|
Invoeringswet SWUNG naar Tweede Kamer Overheid.nl, 4 februari 2011 Op 4 februari is de invoeringswet voor SWUNG, de nieuwe geluidswetgeving voor rijksinfrastructuur met geluidsproductieplafonds, naar de Tweede Kamer gestuurd. Hieronder delen uit de toelichting op de invoeringswet. Op 7 december 2009 is het voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van geluidproductieplafonds en de overheveling van hoofdstuk IX van de Wet geluidhinder naar de Wet milieubeheer (modernisering instrumentarium geluidbeleid, geluidproductieplafonds) ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2009/10, 32 252, nr. 2). Dit voorstel is nog steeds niet plenair behandeld. Het wetsvoorstel voor een invoeringswet regelt hetgeen nodig is voor een goede invoering van de geluidproductieplafonds en de overheveling van de bepalingen inzake geluidsbelastingkaarten en actieplannen. Complexiteit Gelet op de complexiteit van het wetsvoorstel 32 252, met de, daarbij passende, uitgebreide memorie van toelichting, is ervoor gekozen deze benodigde aanpassingen van andere wetgeving in een afzonderlijk wetsvoorstel op te nemen. De reikwijdte van de Wet geluidhinder Na de invoering van de geluidproductieplafonds zal de Wet geluidhinder niet langer van toepassing zijn op de aanleg en wijziging van de rijksinfrastructuur. Deze beperking van de reikwijdte van de bestaande wet wordt in de Wet geluidhinder geregeld. Opgemerkt wordt nog dat de bestaande geluidregels ten dele zijn opgenomen in het Besluit geluidhinder. De geluidregels voor spoorwegen zijn zelfs hoofdzakelijk opgenomen in dat besluit. Ook dit besluit zal derhalve worden aangepast. Tracébepalingen alleen voor decentrale wegen De Wet geluidhinder bevat een reeks van bepalingen die van toepassing zijn in situaties waarop de Tracéwet betrekking heeft (“tracésituaties”). Deze regels, wel aangeduid als de tracébepalingen van de Wet geluidhinder, wijken af van de reguliere regels van de Wet geluidhinder en hebben een gecompliceerd karakter. De Tracéwet heeft betrekking op wegen en spoorwegen die behoren tot de rijksinfrastructuur. De tracébepalingen van de Wet geluidhinder moeten dan ook worden aangepast aan de nieuwe systematiek van de geluidproductieplafonds. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt om een verregaande vereenvoudiging van deze bepalingen voor te stellen: voorgesteld wordt om in tracésituaties voortaan de reguliere regels van de Wet geluidhinder toe te passen, behoudens enkele afwijkingen die hoofdzakelijk te maken hebben met het bevoegd gezag. De omvang van de Wet geluidhinder neemt daardoor met ongeveer een kwart af. Deze vereenvoudiging is mogelijk omdat de tracébepalingen van de Wet geluidhinder een veel beperkter bereik zullen krijgen. Voor de rijksinfrastructuur zelf hebben zij geen betekenis meer. Zij blijven uitsluitend van belang voor decentraal beheerde wegen of spoorwegen die zijn of zullen zijn gelegen in het tracé van de weg of spoorweg die met toepassing van de Tracéwet wordt aangelegd of gewijzigd. Deze decentraal beheerde wegen of spoorwegen komen in het kader van een tracéprocedure in beeld indien zij in dat kader mede wordt aangelegd of gewijzigd. In het kader van de tracéprocedure wordt door het bevoegd gezag ingevolge de Tracéwet dan ook beslist omtrent de geluidaspecten van deze infrastructuur (vaststellen van hogere waarden). Het reduceren van hoge geluidsbelastingen en plafondverlaging De instrumenten en regels voor de geluidsanering zijn geen onderdeel van het ingediende wetvoorstel Swung-1. Dat komt doordat oorspronkelijk het voornemen bestond om een integrale saneringsregeling te scheppen, zowel voor de diverse saneringsoperaties met betrekking tot de rijksinfrastructuur als voor decentrale infrastructuur. Deze regeling zou de vorm hebben van een wijziging en aanvulling van de reeds in de Wet geluidhinder opgenomen saneringsregels. Omdat de Wet geluidhinder pas met de Invoeringswet wordt aangepast, werden de nieuwe saneringsregeling daarmee als vanzelf deel van de Invoeringswet. Inmiddels is een voorkeur ontstaan om de saneringsregels voor de rijksinfrastructuur toch op te nemen in hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (onderdeel II van artikel II), omdat zij integraal deel uitmaken van de plafondsystematiek in haar totaliteit. Immers voor de bestaande infrastructuur worden de plafonds van rechtswege ingevoerd, meestal op basis van de regel heersende waarde plus 1,5 dB. Maatwerk is daarbij niet mogelijk. De saneringsoperatie moet worden gezien als de gewenste maatwerkoperatie waarbij ongewenst hoge plafonds verlaagd worden. Opname in hoofdstuk 11 leidt ertoe dat de plafondsystematiek in haar geheel in dat hoofdstuk regeling vindt. Bron:
www.overheid.nl: |