|
Verslag open bijeenkomst NAG, 3 april 2013 Elly Waterman, 3 april 2013 Binaurale geluidblootstelling
bij orkestmusici - direct geluid van het eigen instrument Rick de Vos, momenteel werkzaam bij Royal Haskoning DHV en winnaar van de gouden decibel 2012 vertelde over zijn onderzoek naar binauraal horen van orkestmusici. Het blijkt dat het geluid van het eigen instrument, of dit nu een trompet, viool of dwarsfluif is, een belabgrijke risicofactor is voor het ontstaan van gehoorschade. Bij alle musici zijn de blootstellingniveaus hoger dan 85 dB(A). Er zijn ook behoorlijke verschillen tussen de individuele musici.
Rick liet zien hoe hij een rekenmodel heeft ontwikkeld om vanuit het geluidvermogen van het instrument de geluidbelasting op het oor te vorspellen. het moge duidelijk zijn dat er dan een verschil is tussen de geluibelasting op het rechter en op het linker oor. Bij de fluitisten wordt het rechter oor ongeveer 5 dB meer blootgesteld en bij de (bas)trombonespeler en violist wordt het linker oor meer blootgesteld. Moderne
hoortoestel-technologie: high-tech in één kubieke centimeter Jos Leenen begon met aan te geven dat de markt voor hoortoestellen groot is. Er worden wereldwijd 7 miljoen hoortoestellen per jaar verkocht, waarvan 1/3 in de USA en Canada, 1/3 in Europa en 1/3 in de rest van de wereld. Echter, ook in de westerse wereld, koopt slechts 20% van de mensen die profijt kunnen hebben van een hoorstel er ook daadwerkelijk een. Dat hangt o.a. samen met de vergoeding, maar ook met de nadelen van hoortoestellen. Vervolgens ging Jos Leenen in op recente ontwikkelingen, waaronder de controle van feedback en reductie van ruis. Fascinerend was de nieuwe technologie waarmee het geluid van een smartphone direct, via een draadloze verbinding, hoorbaar kan worden gemaakt via het hoortoestel. Relaxatie Piet Sloven deelde de aanwezigen in zijn gedachten en literatuurstudie over relaxatie, het effect van rust en ontbreken van geluid op de lawaaibeleving. Hij vraagt zich daarbij af of het uitdrukken van de geluidbelasting in Leq wel voldoende rekening houdt met de effecten van relaxatie, of met de behoefte aan relaxatie. Concentreren van lawaai (bijvoorbeeld door heien of bij evenementen) en daarna het inlassen van rustige periodes kan gunstig zijn voor omwonenden. Piet Sloven schat daarbij in dat het effect van relaxatie netto overeenkomt met een geluidreductie van 3 dB, bijvoorbeeld als 30% van de dagen stil is. Reciprociteit en de
Zwikker-Kosten vergelijkingen voor geluidsabsorberende materialen
In een indrukwekkend verhaal ging Alex de Bruijn, gekscherend "de historicus van het NAG genoemd" omdat hij ook bezig gaat met het archief van de NAG, in op de controverse omtrent de belangrijkste formules in het boek van Zwikker en Kosten. Deze formules staan op pagina 53 van het facsimile boek dat voor alle leden van het NAG beschikbaar is. De vergelijkingen voldoen niet aan de reciprociteits-eisen, zoals gegeven in Rayleigh’s boek Theory of Sound. Als antwoord hierop schreef (prof.) ir. D.W. van Wulfften Palthe, volgens Alex de Bruijn een zeer knappe, maar uiterst bescheiden man, in 1967 een kort memorandum, waarin correcties op deze vergelijkingen worden gegeven. De Bruijn toonde tijdens zijn lezing een reporductie van dit met de hand geschreven memorandum en lichtte het toe met een schakeling van een analoge computer. Bijzonder daarvan was, dat er in deze analoge schakeling een negatieve condensator aanwezig was. Dit leidde tot een interessante discussie met het publiel CNOSSOS, een nieuwe
