Kinderen niet gebaat bij te rumoerige...of te stille crèche

Universiteit Leiden, 18 juni 2014

Kinderen voelen zich niet prettig als de crèche te lawaaierig is of te stil. Dat ontdekte Leids promovenda Claudia Werner. Ook constateert ze dat pedagogisch medewerkers zich sensitiever opstellen na een vaardigheidstraining met video-feedback.

Crèches aanzienlijk lawaaieriger

Werner onderzocht in 64 kinderdagverblijven de samenhang tussen geluid en emotioneel welbevinden van kinderen (0-4 jaar). Het geluidsniveau in de kinderdagverblijven is aanzienlijk hoger (gemiddeld 61.69* decibel) dan in eerder onderzochte gastouderopvang (gemiddeld 56.54 decibel). Het welbevinden van kinderen mat Werner door systematische observaties; ze keek of de kinderen ontspannen waren, of ze open stonden voor contact met anderen en of ze plezier hadden.

* Redactie: Jammer dat mw. Werner het geluid uitdrukt in minibellen. De conclusie dat een creche lawaaiiger kan zijn dan een gastouderopvang kan waar zijn, maar de vraag rijst hierdoor of de "geluidsmeter" door deskundige ogen is afgelezen.

Conclusie: kinderen voelen zich minder prettig bij zowel zeer lage en zeer hoge geluidsniveaus als grote geluidsvariabiliteit (pieken en dalen). Werner: ‘Een zeer rumoerige omgeving is niet wenselijk, mogelijk omdat kinderen overprikkeld raken. Maar een heel stille omgeving vonden veel kinderen ook niet fijn. Mogelijk is er dan weinig te zien en te doen en vervelen kinderen zich.’ Werner onderzocht alleen de samenhang; er kan niet worden gesteld dat veel of weinig geluid een oorzaak is van lager welbevinden.

Advies: gebruik geluidsmeter

Onderzoek naar de invloed van omgevingschaos op het welbevinden van kinderen wordt nog weinig gedaan. Het is belangrijk dat hier meer onderzoek naar komt, aldus Werner. ‘Het was opvallend hoeveel lawaai er in sommige kinderdagverblijven is. Medewerkers en ouders zouden zich hiervan meer bewust moeten worden. De onderzochte dagverblijven hadden geen eigen geluidsmeter. Het zou wellicht een goed idee zijn om die in kinderdagverblijven te gebruiken.’

Adequaat reageren op signalen kinderen

In dezelfde kinderdagverblijven onderzocht Werner het effect van vaardigheidstrainingen bij pedagogisch medewerkers. Voor het opbouwen van een hechte band is niet alleen continuïteit van dezelfde medewerkers belangrijk, maar ook dat zij signalen van kinderen herkennen en tijdig en adequaat reageren (sensitiviteit). Het Centrum voor Gezinsstudies van de Universiteit Leiden ontwikkelde eerder een training (de Video-Feedback Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline) voor ouders en voor gastouderopvang.

Positief effect vaardigheidstraining

Claudia Werner paste de methode aan voor gebruik in kinderdagverblijven en constateerde een positief effect: de training verbeterde opvattingen over sensitief opvoeden en pedagogisch medewerkers toonden in voorgestructureerde situaties, zoals voorlezen, een puzzel maken en opruimen sensitiever gedrag naar de kinderen in vergelijking tot pedagogisch medewerkers in de controlegroep.

Tot de jaren ’90 behoorde de Nederlandse kinderopvang in internationaal opzicht tot één van de beste ter wereld. Sinds 1995 is deze kwaliteit afgenomen, zo blijkt uit eerder onderzoek. Ondanks de zorgen over de matige kwaliteit worden er weinig programma’s ingezet om de kwaliteit te verbeteren. Slechte kinderopvang kan negatieve gevolgen hebben voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, zo blijkt uit een grootschalig en langdurig onderzoek in de Verenigde Staten.

Bron: Universiteit Leiden