|
Meningen van kamerleden over SWUNG wetgeving Redactie, 29 april 2011 De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer heeft verslag uitgebracht over haar bevindingen van de wetgeving voor geluidsproductieplafonds. Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig en afdoende zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid. Algemeen De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat er duidelijke normen en afspraken komen. De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid zien het wetsvoorstel als een verbetering ten opzichte van de huidige wetgeving. De leden van de CDA-fractie waarderen dat het wetsvoorstel beoogt de omgeving te beschermen en tegelijkertijd niet de mobiliteit te belemmeren. D66 heeft enkele vragen en zorgen. De leden van de fractie van GroenLinks hebben gemengde gevoelens. Hoewel de systematiek van geluidsproductieplafonds (GPP’s) kansen biedt om omwonenden van snelwegen beter te beschermen tegen verkeerslawaai, zien deze leden ook een aantal valkuilen waar zij zorgen over hebben. Deze zorgen betreffen met name:
De leden van de SGP-fractie vinden dat de in te voeren geluidproductieplafonds bescherming van burgers tegen geluidsoverlast door groei van verkeer op Rijks- en spoorwegen beter borgen. Diverse andere fracties hebben nog vragen bij het wetsvoorstel. Inleidend De leden van de CDA-fractie zien de tekortkomingen van de huidige wetgeving ten aanzien van geluid en de wijze waarop – althans op papier – het wetsvoorstel verbeteringen aanbrengt. De toevoeging «op papier» staat er niet voor niets. Deze leden hebben twijfels ten aanzien van het realiseren van de gewenste verbetering in de praktijk. De twijfels en daaruit voortvloeiende vragen en bezwaren worden in deze inbreng aangegeven. De leden van de GroenLinks-fractie vinden dat de impact van verkeerslawaai op de gezondheid van mensen niet zwaar genoeg doorklinkt in het mobiliteitsbeleid hopen van harte dat er nu een trendbreuk gemaakt kan worden. De leden van de fractie van GroenLinks realiseren zich dat de aanpak van verkeerslawaai veel kosten met zich meebrengt. Uiteraard is relevant waar die kosten worden neergelegd. De leden zijn benieuwd naar de reactie van de regering op hun suggestie om een deel van de kosten voor de aanpak van verkeerslawaai neer te leggen bij de veroorzakers ervan: (vracht)auto’s. Ligt het niet voor de hand om bijvoorbeeld de hoogte van de Motorrijtuigenbelasting mede afhankelijk te maken van het geluidsniveau dat auto’s voortbrengen? Zware auto’s met brede banden, maken nu eenmaal meer lawaai. Is het niet eerlijk de (geluids)vervuiler dan ook meer te laten betalen? Kan de regering aangeven, als zij niet voor een dergelijke prikkel voelt, hoe de sector verkeer dan geprikkeld kan worden een bijdrage te leveren aan de beperking van het verkeerslawaai? De leden van de fractie van GroenLinks vinden het een gemiste kans dat het wetsvoorstel geen rekening houdt met stapeling van geluidsbronnen. Waarom heeft de regering ervoor gekozen geluid uit verschillende bronnen niet bij elkaar op te tellen? Berekening, vaststelling en aanpassing van normen De leden van de VVD-fractie stellen vragen over het ondersheid tussen geluidsbelasting van weg en spoor en vragen naar de onderzoeken waar dit onderscheid op gebaseerd is. De leden van de VVD-fractie hebben de angst dat bij de invoering van SWUNG II beperkingen ontstaan voor de uitvoering van diverse ruimtelijke objecten, zoals woningbouwprojecten. De leden van de PvdA en CDA-fracties vragen naar metingen. De leden van de SP-fractie missen in het voorstel de koppeling tussen gevelbelasting en geluidwaarden voor binnenniveau. De leden van de D66-fractie uiten hun zorgen over de gezondheidsrisico’s bij geluidsoverlast, en vragen of een geluidsproductieplafond van 65 dB voldoende is om deze risico’s zo klein mogelijk te houden. De leden van de fractie van GroenLinks vinden de maximale gevelbelasting van 65 dB aan de hoge kant. De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in het addendum van het Planbureau voor de Leefomgeving dat de extra kostencomponent voor rijkswegen in Swung I 1,2 miljard euro bedraagt, uitgaande van een effect van gemiddeld + 2 dB. Deze leden vragen of het effect inderdaad + 2 dB is of dat dit nog hoger is omdat er ook wordt gesproken over + 4 dB? Klopt het, zo vragen deze leden, dat vanwege de budgettaire kaderstelling (zowel Swung I als de nota mobiliteit) de enige mogelijkheid is om het doelmatigheidscriterium aan te passen? En zo ja, is de regering dat voornemens te doen? Zo nee, welke mogelijkheden ziet de regering dan? Verder vragen deze leden of de nieuwe Europese bandennorm, die vanaf 2016 gaat gelden, alvast mee wordt genomen om de gevolgen van de aanpassing van het reken- en meetvoorschrift te beperken. Dit heeft volgens deze leden zowel het effect het budgettaire tekort voor de rijksoverheid te reduceren alsook eraan bij te dragen dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van lagere overheden, ontwikkelaars en particulieren niet onnodig worden beperkt. Werkruimte De leden van de VVD-fractie lezen dat de werkruimte gesteld wordt op 1,5 dB maar dat maatwerk daarbij niet mogelijk is. Volgens