Onderzoek verstorende effecten van grote burgerluchtvaart

IWWR, 2011 (gepubliceerd maart 2012)

In opdracht van de Alderstafel is door het Institute for Water and Wetland Research, in samenwerking met de vakgroep Dierceologie van de Radboud Universiteit en Bureau Waardenburg onderzoek gedaan naar de effecten van grote burgerluchtvaart op natuur. Dit is uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van vliegveld Lelystad

De onderzoekers concluderen dat er meetbare effecten zijn van luchtvaartactiviteit op de dichtheden en reproductieparameters van een aantal vogelsoorten. Verstoring door vliegverkeer heeft een visuele en auditieve component.

Effecten vanaf 48 Lden

In het onderzoek is met behulp van de geluidscontouren van Schiphol een inschatting gemaakt van de verstorende effecten op vogels. Hierbij is gevonden dat de geluidscontour vanaf 48 dB(A) Lden significante effecten laat zien op enkele gevoelige soorten. Deze grenswaarde komt overeen met grenswaarden uit de literatuur waar effecten zijn gevonden vanaf 43 dB(A). In de Lden maat zit namelijk een straf van 5 extra dB(A) voor avondvluchten en 10 extra dB(A) voor nachtvluchten, hetgeen een groot deel van het verschil tussen 43 en 48 kan verklaren.

Als de onderzoekers vanuit de laagste geluidscontour (voorzorgprincipe) op basis van 43 dB(A) een contour met Lden voor vliegveld Lelystad opstellen, dan wordt dit een contour van 46 dB(A) Lden, waarbij de onderzoekers er zeker van zijn dat bij een geluidbelasting lager dan 46 dB(A) Lden geen significante effecten op broedvogels op zullen treden.

Effecten Lelystad

Voor de 46 dB(A) Lden contour blijkt dat er in het scenario Bravo een beperkte overlap is met de Oostvaardersplassen en in het scenario Delta met de Veluwerandmeren en de Veluwe.


Geluidcontouren Lelystad (berekend door To70)

Naar visuele effecten van vliegverkeer, dat tot een hoogte van 3.000 ft negatieve effecten kan hebben, is geen onderzoek gedaan. Evenmin is onderzoek gedaan naar effecten op niet-broedvogels. Deze en andere aspecten (bijvoorbeeld stikstofdepositie) zullen onderzocht moeten worden, wil een uitspraak gedaan kunnen worden over de som van effecten van vliegverkeer op concrete gebieden met hun eigen instandhoudingsdoelen en omstandigheden.

Deze vragen en hun antwoorden komen aan de orde binnen het raamwerk van de Natuurbeschermingswet in een Voortoets en/of Passende beoordeling; dit geldt ook voor het antwoord op de vraag of in de drie bovengenoemde gebieden op basis van geluidsbelasting (met als grenswaarde 43 dB(A)) een negatief effect op instandhoudingsdoelen valt te verwachten.

Bron: Rijksoverheid