|
RIVM: Cijfers gehoorschade en geluidsblootstelling onvoldoende RIVM, 14 februari 2014 Harde muziek in discotheken, tijdens concerten en via koptelefoons kan, net als lawaai op het werk, blijvende gehoorschade veroorzaken. Het gaat daarbij om minder goed horen, doofheid en blijvend oorsuizen (tinnitus). Er zijn aanwijzingen dat vooral jongeren steeds vaker en op jongere leeftijd worden blootgesteld aan een hoeveelheid geluid die een risico kan vormen. Door het gebrek aan harde gegevens is niet bekend hoe vaak gehoorschade precies voorkomt en of het toeneemt. Blootstelling op jonge leeftijd kan onomkeerbare gehoorschade veroorzaken die mogelijk pas op latere leeftijd aan het licht komt. Metingen ontbreken De oorspronkelijke vraag aan het RIVM was om inzicht te geven in:
Voor Nederland ontbreken metingen van blootstelling aan lawaai (in decibellen) en gehoorverlies (audiometrie) over een langere periode. De huidige aanwijzingen zijn gebaseerd op gegevens over blootstelling aan muziek en over gehoorproblemen. Deze zijn ontleend aan vragenlijsten onder jongeren en registraties in de gezondheidszorg. Uit de beschikbare gegevens is niet te ontlenen welke bronnen gehoorproblemen veroorzaken. Wel blijkt uit de vragenlijsten dat zowel de omvang van geluidsblootstelling als de frequentie van oorsuizen na een bezoek aan een muziekevenement hoog is. Oorsuizen is, ook als het tijdelijk is, vaak een eerste indicatie van gehoorschade. Aanbevolen wordt meer inzicht te krijgen in de individuele blootstelling bij jongeren, bronnen van hard geluid, en welke geluidniveaus gehoorschade veroorzaken. Het betrouwbaarste onderzoek naar een trend in de tijd is een Amerikaanse studie waaruit blijkt dat het gehoor bij jongeren van 12 tot en met 19 jaar tussen 1988 en 2006 duidelijk is verslechterd, vermoedelijk door hogere muziekblootstelling. Andere aanwijzingen voor een toegenomen blootstelling aan harde muziek zijn dat muziek makkelijker beschikbaar is door de opkomst van de MP3-speler, en de beleving daarvan ('de bas moet je voelen') veranderd is. Verder is het gebruik van koptelefoons toegenomen en is muziekapparatuur technisch verbeterd waardoor het geluid harder kan staan zonder dat het vervormd raakt. Door gehoorschade hebben mensen een slechtere kwaliteit van leven, beperkingen in het sociaal verkeer en een lagere arbeidsparticipatie. Huisarts Het RIVM rapport geeft wel gegevens over de huisartsenregistratie. Er was in 2011 bij 6 per 1.000 personen sprake van een of meer zorgepisodes in verband met slechthorendheid. Lawaaislechthorendheid wordt hier niet onderscheiden van andere vormen van slechthorendheid. Een zorgepisode bevat alle contacten met betrekking tot hetzelfde gezondheidsprobleem van een persoon met zijn huisarts binnen een kalenderjaar. De episode krijgt de diagnose gesteld bij het laatste contact. Het aantal mensen dat de huisarts jaarlijks bezoekt met gehoorklachten neemt toe met de leeftijd, van ongeveer 0,2% in de leeftijdsklasse van 15-29 jaar tot 3% in de leeftijdsklasse van 75 jaar en ouder (zie figuur 2.2). Op nog jongere leeftijd (0-14 jaar) zijn er relatief meer klachten door oorontstekingen
Kosten De kosten van de zorg voor gehoorstoornissen bedroegen 711 miljoen euro in 2007. Dit is ongeveer 1,0% van de totale kosten van de gezondheidszorg in Nederland en ruim €800 per patiënt. Hierin zijn ‘out of the pocket’ kosten (eigen bijdragen voor de zorg) en maatschappelijke kosten zoals productiviteitsverliezen niet meegenomen. Over de stijging van kosten voor hoorhulpmiddelen in de periode 2007-2011 kan geen betrouwbare uitspraak worden gedaan, omdat een belangrijk deel van de kosten van het hoortoestel door de gebruiker werd betaald. Er zijn geen aanwijzing voor een toename van het aantal gebruikers van hoortoestellen en andere hoorhulpmiddelen op basis van de gegevens afkomstig van zorgverzekeraars. Bron: RIVM |
| footer |