|
Monitor Infrastructuur en Ruimte - deel 3 |
|
Blootstelling aan vliegtuiggeluid In het gebied waar afspraken gelden met de luchtvaart over waar en hoe gevlogen mag worden (48Lden-gebied) gelden buiten de eerder genoemde beperkingengebieden uit het LIB en het 20Ke-gebied vanuit luchtvaart geen beperkingen voor woningbouw. Dit betekent dat, los van de afspraken over het vliegen in relatie tot gelijkwaardigheid (met een vast woningbestand uit 2005), een toename van het aantal woningen of het aantal vliegtuigbewegingen kan leiden tot een toename van het aantal mensen dat hinder ondervindt als gevolg van luchtvaart rond Schiphol. Op basis van blootstelling-effectrelaties uit de Gezondheidskundige Evaluatie Schiphol (Breugelmans 2005), de aantallen woningen (inclusief toename) en het aantal vliegtuigbewegingen zijn berekeningen te maken om de mate van blootstelling aan vliegtuiggeluid in beeld te brengen. De berekende geluidshinder in de directe omgeving van Schiphol is de laatste tien jaar per saldo licht gestegen respectievelijk gelijk gebleven (figuur 3.5). Aanvankelijk (tussen 1990 en 2000) is de berekende geluidshinder sterk gedaald (MNP 2005). Tussen 2004 en 2008 fluctueerde de hinder binnen een marge van ongeveer 10 procent. Na 2008 nam de totale hinder af doordat het aantal vluchten door de crisis afnam. Sinds 2010 stijgt het aantal vluchten weer, en in 2012 was het weer terug op het niveau van voor de crisis. De berekende geluidshinder volgt deze lijn. De belangrijkste oorzaak van de afname van de berekende hinder over een langere reeks van jaren is dat vliegtuigen stiller zijn geworden. Ook verbeterde vliegroutes en -procedures hebben aan deze afname bijgedragen. Ook hebben enkele decennia van restrictief ruimtelijk beleid in de Schipholregio de toename van het aantal woningen, op plaatsen in de omgeving van Schiphol waar dat vanuit een oogpunt van geluid en veiligheid niet wenselijk is, afgeremd.
Geluidsbelasting rond regionale luchthavens De regionale luchthavens bij Groningen, Lelystad, Rotterdam, Eindhoven en Maastricht zijn van nationaal belang. Dit betekent dat het Rijk hiervoor het bevoegde gezag is. Als de luchthaven Twente alsnog operationeel wordt als burgerluchthaven, dan wordt ook deze van nationaal belang. Voor alle andere regionale luchthavens is de provincie het bevoegde gezag. Door de komst van de Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML, 2009) zijn voor de regionale luchthavens besluiten in ontwikkeling. Deze moeten uiterlijk oktober 2014 gereed zijn. Met deze besluiten worden, net als bij Schiphol, zones vastgelegd voor geluid en plaatsgebonden risico, gericht op sloop en verbod of beperking van de nieuwbouw van woningen. Binnen de countour van 70 dB(A) Lden mogen in principe geen woningen liggen. Bij de regionale luchthavens is dat ook nergens het geval. Binnen de contour van 56 dB(A) Lden (hoogbelaste woningen) geldt dat de provincie ernstig moet afwegen of woningbouw in dit gebied mag worden toegestaan. Voor deze regionale luchthavens is nagegaan hoe de woningbouw in de omgeving van de luchthavens zich heeft ontwikkeld en in hoeverre dit het aantal gehinderden heeft beïnvloed. De hinder is voor de periode 2000-2012 berekend met de geluidsbelasting van 2012, maar met de inwonersbestanden die bij de genoemde jaren horen, zodat alleen het effect van netto vestiging/vertrek van omwonenden zichtbaar is. Tussen 2000 en 2012 is bij vrijwel alle grote regionale luchthavens het aantal omwonenden in het gebied direct rond de luchthavens (zone 56 dB(A) Lden) afgenomen (figuur 3.6). Bij Lelystad en Groningen zijn in dit gebied te weinig inwoners voor een betrouwbare schatting van de ontwikkeling. In een ruimer gebied, met een geluidsbelasting tussen 39 en 56 dB(A) Lden, neemt alleen bij Rotterdam de ernstige hinder toe als gevolg van nieuwe woningbouw in de omgeving van de luchthaven; 39 dB(A) Lden is de ondergrens waarop de hinder kan worden geschat. Voor Lelystad geldt dat ook voor het 39 dB(A) Lden-gebied geen betrouwbare schatting van de ontwikkeling kan worden gemaakt. Voor Groningen en Lelystad liggen de geluidscontouren van dit gebied zo dicht bij de luchthavens dat er maar een paar woningen binnen liggen. Als het aantal vluchten op de luchthavens toeneemt, breiden de contouren van de geluidsbelasting uit en zullen meer woningen worden blootgesteld aan hogere belasting. De analyse laat zien dat op dit moment ook in een ruimer gebied rond de luchthavens voorzichtig wordt omgegaan met woningbouw.
|
| footer |