Finale CargoVibes:  trillingshinder beter in kaart maar de kaart is nog niet compleet

Carel Ostendorf en Gerard Busscher, 26 april 2014

Op 12 en 13 maart was TNO in Delft de gastheer voor de finale conferentie van CargoVibes. Dit is een Europees onderzoekstraject naar trillingen door goederentreinen. CargoVibes is uitgevoerd binnen het 7de kaderprogramma van de Europese Unie. De belangstelling voor de CargoVibes conferentie was met circa 80 bezoekers goed. Er waren niet alleen bezoekers vanuit de partners die aan CargoVibes deelnamen maar ook vanuit bedrijven die met het spoor te maken hebben en natuurlijk was een aantal Nederlandse adviesbureaus aanwezig. De CargoVibes conferentie besloeg 1,5 dag. Op donderdag 13 maart ging het over trillingsreducerende maatregelen (zie dit artikel). De woensdagmiddag stond in het kader van hinder, hinderbeleving, slaapverstoring in relatie tot de trillingssterkte.

Meta-analyse

In het programma was veel ruimte ingeruimd voor discussie en vragen. Het aantal lezingen was redelijk beperkt en behandelden zaken rond slaapverstoring door trillingen en geluid van treinen alsmede dosis-effect relaties voor treintrillingen. Hierbij is onderzoek verricht naar de relatie tussen trillingen en de hinderbeleving bij mensen. Onderdeel van dit onderzoek was een meta-analyse van trillingsonderzoeken die in verschillende landen al zijn verricht naar de mate van hinder als gevolg van trillingen. In de diverse landen in Europa (en daarbuiten) worden echter verschillende parameters gebruikt om deze relatie te beschrijven. Naast de in Nederland gebruikelijke maximale trillingssterkte Vmax en de gemiddelde trillingssterkte Vper, zijn ook andere parameters in zwang zoals de trillingsversnelling (arms), de trillingsdoses (VDV) en een statistisch maximale trillingssterkte met verschillende wegingsfilters en middelingstijden (bijvoorbeeld de V95 uit Noorwegen). Het Cargovibes project geeft informatie waarmee de verschillende waarden (deels indicatief) in elkaar kunnen worden omgerekend. De meta-analyse heeft echter op dit moment nog onvoldoende informatie opgeleverd om één van de beschikbare parameters als beste aan te bevelen. Wel wordt aanbevolen om bij toekomstige beoordelingen 3 parameters in ieder geval mee te nemen om in de toekomst te kunnen beschikken over goed vergelijkbare data uit verschillende landen: 1. de rms versnelling of snelheid over 24 uur; 2. de maximale gewogen voortschrijdende trillingssnelheid of trillingsversnelling (rms); 3. en een cumulatieve trillingsdosiswaarde. Op basis van deze waarden kan het aantal gehinderden en het aantal verstoringen van de slaap, worden bepaald met behulp van de informatie uit het CargoVibes onderzoek.

Voor de Nederlandse situatie betekent het dat informatie beschikbaar is gekomen waarmee onderzocht kan worden of de SBR-richtlijn (Vmax en Vper) de juiste indicatoren zijn om de mate van hinder vast te stellen. Een aanwijsbaar betere parameter is er vooralsnog niet omdat nog onvoldoende onderzoek is gedaan.

Best Practice Guide

Een belangrijke “deliverable” binnen het CargoVibes project is D1.5: “Guidance document for the evaluation of railway vibration” (http://www.cargovibes.eu/_Uploads/dbsAttachedFiles/D0105_USAL_revision.pdf). Het document geeft een samenvatting van de gehanteerde regelgeving en richtlijnen binnen een groot aantal landen en biedt daarnaast veel informatie over het aantal gehinderden en de slaapverstoring. Ook de meta-analyse is in deze gids opgenomen. Belangrijk is om op te merken dat de dosis-repons functies alleen geldig zijn voor bestaande situaties waar treinen al een langere tijd rijden. Voor situaties waar een nieuwe spoorlijn wordt aangelegd, zijn de responsfuncties niet bruikbaar.

Vervolgonderzoek

Met het CargoVibes onderzoek is een belangrijke stap gezet in de zoektocht naar de relatie tussen trillingen door treinen en hinder voor personen. De sprekers benadrukten echter dat er nog aanvullend onderzoek nodig is bijvoorbeeld in de richting van de beste trillingsparameter maar ook om de effecten van trillingen op de gezondheid te bepalen.

In Nederland worden regelmatig trillingsonderzoeken naar trillingen door treinen uitgevoerd. Om deze onderzoeken bruikbaar te maken voor toekomstige grootschalige onderzoeken, dient hier in de onderzoeksopzet al rekening mee te worden gehouden. Dat betekent dat bijvoorbeeld de metingen uitgebreider kunnen zijn dan strikt genomen noodzakelijk voor het primaire onderzoeksdoel (voldoen de trillingen aan de eis bijvoorbeeld). Niet alleen dient de Vmax waarde dan te worden bepaald maar ook dienen de ruwe tijdsignalen van iedere treinpassage te worden opgeslagen net als belangrijke informatie over die treinpassages zoals type trein, snelheid en aslasten. De toekomstige Nederlandse trillingsonderzoeken dienen zo meerdere doelen en bieden uiteindelijk meer waarde voor hun kostprijs.