Arbo in bedrijf 2010

Redactie, 29 februari 2012

Onlangs verscheen de zesde editie van het rapport "Arbo in bedrijf". Dit rapport beschrijft de resultaten van het onderzoek ‘Arbo in bedrijf 2010’ dat in opdracht van de directie Gezond en Veilig Werken (G&VW) van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door de Arbeidsinspectie (AI) is uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is antwoord te geven op de vraag: Wat is de naleving van de Arbowet door de Nederlandse bedrijven in 2010?

De naleving van wettelijke verplichtingen blijkt in de periode 2006-2010 afgenomen.

Geluid

Uit onderzoek door de arbeidsinspectie blijkt dat van de specifieke arbeidsrisico’s in 2010 schadelijk geluid veelvuldig voorkomt. Dit percentage is ongewijzigd ten opzichte van de meting 2007, maar het is lager dan de meting 2006 (23%). Trillingen komen op de tweede plaats. Dit percentage is hoger dan de meting 2006 (13%). Niet-ioniserende straling komt in de derde plaats als arbeidsrisico in 2010 voor. Het risico wordt door de meeste bedrijven (81%) onderkend in de RI&E. Alle bedrijven die een RI&E hebben en het risico op schadelijk geluid in de RI&E hebben onderkend, hebben daartegen ook maatregelen genomen. Voor het risico trillingen worden het minst maatregelen genomen.

Meer detail

In bijna één op de vijf bedrijven (19%) is het arbeidsrisico (schadelijk) geluid aanwezig. In 12% van de bedrijven zijn er maatregelen getroffen om schadelijk geluid te voorkomen dan wel te beperken en is het arbeidsrisico volgens opgave van de bedrijven niet (meer) regelmatig aanwezig. Tabel 4.3 geeft een vergelijking in de tijd. De kanttekening bij deze vergelijking is, dat in 2010 het geluidsniveau niet de 85dB(A) mag overschrijden; dit was 80dB(A). Deze tijdreeks laat zien dat het percentage bedrijven waar geluid een arbeidsrisico ligt, rond de 20% schommelt. Het percentage bedrijven waar geluid geen arbeidsrisico meer is vanwege de genomen maatregelen is in 2010 toegenomen.

Variatie per sector

De percentages fluctueren per grootteklasse en sector. In totaal staat 8% van alle werknemers regelmatig bloot aan (schadelijk) geluid.

Het arbeidsrisico doet zich naar verhouding het meest voor bij grotere bedrijven van 100 of meer werknemers, namelijk bij een derde van deze bedrijven. Het percentage werknemers dat aan dit arbeidsrisico bloot staat is in de grote bedrijven (6%) lager dan in de andere grootteklassen. De sectoren bouwnijverheid, industrie (inclusief nutsbedrijven en delfstoffenwinning) en openbaar bestuur (incl. overheidsdiensten) er uit springen. In deze sectoren komt het arbeidsrisico geluid naar verhouding het meeste voor.

Zo is bij meer dan de helft van de bouwbedrijven (54%) sprake van regelmatige blootstelling aan schadelijk geluid. Voor meer dan een derde van alle werknemers in de bouwnijverheid is schadelijk geluid een arbeidsrisico.

Bij bijna een derde van de bedrijven (32%) heeft het bedrijf de blootstelling aan geluid gemeten of laten meten. Er is een progressief verband tussen de hoogte van dit percentage en de grootte van het bedrijf.

Maatregelen

Van alle bedrijven – dus inclusief bedrijven waar geluid geen arbeidsrisico (meer) is – heeft bijna een derde maatregelen genomen met betrekking tot dit risico.

Naarmate bedrijven groter zijn, hebben zij naar verhouding vaker maatregelen genomen. Geheel in lijn met wat je zou mogen verwachten, zijn relatief vaker maatregelen genomen in die sectoren waar het arbeidsrisico het meest aanwezig is, zoals in de sectoren bouwnijverheid (77%), industrie nutsbedrijven en delfstoffenwinning (64%) en openbaar bestuur en overheidsdiensten (61%). Het verschaffen en gebruiken van gehoorbeschermingsmiddelen is veruit de meest genomen maatregel, gevolgd door voorlichting en onderricht over de risico’s van geluid en maatregelen aan de bron.

