|
Akoestische eisen voor ecoducten Royal Haskoning, via Cobouw, 25 februari 2011
Vier zijn in de afrondende fase van realisatie en nog een tiental wordt voorbereid. Deze ecoducten kenmerken zich in de vorm van een kunstwerk gelegen over de weg in maaiveld of verdiepte vorm. De rand wordt vaak door een scherm of grondwal gevormd. Afhankelijk van het wild dat het ecoduct moet passeren wordt gekozen voor een smal kunstwerk (zeg 15 meter voor klein wild) of een breed kunstwerk (zeg 50 meter ook voor herten). Foto: Ecoduct Boerskotten in de
provincie Overijssel akoestische eis Voorafgaande aan het aanbesteden van de werkzaamheden is naast andere ontwerpeisen nagedacht over een eventuele akoestische eis op het ecoduct om het wild zo ongestoord mogelijk te laten oversteken. Omdat er weinig bekend is over het gebruik van het ecoduct door het wild in relatie met het geluid in de omgeving van het ecoduct, is er door Rijkswaterstaat een kennisdocument opgesteld met een verzameling van alle bekende feiten en gegevens. Hoe kan dat beter dan gewoon de bestaande ecoducten in ogenschouw te nemen. Als ze gebruikt worden werkt de vormgeving en de verschijningsvorm blijkbaar. Het onderzoek had geen doelstelling om een dosis-effectrelatie af te leiden. Hinderbeleving Het wild ervaart het ecoduct blijkbaar op een dusdanige manier, dat het in de praktijk gewoon gebruikt wordt. De redenen voor het gebruik variëren van voortplanting, voedselbehoefte en overpopulatie in bepaalde gebieden. Of bij dieren – gelijk aan de mens – hinderbeleving een rol vormt is onbekend en mogen daarom ook geen onderdeel uitmaken van een inrichtingseis voor het ecoduct. Het bleek dat het mogelijk was om met behulp van een rekenmodel betrouwbare voorspellingen te doen over de optredende geluidbelasting op en rondom het ecoduct. Daarom is het mogelijk door middel van eisen een minimale akoestische kwaliteit op te leggen aan de aannemers die sommige ecoducten bouwen. De vorm van deze eis is als volgt afgeleid. Ten aanzien van het geluidniveau waren er eerst overwegingen dat op het ecoduct het laagste niveau zou moeten heersen. Maar dit zou betekenen dat het wild dat zich vanuit de omgeving naar het ecoduct toe begeeft een aflopend geluidniveau ondervindt tot het midden van het ecoduct. En vanaf het midden van het ecoduct zou juist weer een oplopend geluidniveau naar de omgeving toe heersen. Dit leek dus geen goed uitgangspunt. Een tweede veronderstelling ging uit van het standpunt dat – vanuit de menselijke optiek beredeneerd – het ecoduct geen barrière mag vormen bij bewegingen van het wild. Met andere woorden de geluidbelasting op het ecoduct en de directe omgeving moet eigenlijk niet verschillen ten opzichte van de omgeving, zonder dat het ecoduct aanwezig zou zijn bij parallelle bewegingen aan de weg. Dus er mag in de directe nabijheid van het ecoduct geen toename maar ook geen afname van het ondervonden geluidniveau zijn. Eis: "geen geluidsvariatie" Als eis zou zich dat vertalen naar: over de lengte van de oversteek van de rijksweg via het ecoduct mag de geluidbelasting niet meer dan 2 decibel variëren. Dit betekent dat het verschil tussen het hoogste en laagste geluidniveau op het ecoduct niet meer dan 2 decibel van elkaar mag verschillen.
Uitwaaieren Op de bestaande ecoducten is meestal een scherm dan wel aarden wal van circa twee meter aanwezig. Deze aarden wal of scherm zorgt voor een geluidbelasting die onafhankelijk van de weg circa 50 tot 55 decibel bedraagt . Het feit of de weg op maaiveld ligt of in een verdieping maakt eigenlijk niet zo veel uit voor het geluidniveau op het ecoduct. Om er voor te zorgen dat ook naar de omgeving toe het geluid niet toe- of afneemt moet de afscherming op het ecoduct worden doorgetrokken naar de omgeving toe. Dit gebeurt dan ook aan de hand van aarden wallen die uitwaaieren naar de omgeving toe. In totaal wordt getracht met de inrichting van het ecoduct zoveel mogelijk een natuurgetrouwe omgeving te creëren, waarbij het ecoduct geen barrière mag vormen. Uit metingen van het aantal passages van het wild op de bestaande ecoducten blijkt dat deze aanpak werkt: het wild maakt er gebruik van. Of het gebruik zou toenemen door een andere inrichting is onbekend en moet nader onderzocht worden. Bronnen: Cobouw, royalhaskoning |