Nieuwe milieuvoorwaarden voor windturbines Vlaanderen

LNE, maart 2012

Op voorstel van Joke Schauvliege, Vlaams minister voor Leefmilieu, Natuur en Cultuur keurde de Vlaamse Regering op 23 december 2011 de nieuwe sectorale milieuvoorwaarden voor windturbines definitief goed. Het besluit treedt begin 2012 in werking. Met dit besluit wordt een meer rechtszeker kader gecreëerd voor zowel omwonenden, exploitanten als vergunningverleners bij de inplanting en exploitatie van grootschalige windturbines in Vlaanderen.

De hinder door windturbines blijkt hoger te zijn dan die door verkeer.

Het voorstel regelt, na evaluatie en toetsing aan internationaal geldende normen, aspecten met betrekking tot geluid, slagschaduw, veiligheid voor zowel bestaande als nieuwe windturbines. De normering wordt ten opzichte van het huidige beleid voor windturbines verstrengd, waarbij de norm voor slagschaduw verlaagd wordt van maximaal 30 uur per jaar naar maximaal 8 uur per jaar en maximaal 30 minuten per dag. Daarnaast worden aangepaste geluidsnormen ingevoerd die in tegenstelling tot de omzendbrief ook buiten de afstand van 250 m tot woningen gelden.

Geluid

Het geluid moet, tenzij anders bepaald in de milieuvergunning, lager zijn dan de richtwaarden. Als de exploitant met een meetcampagne voor de bepaling van het achtergrondgeluid (duurtijd meting te bepalen in overleg met vergunningverlenende overheid) kan aantonen dat het achtergrondgeluid hoger is dan de norm, geldt de waarde van het achtergrondgeluid.

In dat geval moet bijkomend een afstand van minstens driemaal de rotordiameter tot woningen gehanteerd worden.

Richtwaarden:

  • Woongebieden: overdag 44 dB(A), 's avonds en 's nachts 39 dB(A)

  • Agrarische gebieden: overdag 48 dB(A), 's avonds en 's nachts 43 dB(A)

  • Op < 500 m afstand van industriegebied:

    • In woongebied: 43 dB(A) 's nachts

    • Niet in woongebied: 45 dB(A) 's nachts

     

  • Op < 500 m van KMO-gebied, ambachtelijke gebieden en ontginningsgebieden tijdens de ontginning:

    • In woongebied: 39 dB(A) 's nachts

    • Niet in woongebied: 43 dB(A) 's nachts

     

  • Industriegebieden: 55 dB(A) 's nachts,

  • Buffergebieden: 50 dB(A) 's nachts

  • Andere gebieden: 43 dB(A) 's nachts

Studie

De geluidsstudie voor de vergunning bevat een immissieberekening van een erkend milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen conform de parameters voorgesteld in de toelichtingsbijlage.

Als bij een woning de berekende immissie dichtbij (=minder dan 3 dB(A)) de richtwaarde ligt, moet de berekening voor die woning gedetailleerd worden uitgeschreven.

De exploitant kan het achtergrondgeluidsdrukniveau in rekening brengen om een soepeler norm te bekomen, maar de meetcampagne moet dan voldoende lang zijn (meetduur in overleg met vergunningverlenende overheid) om een representatief beeld te vormen. Per studie gelden specifieke eisen die vermeld staan in de toelichtingsbijlage F14 bij bijlage 4B van titel I van het VLAREM en worden per deelgebied behandeld in de hierna volgende tekst.

Achtergronden

Bij het ontwerp van de nieuwe geluidsregelgeving werd uitgegaan van de basisprincipes van het VLAREM en werden volgende uitgangspunten in acht genomen:

  1. de hinder bij omwonenden moet tot een minimum beperkt worden;

  2. er moet differentiatie zijn van de normering per gebiedsbestemming: de toegestane geluidsniveaus op een industriegebied moeten hoger kunnen zijn dan deze in een woongebied;

  3. het oorspronkelijke omgevingsgeluid moet meegewogen kunnen worden in de normering.

 

Bron: LNE Toelichtingsnota, Presentatie