rekenmethode voortkomend uit een labyrint Rob Witte gaf een toelichting op Cnossos. Op grond van verzet vanuit Duitsland tegen de rekenmodellen die voortkwamen uit HARMONOISE en IMAGINE wordt nu onderzoek gedaan naar een ander rekenmodel, CNOSSOS (Common NOise aSSessment methOdS), dat mogelijk gebaseerd zal worden op het NMPB rekenmodel, het Franse rekenmodel voor wegverkeer. Het nieuwe model kent twee stralen vanuit de bron naar ontvanger, een gekromde straal (in favourable condities, met meewind) en een rechte straal (bij homogenoeous condities, tegenwind). De bodemeffecten worden anders in rekening gebracht dan de in Nederland gebruikte methode. De schermwerking wordt via een "elastic band" methode in rekening gebracht, met als voordeel dat als er meerdere afschermende objecten liggen tussen bron en ontvanger, de totale omweg in rekening wordt gebracht, en niet zoals in de momenteel in Nederland gebruikte modellen, alleen het maatgevende scherm. De verschillen tussen Cnossos en het Nederlandse rekenmodel voor wegverkeer zijn behoordlijk. Bij een harde bodem resulteert Cnossos in een ca. 2 dB hoger niveau, bij een zachte bodem juist in 2 dB lager niveau. Nog grotere verschillen kunnen optreden tussen Cnossos en de Nederlandse methode voor industrielawaai. Er vindt nog discussie plaats of de nieuwe methode in tertsbanden moet gaan rekenen. Volgens Eddy Gerretsen heeft dit geen enkele meerwaarde in het omgevingsgeluid ten opzichte van een methode op basis van octaafbanden. Hoe verbind je ‘softe’
psychologie aan ‘harde’ wegbouwkunde? Wim van Keulen is niet optimistisch over de toekomst van geluidsreducerende wegdekken. De geluidreductie stelt hij niet ter discussie, die is overduidelijk aanwezig. Wim wijst echter op gebreken bij de aanleg van stil asfalt, waardoor de duurzaamheid soms kan tegenvallen. Aannemers mengen volgens hem soms te weinig bitumen door het mengsel, of leggen een dunne deklaag neer op een vochtige ondergrond. Het is van belang bij de aanleg sluitende eisen te stellen over de duurzaamheid. Wim van Keulen pleit ook voor meer civieltechnisch modelonderzoek op dit gebied. Voorts ging Wim in op de spectrale kleuring van het geluid door de aanleg van geluidsreducerend asfalt t.o.v. van het standaard asfalt (DAB). Door de andere kleuring (minder hoogfrequent) speelt bij de omwonenden niet alleen de geluidsreductie een rol, maar vooral ook de andere klank. De "opvallendheid van het verschil" tussen standaard asfalt en geluidreducerende asfalt, is na correctie vanaf de bron naar de binnenwaarde van belang voor de waardering van het effect van het geluidreducerende asfalt. Wim van Keulen stelde daarbij voor de A0 methode van Salomons toe te passen. Wordt geluid in het weekend
even hinderlijk beoordeeld als op doordeweekse dagen? Het antwoord op deze vraag is nee. Joos Vos liet de resultaten zien van een literatuurstudie. Zowel bij schietlawaai, luchtvaartlawaai als burenlawaai is aangetond dat geluid in het weekend hinderlijker is dan door de week. Een penalty van 5 dB kwam hier en daar naar voren. Voor het burenlawaai gold dat geluid van sanitair in het weekend geen extra hinder veroorzaakt, vanwege contactgeluid iets meer. Vooral geluid van doe-het-zelvers is in het weekend hinderlijker, en dan vooral op zondag. Geluidbeheer van
industrieterreinen Het probleem van de akoestisch volle en op slot zittende industrieterreinen lost Erik Roelofsen op door het zonebeheerplan te verankeren in het bestemmingsplan. Daarbij wordt de geluidruimte verdeeld per kavel, en uitgedrukt in een soort budget voor het bedrijf, uitgedrukt in dB/m2. Roelofsen is benieuwd of dit zal leiden tot een handel in geluidruimte tussen bedrijven op een industrieterreinen. De nieuwe omgevingswet leidt mogelijk weer tot de noodzaak van een andere aanpak. Meer lezen: de artikelen behorende bij deze lezingen verschijnen op het beveiligde gedeelte van de NAG website. |
| footer |