Vlaamse parlementaire vragen over windturbines

Lode Vereeck (parlementslid, vragen), 21 september 2013
Joke Schauvliege (Minister van Leefmilieu, natuur en cultuur, antwoorden), 26 november 2013

Windenergie is een belangrijke bron van hernieuwbare energie. Door het aanvankelijk ontbreken van sectorale voorwaarden voor windturbines in VLAREM en het ontbreken van duidelijke, eenduidige en rechtszekere richtlijnen in het voorheen geldende beoordelingskader betreffende de milieutechnische aspecten van windturbines, werden de sectorale milieuvoorwaarden voor windturbines inmiddels (technisch) geactualiseerd via het opleggen van sectorale voorwaarden, vervat in de VLAREM-regelgeving.

De sectorale voorwaarden voor geluid worden voorgeschreven in subafdeling 5.20.6.4 van titel II van VLAREM.

Afstandsregel voor geluid

Inzake het geluidsaspect wordt er afgestapt van de afstandsregel die stelde dat de geluidshinder op een afstand van meer dan 250 meter aanvaardbaar is. De hinder door geluid van windturbines wordt actueel beperkt door middel van richtwaarden die ook op een grotere afstand dan 250 meter tot woningen gelden. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning moet het geluid lager zijn dan de vooropgestelde richtwaarden (dB(A)), in casu een op basis van de vigerende gewestplanbestemming, per gebiedsbestemming gedifferentieerde normering die nogmaals gedifferentieerd wordt, afhankelijk van de tijdsperiode (dag – avond – nacht). Indien een exploitant met een meetcampagne voor het bepalen van het achtergrondgeluid (waarbij de duurtijd van de meting in overleg met de vergunningverlenende overheid wordt bepaald) kan aantonen dat het achtergrondgeluid hoger is dan de norm, geldt de waarde van het achtergrondgeluid. In dat geval moet bijkomend een afstand van minstens driemaal de rotordiameter tot woningen gehanteerd worden. De geluidsemissieberekening bij de milieuvergunningsaanvraag moet worden uitgevoerd door een erkend deskundige volgens de vastgestelde parameterinstellingen. Indien nabij een woning de norm benaderd wordt, moet een gedetailleerde berekening worden uitgevoerd en gerapporteerd.

Vragen en antwoorden

1. Hoe worden de inzake geluid vooropgestelde normen door de overheid gehandhaafd?

De handhaving gebeurt conform titel XVI van het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (“DABM”) en het bijhorende besluit van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het DABM (“Milieuhandhavingsbesluit”). Voorafgaand aan de handhaving worden vaststellingen gedaan, hetzij via eigenhandige metingen, hetzij door een gecontracteerde milieudeskundige erkend in de discipline geluid en trillingen.

2. Wat gebeurt er indien door de overheid wordt vastgesteld dat de inzake geluid vooropgestelde normen worden overschreden?

Normoverschrijdingen worden afgehandeld conform het handhavingsinstrumentarium van de afdeling Milieu-inspectie, d.w.z. desgevallend met een aanmaning, proces-verbaal en/of bestuurlijke maatregelen. In elk geval wordt de exploitant aangemaand om binnen een aanvaardbare termijn de hinder te reduceren tot een aanvaardbaar niveau.

3. Aan welke instantie(s) dienen bewoners te melden dat de vooropgestelde normen inzake geluid worden overschreden? Hoe dienen ze concreet aan te tonen dat de vigerende normering wordt overschreden? Op welke wijze gebeurt de klachtafhandeling?

De bewoners kunnen een klacht indienen bij de toezichthoudende overheid (de afdeling Milieu-inspectie voor klasse 1-inrichtingen en de gemeente voor inrichtingen van klasse 2 en 3) die zal onderzoeken of zij gegrond is. Aantonen dat de vigerende normering wordt overschreden kan door middel van metingen door derden die echter geen kracht van bewijs hebben. Een klager hoeft niet noodzakelijk aan te tonen dat de normen overschreden worden De behandeling van klachten geschiedt via een geëigende procedure zoals bijvoorbeeld deze die de Milieu-inspectie toepast.

4. Welke overheidsinstantie voert de metingen en controles inzake geluid uit? Wat is de frequentie van de metingen en de controles inzake geluid door overheidsinstanties?

De afdeling Milieu-inspectie en de toezichthouders op lokaal en intergemeentelijk niveau die bevoegd zijn om de VLAREM-wetgeving te handhaven, kunnen controles uitvoeren. De afdeling Milieu-inspectie verricht momenteel geen proactieve controles van geluidsemissies afkomstig van windmolens. Er wordt reactief opgetreden.

5. Welke instantie stelt de overschrijding van de inzake geluid vooropgestelde normen vast?

De afdeling Milieu-inspectie en de toezichthouders op lokaal niveau zijn bevoegd om de VLAREM-wetgeving te handhaven.

6. Welke maatregelen worden genomen indien een overschrijding van de inzake geluid vooropgestelde normen wordt vastgesteld?

