|
Staatsecretaris over spoortrillingen: "waken voor hoge verwachtingen" Ministerie I&M, 18 januari 2011 In een brief aan de Tweede Kamer gaat de staatssecretaris van I&M, Joop Atsma in aan het vervolg die het kabinet geeft aan de motie van de leden Neppérus en Jansen (32123A, nr 124). In deze motie wordt de regering verzocht wettelijke normen te stellen voor trillingen door treinverkeer. De overweging bij de motie was dat met intensiever gebruik van het spoor er klachten zijn over geluid en trillingen langs het spoor. Daarnaast is op 9 november 2010 de motie van de leden Aptroot en Dijksma (32404, nr. 17) aanvaard waarin gevraagd wordt voor 1 maart 2011 voorstellen te doen omtrent normen en handhavingsinstrumentarium voor geluid en trillingen langs spoor. Wetswijziging In de brief geeft de staatssecretaris aan hoe hij uitvoering geeft aan de moties van de Kamer met betrekking tot trillingshinder. Hij is het met de strekking van de moties eens: het is een goede zaak dat er duidelijk beleid is en/of duidelijke normen zijn voor geluid- en trillinghinder. Om dit mogelijk te maken zal hij als eerste stap op korte termijn een wijziging van de Wet geluidhinder doorvoeren waarmee de wettelijke basis voor het stellen van normen voor trillingen van spoorwegen wordt geschapen. Hij brengt dit onder in het wetsvoorstel voor de invoeringswet SWUNG (geluidproductieplafonds), dat binnen enkele weken naar de Kamer gaat. Normen onderbouwen kost tijd Voor het daadwerkelijk vaststellen van goed onderbouwde normen is meer tijd nodig. Dit traject is inmiddels in gang gezet. Naar verwachting zal de uitvoering van deonderzoeken minimaal een jaar vergen. Op basis van de onderzoeksresultaten zal de staatssecretaris met een voorstel komen voor de toekomstige normstelling voor trillingen langs het spoor. Hierin zal hij neerleggen hoe hij tot normstelling wil komen. Over de voortgang van de voorbereiding van normstelling voor trillingen zal hij de Kamer voor het zomerreces van 2011 nader berichten. Verdere uitwerking van normstelling Bij trillingen bestaat een onderscheid tussen nieuwe en bestaande situaties.
Onderzoek Voor een inhoudelijk verantwoorde keuze van de normen is onderzoek nodig op in ieder geval de volgende aspecten:
Hoge verwachtingen? Ten aanzien van mogelijk te treffen maatregelen wil de staatssecretaris waken voor hoge verwachtingen. Er is in de afgelopen jaren voor specifieke situaties technisch onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van het treffen van maatregelen om trillingsschade en trillingshinder zoveel als mogelijk te beperken. ProRail participeert in deze onderzoeken en denkt mee met organisaties als het “Centrum Ondergronds Bouwen” (COB) en het “Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving” (CUR). Het Rijk is betrokken bij deze onderzoeken en heeft in aanvulling daarop zelf onderzoek geïnitieerd bij het RIVM. Het RIVM-onderzoek brengt in de praktijk optredende trillingsniveaus in beeld, waar nu slechts sporadisch iets over bekend is. Uit de thans reeds beschikbare gegevens blijkt overigens dat er bij de huidige stand van de techniek slechts beperkte technische maatregelen ontwikkeld en beschikbaar zijn om trillingen terug te brengen naar een niveau met minder of zonder trillingshinder. Dit geldt met name in bestaande situaties. In nieuwbouwsituaties zijn de mogelijkheden groter. Daarnaast geldt dat de beperkte beschikbare maatregelen vooralsnog zeer kostbaar zijn (zowel qua investeringen als qua onderhoud), zonder dat het daarmee beoogde effect gegarandeerd wordt bereikt. Bron: Ministerie I&M |