de leden van de VVD-fractie is flexibiliteit echter van belang en moet er een afweging gemaakt kunnen worden tussen de belangen van mobiliteit, de omliggende geluidsgevoelige objecten en de omwonenden. Dit voorkomt dat infrastructurele- of bouwprojecten op slot komen te zitten, terwijl de volksgezondheid en het leefgenot worden gegarandeerd. Deze leden hebben ook kennisgenomen van verschillende kritieken op deze werkruimte. Zo zijn er pleitbezorgers van een werkruimte van 0,5 dB. De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat deze werkruimte projecten in gevaar kan brengen, wat voor onnodige kosten zal zorgen. ProRail pleit juist voor een werkruimte van 2.0 dB omdat zelfs de werkruimte van 1.5 dB tot onaanvaardbaar groot maatschappelijk en economisch nadeel leidt. De leden van de PvdA-fractie lezen dat het uitgangspunt van de wetgeving de huidige praktijk plus een werkruimte van 1,5 dB is. Deze werkruimte is in principe tijdelijk, maar wat is de maximale gebruiksduur van deze werkruimte? De SP-fractie leest dat een werkruimte wordt opgenomen gebaseerd op de heersende waarde van 1,5 dB. Daarmee zou een verkeerstoename van 40% mogelijk gemaakt worden. De SP deelt de mening van de vier grote gemeenten (de G4) dat zonder flankerend beleid daar geen stimulerende werking vanuit gaat richting de markt om bronmaatregelen te nemen. De G4 stellen dat met een werkruimte van 0,5 dB een sterker signaal wordt afgegeven en verwachten dat met het nemen van de bronmaatregelen ook binnen die ruimte groeimogelijkheid tot 40% reëel is. De leden van de D66-fractie vinden een werkruimte van 1,5 dB aan de hoge kant. Deze leden zien twee opties voor zich: de regering houdt vast aan de ruime werkruimte van 1,5 dB, die overeen komt met 40% extra wegverkeer. In dat geval suggereren de leden een bepaling toe te voegen dat dan moet worden uitgegaan van alle in redelijkheid mogelijke maatregelen, waaronder dan standaard de aanleg van dubbellaags ZOAB (Zeer Open Asfalt Beton) wordt verstaan, bijvoorbeeld in stedelijke gebieden en in de nabijheid van stiltegebieden. Wanneer de regering een dergelijk uitgangspunt of voorschrift niet wenst op te nemen, dan lijkt deze leden de werkruimte van 1,5 dB te hoog en zou deze beter beperkt kunnen blijven tot 0,5 dB.Bronbeleid De leden van de VVD-fractie lezen dat de tweede pijler het bronbeleid is. De leden van de VVD-fractie hebben veel vertrouwen in technische mogelijkheden, variërend van stillere banden en motoren tot aangepast materieel voor treinen. Het wetsvoorstel gaat niet in op de acties die de regering op dit vlak gaat ondernemen. De leden van de VVD-fractie horen graag hoe de regering nader vorm aan het bronbeleid zal geven. De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering ook met (bron)beleid komt om te zorgen dat de geluidsproductie in Nederland ook een dalende trend gaat laten zien.De leden van de CDA-fractie vinden de prikkel tot het voeren van bronbeleid op het terrein van voertuigen te laag. Het aanbrengen van geluidproductieplafonds leidt mogelijk tot sanering van wegdelen, maar naar de mening van deze leden een te zwakke relatie met bronbeleid waar het de weggebruikers betreft. Beheerders van infrastructuur hebben nauwelijks instrumenten, noch krijgen ze deze via het wetsvoorstel, om weggebruikers te stimuleren tot maatregelen die leiden tot stiller vervoer. De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan aangeven welke tegenvallers er de afgelopen vijf jaar zijn geweest op het gebied van bronbeleid, en welke zij in de komende jaren nog verwachten.Ook de leden van de SGP-fractie betwijfelen of het bronbeleid voldoende verankerd wordt. Hoe wordt ervoor gezorgd dat bij het bepalen van de geluidproductieplafonds het bronbeleid in de vorm van bijvoorbeeld de «best beschikbare technieken» of snelheidsbeperkingen als uitgangspunt meegenomen wordt? (Prikkels voor) andere geluidsreducerende maatregelen De leden van de VVD-fractie vragen welke flexibiliteit de beheerder zal hebben bij het bepalen van de geluidsreducerende maatregelen. De leden van de PvdA-fractie vragen of de wetgeving voorziet in de mogelijkheid de handhavende instanties, zoals gemeenten, bronmaatregelen te laten nemen, zoals het instellen van 80 km zones, als de normen overschreden worden. Mogen zij die ruimte ook gebruiken om de normen vervolgens te verlagen en te gebruiken voor gezondheidswinst? De leden van de D66-fractie zijn van mening dat men in principe zou moeten streven naar zo min mogelijk overlast binnen bestaande beleidsmogelijkheden. Deelt de regering de zorg dat het voorliggende wetsvoorstel weinig prikkels biedt om de beheerders aan te zetten tot het komen tot een zo laag mogelijke geluidsbelasting in plaats van het sec voldoen aan het geluidsproductieplafond en dat het bepalen van de maatregelen nu vooral op financiële motieven is geënt? Welke prikkel biedt dit wetsvoorstel bijvoorbeeld aan de beheerder om de best beschikbare techniek toe te passen, als deze al net onder de grenswaarde zit? De leden van de fractie van GroenLinks willen graag weten of de regering überhaupt een rol weggelegd ziet voor volumebeleid in de aanpak van geluidshinder. Bron: Overheid.nl (sterk ingekort) |