|
MIRA rapport over geluidhinder in Vlaanderen Diverse bronnen, 31 maart 2012 In maart 2012 verscheen het MIRA Indicatorrapport 2011. Dit rapport bevat een selectie van feiten & cijfers over het milieu in Vlaanderen. Meer dan 100 indicatoren behandelen samen het volledige milieudomein. Het rapport is opgesteld door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), een overheidsinstelling. De VMM behoort als Intern Verzelfstandigd Agentschap (IVA) tot het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid. De maatschappelijke zetel van de VMM is in Erembodegem; daarnaast heeft de VMM verschillende vestigingen in elk van de vijf provincies. Reactie Bond Beter Leefmilieu Volgens de Bond Beter Leefmilieu toont het MIRA-rapport opnieuw aan dat de slechte ruimtelijke ordening in Vlaanderen - volgens de Bond gekenmerkt door ruimteverspilling en verspreide bebouwing/versnippering- steeds grotere gevolgen heeft voor natuur-, milieu- en leefbaarheid. Vlaanderen kent met 12,9% een veel hogere bodemafdichtingsgraad dan de andere Europese landen (gemiddeld 1,8%). Onder afgedichte bodem wordt bebouwing, wegen en verharding verstaan. Dit heeft vooral effect op water en overstromingsgevaar. Lawaai is de belangrijkste bron van hinder De mate waarin inwoners van Vlaanderen hinder ervaren van geluid, geur en licht kan worden weergegeven met de indicator gerapporteerde hinder. LNE laat op regelmatige tijdstippen een schriftelijke enquête, het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek (SLO), uitvoeren om deze indicator te bepalen. In 2008 gebeurde dit voor de derde maal. Lawaai is de belangrijkste bron van hinder met 10,3 % ernstig tot extreem gehinderden in 2008. Te veel licht (lichthinder) veroorzaakte de minste ernstig tot extreme hinder, namelijk 1,8 %. Voor lawaai en geurhinder is dit een dalende trend. Voor lichthinder is er geen wezenlijke stijging of daling te merken.
Bevolking blootgesteld aan geluid door wegverkeer De blootstelling van de bevolking aan hoge geluidsdrukniveaus wordt opgevolgd aan de hand van drie indicatoren die het geluidsdrukniveau ter hoogte van de gevel van woningen weergeven:
De berekende indicatoren hebben als basis een geluidskaart. Voor 2010 zijn er enkel gegevens beschikbaar voor de berekende indicator LAeq, dag, geluidskaart >65dB(A). Zowel het verkeersmodel als het geluidsmodel waarmee de geluidskaart gemaakt werd, zijn in 2011 verfijnd. De verfijning houdt een betere inschatting van:
Daarnaast werd een aantal kleine wegen toegevoegd aan het model. Vooral de eerste twee factoren hebben effect op het resulterende geluidsdrukniveau. De berekende indicator blijkt lager te liggen dan berekeningen de voorbije jaren. Of deze daling te wijten is aan een effectieve daling of aan de verbeteringen van de modellen is niet gekend. Verder onderzoek moet uitmaken welke trend deze indicatoren volgen. Ondanks deze onzekerheden blijkt de doelstelling nog lang niet bereikt. Ecoscore van nieuw verkochte personenwagens De ecoscore is een maat voor de milieuvriendelijkheid van voertuigen gebaseerd op de geluidshinder en de impact op klimaatverandering, ecosystemen en gezondheid. De score houdt niet enkel rekening met de directe emissies die vrijkomen tijdens het rijden, maar eveneens met de indirecte emissies bij de productie en distributie van de brandstof. De milieuprestaties van nieuwe wagens verbeteren voortdurend. In 2010 bedroeg de gemiddelde ecoscore van het nieuwe Vlaamse wagenpark 67,7. Dit is een stijging met 7 eenheden ten opzichte van 2006. Het volledige Vlaamse wagenpark had in 2010 een gemiddelde ecoscore van 57,0. Een score van 61 als doel in het MINA-plan 4 (2011-2015) lijkt haalbaar tegen 2015. Van de verschillende voertuigtechnologieën heeft het batterijelektrisch voertuig de hoogste ecoscore. Daarna volgen de aardgas- en LPG-voertuigen. Nieuwe dieselwagens verbeterden het meest in 2010. Hun gemiddelde ecoscore was in 2010 bijna even hoog als van benzinewagens, maar nog steeds gemiddeld lager dan van de andere technologieën.
|