op rapport beschrijft het RIVM de signalen die in 2013 door experts van het RIVM in interviews zijn genoemd.

Het gaat bij milieugezondheidsrisico's om zaken die samenhangen met drinkwater, bodem, lucht, nanotechnologie, geluid, chemische stoffen, het binnenmilieu en elektromagnetische velden. Voorbeelden die in 2013 zijn genoemd: de winning van schaliegas, meststoffen van megastallen, lood in de bodem, geluid van windturbines, effecten van fijn stof, geneesmiddelen in water en klimaatverandering.

Over geluid meldt het rapport:

1. Belangrijkste signalen & ontwikkelingen

Toenemende bezorgdheid over windturbines en trillingen door met name railverkeer in 2012. In 2013 is het laagfrequent geluid dat opkomt.

2. Wijzigingen in signalering

Het Expertisecentrum is opgericht om kennisvragen van ministerie te beantwoorden. Het heeft dus geen actieve signalerende functie. Kennisvragen nu gaan over: windturbines, trillingen en laagfrequent geluid. Bij geluid is er een maandelijks overleg met de opdrachtgever waarin kennisvragen en nieuwe signalen(al dan niet van burgers) besproken worden. Het ministerie krijgt steeds vaker vragen van burgers. In tegenstelling tot voorgaande jaren geeft RIVM antwoord aan ministerie en geeft het ministerie vervolgens antwoord aan de burger. Er is nog steeds sprake van segmentering bij de verschillende directies van het ministerie. Meer kennisuitwisseling en communicatie zou dit kunnen verbeteren. Wat betreft de uitwisseling van signalen zou ik zeggen: welke vorm werkt het best voor jullie dan houd ik er zoveel mogelijk rekening mee. Wat voor mij werkt is en keer in de zoveel tijd geattendeerd worden op 'Signalering' (via email, nieuwsflits, bijeenkomst, etc.).

3. Mogelijke verbeterpunten signalering

Klachtenregistratie is nog steeds de bron voor signalering van signalen. Deze bron is de beste bron, omdat signalen hier snel aan het licht komen (klachtenregistratie is eerste meldpunt die burger weet te vinden). Het zou wel goed zijn om klachtenregistraties structureler te gebruiken. Nu wordt enkel GGD Klachtenregistratie gebruikt. Uitbreiding met andere klachtenregistraties (provincie, bedrijven) en andere klachten (onder andere geur) zouden voor completer beeld kunnen zorgen. Er wordt tegenwoordig ook op een andere manier naar geluidhinder gekeken, in soundscapes. Hierbij wordt meer gekeken naar het geluidslandschap dat je in een bepaald gebied mag verwachten en onderscheid gemaakt in gewenst en ongewenst geluid. Bijvoorbeeld in het centrum mag je meer geluid verwachten dan in buitenwijk. Het beleid is dan niet zozeer gericht op het halen van de norm. Focus ligt meer op ongewenste geluid. De overheid is wel bekend met deze benadering maar kan er nog niets mee in relatie met beleid en normen.

4. Kennisuitwisseling rondom signalering

Kennisuitwisseling vindt plaats tijdens congressen, werken aan publicaties en binnen verschillende (zowel inhoudelijke als beleidsmatig gericht) netwerken waaraan leden van het expertisecentrum deelnemen. Er bestaan goede nationale en internationale (kennis)netwerken.

5. Vroegsignalering

Vroegsignalering zoals ik het begrijp (vooral: maatschappelijke signalen, signalen die net de wetenschappelijke wereld binnen druppen (nieuw onderwerp tijdens een congres) doet zich niet zoveel voor. Sound scaping is een relatief nieuw verschijnsel waar, zoals al is opgemerkt, beleid nog niet veel mee kan. Toch erbij blijven zou ik zeggen. Een andere aanvulling die ik zou willen suggereren is (Effecten van) laagfrequent geluid. Maatschappelijk groeit de belangstelling hiervoor, is echter geen nieuw signaal. Signaal is dat belangstelling toeneemt.

6. Signalering buiten RIVM

GGD’en houden zich bezig met klachtenregistratie e.d.

7. Betrokkenheid andere partijen

Voor de signalering zouden een zo breed mogelijk moeten plaatsvinden. Platforms van ngo’s en bedrijven zijn echter geen aanvullende bron van signalen. Er vindt wel samenwerking en overleg plaats met st. Geluidhinder.

Bron: RIVM