Wijziging Reken- en meetvoorschrift voor gebruik artikel 110g

InfoMil, 22 mei 2014

Op 20 mei 2014 is het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 gewijzigd (Staatscourant jaargang 2014, nr. 10330).

De belangrijkste wijziging betreft een tijdelijke verruiming van de aftrek bij geluidberekeningen voor wegen met een snelheid vanaf 70 km/uur (artikel 3.4). De wijziging voorkomt tijdelijke extra belemmeringen voor woningbouwplannen. Daarnaast is er een kleine aanpassing in de begripsbepalingen (artikel 1.1). Ook is er een verduidelijking bij de berekening van de zogenoemde "stille banden" aftrek (artikel 3.5 en artikel 5.11).

Aanpassing artikel 3.4

Voor wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, wijzigt de aftrek op basis van artikel 110g Wgh (art. 3.4, lid 1) in:

  • 4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is.
  • 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is;
  • 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.

Voorbeelden

Waarde zonder aftrek Waarde met aftrek
54 52
55 53
56 53
57 53
58 56
59 57

Deze wijziging geldt tot 1 juli 2018. Voor andere situaties, zoals bij wegen met een andere representatieve snelheid (lager dan 70 km/uur), wijzigt de aftrek niet. Het tweede lid regelt de situatie na 1 juli 2018 (terug naar de situatie van voor 20 mei 2014). Het derde lid zorgt dat het beoordelen van het geluideffect van een wijziging van een weg (verschil van twee geluidbelastingen) op dezelfde wijze als voorheen blijft gebeuren.

Berekeningen met het nieuwe Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG2012) komen inclusief de "stille banden aftrek" in veel situaties 1 tot 2 dB hoger uit voor wegen met een snelheid vanaf 70 km/uur. Dat veroorzaakt extra belemmeringen voor woningbouwplannen.

Met de invoering van Swung-2 zal de maximale waarde voor woningbouw langs dergelijke wegen naar verwachting echter worden versoepeld. De versoepeling heeft als gunstig effect dat daarmee ook de hiervoor genoemde extra belemmeringen voor de woningbouw door de hogere berekende geluidniveaus grotendeels worden voorkomen. Deze eventuele belemmeringen zijn dus tijdelijk van aard en daarom ongewenst. De tijdelijke extra belemmeringen worden zoveel mogelijk voorkomen door een aanpassing van de aftrek artikel 110g. Dit is gebeurd door de toe te passen aftrek, voor wegen met een snelheid vanaf 70 km/uur aan te passen. Zo werkt deze aanpassing in de praktijk hetzelfde als het verhogen van de maximale waarde.

Het nieuwe artikel regelt ook dat deze extra correctie niet leidt tot een andere beoordeling van de berekening van het verschil tussen twee geluidsbelastingen. De verschilberekening is vooral aan de orde bij reconstructies van wegen.De extra correctie is in de praktijk is vooral merkbaar bij toetsing van woningbouwplannen langs wegen met een snelheid vanaf 70 km/uur.

Artikel 1.1 eerste lid

De wijziging betreft de invoeging van het begrip motorvoertuigen. In de regeling komt de term motorvoertuigen en de verdeling daarvan in drie categorieën (licht, middelzwaar en zwaar) op meerdere plekken terug. Deze begripsbepaling is wel in bijlage III opgenomen maar niet in de definities. De toevoeging van het begrip motorvoertuigen repareert deze omissie.

Aanpassing artikel 3.5, lid 1 / artikel 5.11, lid 1)

De wijzigingen in artikel 3.5, lid 1 en artikel 5.11 lid 1 zorgen dat de hierin geregelde aftrek (- 2 dB) formeel ook voor dicht asfaltbeton (DAB) geldt.

Artikel 3.5 betreft een aanpassing van de wegdekcorrectie vooruitlopend op de effecten van invoering van stillere banden en strengere geluidseisen aan wegvoertuigen. Het artikel regelt een verlaging van de wegdekcorrectie met 1 dB of 2 dB. Dit betekent in de praktijk een extra geluidsreductie. De wijziging zorgt dat duidelijk is dat ook voor het wegdektype DAB, in afwijking van bijlage III, een wegdekcorrectie wordt toegepast. Deze wegdekcorrectie is vastgesteld op -2 dB.

Historie aftrek

Op geluidberekeningen vanwege wegverkeer in het kader van de Wet geluidhinder wordt al geruime tijd een aftrek toegepast. Met behulp van deze aftrek (voor 2007 cf. art. 103 Wet geluidhinder en nu cf. art. 110g Wet geluidhinder) wordt rekening gehouden met de ontwikkeling dat voertuigen op termijn stiller worden. Sinds 2007 is de grootte van de aftrek 2 dB bij snelheden vanaf 70 km/uur. Het gaat dan om een aftrek op de berekende geluidbelastingen in het kader van de Wet geluidhinder. Voordien bedroeg de aftrek 3 dB. Voor lagere snelheden gold een aftrek van 5 dB, die ook na 2007 gehandhaafd bleef.

