Artikel Staatscourant: "Stuur niet op geluidsgrenzen maar op geluidsoverlast"

Staatscourant Online, 21 juni 2011

De redactie van Geluidnieuws ontvangt graag uw reacties op dit artikel

Wat betreft omgevingsfactoren is geluidshinder de op een na grootste bedreiging voor de volksgezondheid in West-Europa. Daarom pleit Tjeerd Andringa voor nieuwe uitgangspunten in de wetgeving. Andringa is universitair hoofddocent Auditory Cognition bij het Instituut Artificial Intelligence and Cognitive Engineering (ALICE) van de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij als senior onderzoeker betrokken bij INCAS3, een onderzoeksinstituut op het gebied van cognitieve sensortechnologie.

Volgens universitair hoofddocent Tjeerd Andringa van de Rijksuniversiteit Groningen biedt de huidige wet- en regelgeving, de Wet geluidhinder, Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit, geen garantie tegen geluidsoverlast. Sterker nog, in de huidige situatie kun je zeker van zijn dat er ‘gehinderden’ zijn, zegt hij. ‘In de wetgeving zijn grenswaarden opgenomen. Daar hebben wetenschappers over nagedacht en politici hebben besloten de grenswaarden op een bepaald niveau te leggen, zodat er maar een beperkt aantal gehinderden is. Dan weet je dus zeker dat er gehinderden zijn.’

Omgekeerd zijn maatregelen om geluidsoverlast weg te nemen niet altijd de beste oplossing, zegt Andringa. ‘Uit het onderzoek dat ik met mijn collega Jolie Lanser doe naar de beleving van geluidsoverlast, merken we dat beperking van de geluidsoverlast van één bron kan betekenen dat een andere bron beter hoorbaar wordt. Bijvoorbeeld een crossbaan aan de overkant van een snelweg. Het geluid van de snelweg wordt weggevangen en het geluid van de crossbaan – geluid reist altijd een beetje in een boog – wordt daardoor veel beter hoorbaar en is misschien zelfs storender, omdat het snerpender en ongelijkmatiger is. Geluidsniveaus in decibellen zijn maar een deel van het verhaal.’

Verschillende gebieden in Nederland moeten voor verschillende geluidsniveaus worden geoptimaliseerd, aldus Andringa. ‘Als er nu in een gebied te veel luide geluidsbronnen zijn, mogen er niet meer bijkomen en moet je naar een gebied gaan waar het aantal geluidsbronnen nog niet aan de grenswaarden zit. Dus spreid je het en krijg je langzamerhand overal een deken van geluid.’ (Andringa doelt met dit verhaal op industrielawaai.... maar het voorbeeld is verwarrend - wegverkeer in combinatie met industrie, redactie)

De stiltegebieden die er nu zijn, kunnen bij het ruimtelijk ordenen van geluid als voorbeeld dienen. ‘In stiltegebieden mogen gebiedsgebonden activiteiten plaatsvinden, maar je gaat er geen nieuwe luide industrie toestaan die daar niet per se hoeft te zitten. Zo moet je meer gebieden met een doel aanwijzen. Je kunt bepaalde stadswijken optimaliseren op rust en andere, zoals stadscentra, op levendigheid. Mensen kunnen dan een duidelijke keuze maken voor een bepaalde geluidsomgeving. En daar kun je dan ook op handhaven.’

Zo zouden ook industrieterreinen moeten worden ingericht waar pragmatischer met geluidsgrenzen wordt omgegaan. Sturen op overlast in plaats van geluidsgrenzen dus. ‘Dat betekent niet dat je in bepaalde gebieden alles maar moet toestaan, maar als je in een gebied vrij gemakkelijk geluidswerende middelen kunt toepassen en er weinig mensen wonen, kun je daar misschien meer herrie toestaan dan nu het geval is. In dergelijke gebieden kun je dus toestaan dat belangrijke economische activiteiten die herrie maken, makkelijker uitgevoerd kunnen worden. Dat kan nog steeds met bepaalde met randvoorwaarden, zoals ’s nachts niet, omdat er dan minder maskerend geluid is uit de omgeving. Je kunt met de omstandigheden spelen om de situatie acceptabel te maken voor veel meer mensen dan nu mogelijk is.’

Deze benadering biedt belangrijke voordelen voor de economie. Andringa: ‘Een ander type optimaliseren van de samenleving biedt mensen meer mogelijkheden om datgene te kiezen wat ze fijn vinden. Dat betekent dat iedereen zijn gemoed en gezondheid beter kan reguleren en dat levert uiteindelijk grote voordelen voor de zorg op. Ik weet niet wat die miljoen gezonde levensjaren kosten die in West-Europa verloren gaan, maar als dat per levensjaar 10.000 euro is, dan hebben we het jaarlijks over 10 miljard.’

Bron: Staatscourant

home...