Ik verwijs naar het antwoord op vraag 2.

7. Indien een overschrijding van de inzake geluid vooropgestelde normen wordt vastgesteld, worden er dan remediërende of sanctionerende maatregelen getroffen? Op basis van welk afwegingskader wordt de keuze gemaakt tussen remediërende of sanctionerende maatregelen?

In eerste instantie komt het toe aan de toezichthouder om maatregelen op te leggen die de aangetoonde hinder remediëren. Tegelijk kan een proces gestart worden door de rechterlijke macht dat kan leiden tot sanctionering. Processen-verbaal kunnen door het parket ook doorgestuurd worden naar de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer voor het opleggen van een administratieve boete.

8. Indien blijkt dat de opgelegde remediërende maatregelen niet worden gerespecteerd, worden er dan sanctionerende maatregelen getroffen? Zo ja, welke?

Trapsgewijze afhandeling van vaststellingen is voorzien in het handhavingsinstrumentarium van de afdeling Milieu-inspectie. Dit instrumentarium is gebaseerd op de toezichtrechten voorzien in het Milieuhandhavingsdecreet en Milieuhandhavingsbesluit. Indien blijkt dat de opgelegde remediërende maatregelen niet worden uitgevoerd, kunnen bijkomende repressieve maatregelen worden opgelegd door de toezichthouder. Het gaat om het opleggen van bestuurlijke maatregelen. Het niet respecteren van de opgelegde remediërende maatregelen kan het sanctioneringsproces beïnvloeden.

9. Welke instantie legt zo nodig de windturbine stil? Zijn er ter zake reeds precedenten? Zo ja, wat zijn de precedenten, hoelang werden desbetreffende windturbines stilgelegd en op basis van welke bijkomende garanties werd toestemming verleend om de windturbines opnieuw op te starten?

De toezichthouder kan bij blijvende normoverschrijding bevelen de inrichting stil te leggen of eventueel vragen aan de vergunningverlenende overheid om de vergunning te schorsen of op te heffen. Binnen de afdeling Milieu-inspectie zijn hieromtrent geen precedenten.

10. VLAREM stelt dat de geluidshinder van windturbines, tenzij anders bepaald in de milieuvergunning, lager moet zijn dan de richtwaarden. Maar als het achtergrondgeluid hoger is dan de richtwaarde, geldt de waarde van het achtergrondgeluid. In dat geval moet een afstand van minstens driemaal de rotordiameter tot woningen worden gehanteerd.

a) Wie voert de officiële metingen en controles naar het achtergrondgeluid uit?

Achtergrondgeluidsmetingen in het kader van een milieuvergunningsaanvraag moeten door een erkend milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein geluid, uitgevoerd worden. Achtergrondgeluidsmetingen kunnen ook uitgevoerd worden door de afdeling Milieu-inspectie in het kader van milieuhandhaving.

b) Kunnen er ook afwijkende normen in woongebieden worden toegestaan ’s avonds en ’s nachts (22-7u), met andere woorden mag de norm van 39 dB(A) worden overschreden indien het ach tergrondgeluid hoger ligt?

Een hoger specifiek geluid in woongebied kan toegestaan worden indien het achtergrondgeluid hoger is dan de van toepassing zijnde richtwaarden. Het specifiek geluid mag echter niet hoger zijn dan het heersende achtergrondgeluid conform artikel 5.20.6.4.2 van titel II van het VLAREM. Om gebruik te mogen maken van het achtergrondgeluid om een hogere norm te verkrijgen moet er aan twee voorwaarden voldaan zijn. Bij de milieuvergunningsaanvraag moet een uitgebreide studie van het achtergrondgeluid gevoegd worden zodat deze door de vergunningverlenende overheid geëvalueerd kan worden. Daarnaast kan alleen van deze hogere norm gebruik gemaakt worden indien men een afstand van minstens driemaal de rotordiameter tot woningen hanteert. Deze beschermende maatregel werd mee opgenomen in de regelgeving om een voldoende niveau van bescherming voor de omwonenden te garanderen.

c) Wordt er bij de vergunningverlening ook rekening gehouden met het cumulatief geluidseffect van het wiekslaggeluid en het achtergrondgeluid?

Er wordt bij de vergunningverlening niet expliciet rekening gehouden met het cumulatief effect van het achtergrondgeluid en de wiekslag van de windturbine. Het wiekslaggeluid is vervat in het specifieke geluid van de windturbine dat wordt berekend in de geluidsstudie toegevoegd aan de milieuvergunningsaanvraag.

d) Hoe wordt dat cumulatief effect berekend?

Dit cumulatief effect wordt berekend door de 2 geluidsbronnen bij elkaar op te tellen. Dergelijke berekening is algemeen gangbaar in de akoestiek en is niet specifiek voor windturbines.

e) Worden de vergunningsvoorwaarden aangepast en verstrengd indien het achtergrondgeluid vermindert (bijvoorbeeld door geluidsschermen aan autosnelwegen)? Zo ja, hoe verloopt die procedure?