Omdat de aftrek een generiek karakter had, is bij de invoering van Hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (Swung-1) besloten deze te laten vervallen in samenhang met een gelijktijdige aanpassing van de geluidnormen voor wegverkeer. Zo ging de voorkeursgrenswaarde bij rijkswegen van 48 dB, mét aftrek, naar 50 dB, zonder aftrek. De voorgenomen aanpassing leidt tot een vereenvoudiging en zou per saldo dus niet leiden tot strengere of soepelere normen.

Twee ontwikkelingen maakten dat deze beoogde vereenvoudiging tijdelijk niet geheel gerealiseerd kon worden.

Fasering Swung

In de eerste plaats kon vanwege de gefaseerde invoering van Swung de normneutrale aanpassing wél voor rijkswegen doorgevoerd worden maar niet voor gemeentelijke en provinciale wegen en ook niet voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals het toetsen voor bouw van woningen. Bij wegen in beheer bij deze lagere overheden en RO-ontwikkelingen (woningbouw) blijven dus zowel de art.110g aftrek als de maximale grenswaarden behorende bij de Wet geluidhinder in stand totdat Swung-2 van kracht is. Dit is een tijdelijke situatie.

Bijstelling Reken- en meetvoorschrift

In de tweede plaats is enkele jaren voor invoering van Swung-1 uit meetcampagnes gebleken dat personenwagens bij hogere rijsnelheden meer lawaai produceren dan wat op basis van de toenmalige Standaard Rekenmethode Wegverkeerslawaai (2006) werd berekend. Voor middelzwaar en zwaar verkeer was er geen verschil tussen metingen en berekeningen. Bovendien bleek dat de geluidreductie van stille wegdekken sneller afneemt dan eerder werd verondersteld. Bij de wijziging van het Reken- en Meetvoorschrift zijn daarom de emissiekentallen van personenvoertuigen geactualiseerd en is de wijze van het rekenen met stille wegdekken aangepast. Deze wijzigingen, opgenomen in het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 (RMG2012), vielen samen met de invoering van Swung-1. In de toen vastgestelde geluidproductieplafonds voor rijkswegen is de geactualiseerde rekenmethode toegepast.

In de Tweede Kamer is bij de bespreking van de Invoeringswet geluidproductieplafonds de vraag gesteld of de vastgestelde nieuwe Europese geluideisen aan banden (en andere mogelijke aanscherpingen van Europese geluideisen aan voertuigen) alvast mee kon worden genomen om de gevolgen van de aanpassing van het reken- en meetvoorschrift te beperken. Dit zou zowel het budgettaire tekort voor de rijksoverheid reduceren alsook eraan bij dragen dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van lagere overheden, ontwikkelaars en particulieren niet onnodig (tijdelijk) worden beperkt. De staatssecretaris van Infrastructuur en milieu heeft gehoor aan dit verzoek gegeven door de instroom van stillere banden in de uitgangspunten van de geluidberekeningen op te nemen. Deze zogenoemde aftrek voor stillere banden bedraagt voor wegen met snelheden vanaf 70 km/uur 1 of 2 dB, afhankelijk van het type wegdek. Deze aftrek is opgenomen in artikel 3.5 (voor toepassing vanuit de Wet geluidhinder) en 5.11 (voor toepassing vanuit de Wet milieubeheer) van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 (RMG2012). De mogelijk effecten van aanscherping van de Europese regelgeving zijn door TNO voor verschillende scenario's in beeld gebracht (publicatie TNO-MEM-2011-00869A van 19 mei 2011). De hoogte van de aftrek voor stille banden is gebaseerd op een "gemiddeld" scenario.

De toepassing van deze aftrek voor stillere banden geldt voor alle geluidberekeningen. Deze aftrek werkt dus door bij gemeentelijke wegen, provinciale wegen en rijkswegen. Het betreft dan berekeningen voor zowel wegaanleg, wegreconstructie, GPP-naleving als woningbouw (Bouwbesluit). Voor geluidkartering is er meer beleidsvrijheid en kan besloten worden de aftrek voor stille banden toe te passen.

Gevolgen

Met de introductie van de aftrek voor stillere banden ontstaat er een situatie dat bij akoestisch onderzoek voor de Wet geluidhinder (gemeentelijke wegen, provinciale wegen, woningbouw) twee correcties worden meegenomen in de berekening. De eerste is de bestaande aftrek artikel 110g. De tweede is de nieuwe stille banden aftrek (artikel 3.5 uit het RMG2012). Dit is nodig om in de tijdelijke situatie tussen Swung-1 en Swung-2 te voorkomen dat er tijdelijke belemmeringen ontstaan voor woningbouw, aanleg van wegen en reconstructies van wegen. Met Swung-2 zal in samenhang met een herziening van het normstelsel de aftrek artikel 110g verdwijnen. Het is te verwachten dat de aftrek voor stille banden op de lange termijn ook zal verdwijnen. Op termijn zal de voorspelde geluidreductie immers naar verwachting worden gerealiseerd. Het ligt dan voor de hand in combinatie met een actualiseren van de geluidemissiekentallen de aftrek af te schaffen.

Bronnen: InfoMil, historie aftrek, officiële tekst is te vinden op www.wetten.nl