|
Geen verlaging geluidnorm windturbines om LF-geluid Rijksoverheid, 31 maart 2014 Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) is van mening dat de huidige norm voor geluidhinder van windturbines (47 dB-Lden en 41 dB-Lnight) en het bijbehorende reken- en meetvoorschrift voldoen en geen wijzigingen behoeven. Wel wil zij een pilot starten met expertteams die inwoners onafhankelijke adviezen geven over de betrouwbaarheid van de informatie en over de technische achtergronden van met name geluid van windturbines. Deze adviezen kunnen ook betrekking hebben op vragen over de aanwezigheid en gevolgen van laagfrequent geluid van windturbines. Bovenstaande schrijft zij in een brief aan de Tweede Kamer, naar aanleiding van een motie van de kamerleden Albert de Vries (PvdA) en Johan Houwers (VVD, in juli 2013 opgestapt als kamerlid). Zij hadden gevraagd om strengere normen en een verplichting tot een MER gevraagd voor met name het aspect laagfrequent geluid. De vraag om een wijziging kwam ook uit het overleg over de ontwerp-Structuurvisie Windenergie op land. Onderzoeken laagfrequent geluid Er zijn vele zienswijzen ingediend waarin de gevolgen
van laagfrequent geluid voor de gezondheid als argument worden aangevoerd tegen de
bouw van windturbines. De vrees bestaat dat laagfrequent geluid mensen ziek maakt
en dat de Nederlandse geluidsnorm onvoldoende bescherming biedt, omdat bij de
vaststelling van de voor windturbinegeluid geldende norm van 47 dB op basis van
Lden met deze informatie geen rekening zou zijn gehouden.
Op grond van deze inzichten concludeert Mansveld dat de huidige norm voor geluidhinder van windturbines (47 dB-Lden en 41 dB-Lnight) en het bijbehorende reken- en meetvoorschrift voldoen en geen wijzigingen behoeven. Laagfrequent geluid draagt inderdaad voor een klein deel bij in de hinderervaring van windturbinegeluid. Echter, deze hinder acht Mansveld op een verantwoorde manier voldoende beperkt door de huidige norm. MER en expertteams De motie Albert de Vries- Houwers (33612, nr.18) verzoekt de regering in de milieueffectrapportages voor windparken (laagfrequent) geluid verplicht op te laten nemen en onafhankelijke expertteams voor geluid samen te stellen. Geluid is reeds een vast onderdeel van elke MER. De initiatiefnemer is verplicht in het MER de effecten van geluid te onderzoeken. In die geluidsberekening wordt laagfrequent geluid meegewogen. Eerder heeft de minister van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer geschreven dat de aanwezigheid van een windturbine in de woonomgeving negatiever kan worden beleefd indien de ervaren geluidbelasting door individuele mensen wordt gecombineerd met persoonlijke zorgen over de waarde van hun woning, de verwachte veranderingen in een vertrouwde omgeving en twijfel over het nut van windturbines. Het antwoord hierop moet niet een aanpassing van de geluidnorm zijn, maar een toegankelijke en betrouwbare informatievoorziening over de beleidskeuzen van het kabinet voor energie en klimaat. Beschikbaarheid van veel informatie over windturbines is niet voldoende; het is
evenzeer van belang dat inwoners van gebieden waar projectontwikkeling plaatsvindt
goed kunnen omgaan met deze informatie. De in de motie genoemde "expertteams"
kunnen deze inwoners onafhankelijke adviezen geven over de betrouwbaarheid van
de informatie en over de technische achtergronden van met name geluid van windturbines. Bron: Rijksoverheid |
| footer |