Pre-inspraak op voortontwerp bestemmingspland Lage Weide Utrecht

Gemeente Utrecht, 24 april 2012

In afwijking van het gebruikelijke bestemmingsplanproces heeft het college van B&W van de gemeente Utrecht voorgesteld een concept van het voorontwerpbestemmingsplan te bespreken met de raadscommissie, vóórdat er inspraak/ wettelijk vooroverleg over gevoerd wordt.

Daarbij is door het college tevens toegezegd dat aandacht wordt geschonken aan de wensen van de Industrievereniging en andere belanghebbenden in het gebied, waaronder de Wijkraad, Milieugroep Zuilen, TCN, Bedrijvenkring Cartesiusweg, VVE, en Sara Lee/ DE.

De ingekomen reacties zijn in een document samengevat en direct aansluitend, per onderdeel, cursief van beantwoording voorzien. De wijkraad heeft afgezien van het indienen van een schriftelijke reactie.


Kaart Lage Weide, Utrecht (uit 2009)

Aanpassen gezoneerd industrieterrein

In de vigerende bestemmingsplannen liep de binnenste zonegrens (grens van het gezoneerde industrieterrein waar 'grote lawaaimakers zijn toegestaan) niet altijd even logisch wat onduidelijkheid voor de gebruikers en de gemeente met zich brengt bij vergunningverlening. Deze binnenste zonegrens liep in sommige gevallen dwars door over bestaande bedrijfskavels, terreinen en gebouwen heen. Ter vergroting van duidelijkheid en daarmee rechtszekerheid is de begrenzing - evenals de bijbehorende geluidszone- aangepast in dit bestemmingsplan.

Hieronder enkele reacties en het antwoord van de gemeente Utrecht hierop.

Indeling havengebied

Het bestuur van de Industrievereniging Lage Weide begrijpt uit de bestudering van de plankaart grofweg de volgende indeling in het havengebied categorie 3.2 tot en met 5.2, waarna een schil tot en met categorie 4.1 en tenslotte een gebied tot en met categorie 3.2.

Bijvoorbeeld: met inachtneming van de voorschriften van de Wet geluidhinder is een geluidzone voor het industriegebied vastgesteld. Buiten de zone mag de geluidbelasting op geluidgevoelige objecten niet meer bedragen dan 50 dB(A). Bovendien zijn op de gevestigde inrichtingen de voorschriften van de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit van toepassing, waarmee een afdoende bescherming is gerealiseerd.

Uit oogpunt van geluidhinder is een categorale beperking dan ook niet nodig. De categorale beperking ontneemt de ondernemers ongewild mogelijkheden hun bedrijfsactiviteiten te wijzigen, wanneer deze door de economische situatie worden ingegeven. Dit alles nog afgezien van het feit, dat een categorale beperking van percelen in aanzienlijke mate de waarde van de onroerende zaken van de rechthebbende aantast. Bedrijven ondervinden nu al een waardebeperking van de onroerende zaakbij eventuele verkoop.

Reactie gemeente Utrecht: Voor wat betreft de categorisering: het bestemmingsplan vormt het ruimtelijk (afwegings)kader. Daarin dient de afweging plaats te vinden welke bedrijven waar zijn toegestaan. Zie in dat kader ook de algemene beantwoording onder 5. In dat kader is het tevens zo dat het instrumentarium van de Wet milieubeheer uitsluitend betrekking heeft op de inrichting zelf. Via de Wet milieubeheer kunnen nadrukkelijk geen eisen worden gesteld aan de toelaatbaarheid van objecten in de omgeving van inrichtingen. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het instrumentarium van de Wet ruimtelijke ordening, met name het bestemmingsplan. Als bedrijven eenmaal zijn toegestaan volgens het bestemmingsplan dienen ze dus nog te voldoen aan de daarvoor geldende milieuregelgeving. De milieuvergunning iszoals hierboven is aangegeven - vervolgens de maatstaf, waarmee aan de hand van de precieze aard en omvang van het bedrijf, kan worden beoordeeld wat acceptabel en toelaatbaar is. Enkele verwijzingen naar milieuvergunningen zonder een afdoende regeling in het bestemmingsplan wordt niet geaccepteerd, het bestemmingsplan vormt het afwegingskader.