Als er sprake is van een lawaainiveau boven 85 dB(A), dient individuele gehoorbescherming te worden gebruikt, waarbij het niveau niet hoger mag worden dan 87 dB(A). In 18% van de bedrijven die maatregelen hebben genomen met betrekking tot het arbeidsrisico geluid, zijn er werknemers met individuele gehoorbescherming die worden blootgesteld aan geluid boven de grenswaarde van 87 dB(A) in de gehoorgang. Bij grotere bedrijven komt dit vaker voor dan bij kleine bedrijven.

Trillingen

Onder het arbeidsrisico ‘trillingen’ worden zowel lichaamstrillingen als hand- en armtrillingen verstaan. Lichaamstrillingen kunnen worden veroorzaakt door interne transportmiddelen, dat wil zeggen transportmiddelen die op de bedrijfslocatie gebruikt worden. Voorbeelden van interne transportmiddelen die lichaamstrillingen kunnen veroorzaken zijn een heftruck, bulldozer, tractor of grasmaaier. Bij langdurige blootstelling hieraan kunnen werknemers (lage) rugklachten krijgen. Hand- of armtrillingen worden veroorzaakt door het werken met elektrisch aangedreven gereedschap. Op termijn kan dit bij werknemers leiden tot het zogenaamde witte vingersyndroom. Dit is het gevolg van een verstoorde bloedtoevoer en/of (gedeeltelijke) afsterving van zenuwen in de vingers.

In 16% van de bedrijven hebben werknemers te maken met het arbeidsrisico trillingen. In 1% van de bedrijven zijn zodanige maatregelen getroffen, dat het arbeidsrisico trillingen niet (meer) regelmatig aanwezig is. Het percentage bedrijven waar trillingen een arbeidsrisico ligt, is toegenomen van 10% in 2004 tot 16% in 2010. Het percentage bedrijven waar trillingen geen arbeidsrisico meer is vanwege de genomen maatregelen ligt vrij constant op 1%.

Trillingen als arbeidsrisico komt het meeste voor in de grotere bedrijven (vanaf 50 werknemers). Tussen de sectoren zijn duidelijke verschillen waar te nemen. De sectoren die er uit springen zijn landbouw en visserij, bouwnijverheid, openbaar bestuur en overheidsdiensten en industrie, nutsbedrijven en delfstoffenwinning. Wat vooral opvalt is dat in de bouwnijverheid (42%) niet alleen het percentage bedrijven waar trillingen als arbeidsrisico voorkomt hoog is, maar dat ook naar verhouding veel werknemers (37%) in deze sector er aan blootstaan. In de bouwnijverheid springt ook iets anders in het oog: bij meer dan een derde van de bedrijven (38%) in deze sector zijn hand- en armtrillingen een arbeidsrisico.

Trillingen meten

In 10% van de bedrijven zijn lichaamstrillingen dus een arbeidsrisico. In 4% van deze bedrijven heeft het bedrijf de blootstelling aan lichaamstrillingen gemeten (of laten meten). In één op zeven van deze bedrijven (14%) zijn er werknemers die blootstaan aan lichaamstrillingen die boven de actie- en/ of grenswaarden uitkomen. In eveneens 10% van de bedrijven is hand- en armtrillingen een arbeidsrisico. In 5% van deze bedrijven heeft het bedrijf de blootstelling aan hand- en armtrillingen gemeten (of laten meten). In slechts een fractie van deze bedrijven (3%) is er sprake van werknemers die blootstaan aan hand- armtrillingen die boven de actie- en/ of grenswaarden uitkomen.

 

Bron: Rapport Arbo in bedrijf 2010

home...