Bij een duidelijke afname van het achtergrondgeluid, bijvoorbeeld door het plaatsen van geluidsschermen naast de autosnelweg, kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 45 van titel I van het VLAREM een verzoek tot wijziging van de bijzondere voorwaarden worden ingeleid.

11. In de Toelichtingsnota Nieuwe Milieuvoorwaarden voor Windturbines http://www.lne.be/themas/vergunningen/toelichtingsnota-windturbines.pdf van het Department Leefmilieu, Natuur en Energie wordt gesteld (pag. 2): “In dat geval moet bijkomend een afstand van minstens driemaal de rotordiameter tot woningen gehanteerd worden.”

Blijft 250 meter een minimumnorm? Of kunnen windturbines op basis van de driemaal-rotordiameter-norm ook dichter dan 250 meter bij woningen worden ingeplant?

Er is nooit een minimum afstandsregel voor windturbines bepaald. De omzendbrief EME/2006/01-RO/2006/02 ‘Afwegingskader en randvoorwaarden voor de inplanting van windturbines’ bepaalde de geluidsnormen voor windturbines van 2006 tot 2012. De omzendbrief stelde dat wanneer de dichtstbijzijnde vreemde woning of het dichtstbijzijnde woongebied zich bevinden op een afstand van meer dan 250 m van de windturbinemast, er vanuit gegaan kon worden dat de hinder veroorzaakt door de windturbine/het windturbinepark tot een aanvaardbaar niveau beperkt kan worden. De omzendbrief stelde ook dat wanneer die afstand kleiner dan of gelijk aan 250 m was, het specifiek geluid van de windturbine lager diende te zijn dan de richtwaarden vermeld in de omzendbrief of lager dan het achtergrondgeluid -5 dB(A). De omzendbrief legde dus alleen geluidsnormen vast binnen de afstand van 250 meter en had geen geluidsnormen buiten de 250 m. Er is in de regelgeving echter nooit een afstandsregel geweest.

Eind 2011 werden nieuwe milieuvoorwaarden van windturbines goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Hierbij werd de hinder door geluid van windturbines beperkt door middel van richtwaarden die ook buiten de afstand van 250 m tot woningen gelden.

De afstandsregel van 3 keer de rotordiameter geldt alleen in de situatie dat het achtergrondgeluid als norm gehanteerd wordt. Afhankelijk van de rotordiameter, die kan verschillen van project tot project, kan deze afstand meer of minder dan 250 m bedragen.

12. Geluidsoverlast ingevolge windturbines resulteert net als slagschaduw in een substantiële waardevermindering van de daardoor getroffen woningen.
Worden de eigenaars daarvoor vergoed?
Zo ja, is er daartoe in een geëigende procedure voorzien en zo ja, hoe verloopt die procedure tot schadevergoeding?
Zo neen, waarom niet? Welke juridische en/of andere stappen moeten gedupeerde eigenaars desgevallend zetten om rechtmatig schadevergoeding te verkrijgen? Zijn er ter zake reeds precedenten? Zo ja, welke?

13. Geluidsoverlast ingevolge windturbines kan, net als slagschaduw, wat naar verluidt een epileptische aanval kan uitlokken bij mensen met een fotosensitieve epilepsie, resulteren in medische, psychologische en concentratieproblemen.
Worden de eigenaars daarvoor vergoed?
Zo ja, is er daartoe in een geëigende procedure voorzien en zo ja, hoe verloopt die procedure tot schadevergoeding?
Zo neen, waarom niet? Welke juridische en/of andere stappen moeten gedupeerde eigenaars desgevallend zetten om rechtmatig schadevergoeding te verkrijgen? Zijn er ter zake reeds precedenten? Zo ja, welke?

Antwoord op 12 en 13: Van overlast door geluid of slagschaduw kan in principe geen sprake zijn vermits de milieuvergunning niet kan worden verleend als de hinder niet via voorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt. De naleving van de vergunning en de geldende voorwaarden wordt afgedwongen via de handhaving

14. Soms wordt in publicaties over windturbines gesteld dat het onhoorbare of infrageluid van windturbines, dat veel verder reikt dan het hoorbare geluid, allerhande klachten zou veroorzaken.
Werd hierover reeds wetenschappelijk onderzoek verricht en kunnen op die basis eenduidige conclusies worden getrokken, waarmee al dan niet beleidsmatig rekening wordt gehouden?

Er is in het buitenland wetenschappelijk onderzoek verricht naar infrageluid ten gevolge van windturbines. Uit internationale gegevens blijkt dat er geen consensus is over het mogelijke effect van infrageluid. Uitgebreide luisterproeven bij een honderdtal proefpersonen in een onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Japanse overheid wijzen aan dat infrageluid van windturbines niet waarneembaar is (‘Perception of low frequency components contained in wind turbine noise’; Yokoyama et al., 2013). Bijkomende, betrouwbare gegevens zijn vereist om tot eenduidige conclusies te komen.

Bron: Vlaams parlement