Er is geen sprake van categorale beperking van percelen ( en dus van wegbestemmen). Het is wel zo dat in de loop der tijd de bedrijvenlijst is geactualiseerd, waardoor bijvoorbeeld een bedrijf dat voorheen werd gezien als een categorie 4 bedrijf onder de huidige systematiek valt in een categorie 3.2. Dat neemt echter niet weg dat planologisch dezelfde rechten van toepassing zijn. Er kan dan op basis van het bestemmingsplan dan ook geen sprake zijn van waardedaling, immers de bedrijven die buiten de voorgestelde milieuzonering vallen krijgen een passende maatbestemming. Bij verkoop van een perceel kan een zelfde soort bedrijf, althans uit de categorie van de specifieke maatbestemming acitiviteiten ontplooien.

In het concept voorontwerp zijn bepaalde bedrijven met een maatbestemming abusieveljk nog niet op de verbeelding opgenomen, deze krijgen een plek in het definitieve voorontwerpbestemmingsplan.

Voor wat betreft geluid, dit staat los van de opgenomen milieuzonering. Ingevolge artikel 1 Wgh (Wet geluidhinder) is een industrieterrein een terrein waaraan een bestemming is gegeven die de mogelijkheid van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij AMvB (Ivb) aan te wijzen categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken (grote lawaaimakers, ook wel A-inrichtingen genoemd. Lage Weide is zo’n terrein. Indien een bestemmingsplan de vestiging van deze zogenaamde ‘ grote lawaaimakers’ mogelijk maakt, moet daarbij een zone worden vastgesteld waarbinnen deze bedrijven ‘lawaai kunnen maken’. De zonegrens wordt gebaseerd op de vergunde geluidsemissie vanwege de inrichtingen op het industrieterrein en dit is dus een verplichting die volgt uit de systematiek van de Wet geluidhinder.

Beperking gebruik

Bovendien is het bestuur  van de Industrievereniging Lage Weide van mening dat er bij de planopzet onvoldoende rekening mee is gehouden, dat in het gebied ten oosten en westen van de spoorlijn Utrecht-Amsterdam bedrijven zijn gevestigd uit de categorie 5, die na vaststelling van het bestemmingsplan onder het overgangsrecht komen te vallen, met de nodige beperking voor uitbreiding van bouwwerken en gebruik. Het bestuur acht dit ontoelaatbaar. Immers er blijkt niet uit de toelichting bij het bestemmingsplan, dat het door de gebruiksactiviteiten veroorzaakte geluidsniveau buiten de zone om het industrieterrein, de waarde van 50 dB(A) te boven gaat.

Reactie: Wegbestemmen is ook voor dit bestemmingsplan niet aan de orde. Er wordt verwezen naar de algemene beantwoording onder 5 en de eerdere beantwoording in deze. Er zijn enkele van de genoemde categoriebedrijven nog niet opgenomen op de verbeelding, een omissie die in het definitieve voorontwerpbestemmingsplan wordt hersteld. Overigens en in aanvulling op het vermelde hierboven t.a.v. het wegbestemmen van cat. 5 bedrijven, de meeste kavels ten westen van de spoorlijn Utrecht-Amsterdam (aan de Isotopenweg), behouden anders dan de industrievereniging beschrijft, een bestemming inclusief de milieucategorie 5 (zie kaartblad 2).

Tot slot wordt in het algemeen door het gekozen zoneringsmodel, waarbij zwaardere bedrijven in het midden van het terrein en lichtere categorieën aan de rand worden bestemd, voorkomen dat één enkel zwaar bedrijf aan de rand de gehele geluidsruimte kan invullen waardoor het gehele industrieterrein op slot komt te zitten. Juist door de nu voorgenomen verdeling zijn er meer mogelijkheden voor zwaardere bedrijven in het midden van het industrieterrein.

 


Bron: Gemeente Utrecht