|
Kabinet wil naar uniforme regels voor geluid windmolens Ministerie van VROM, 19 april 2010 Dit jaar komen er nieuwe en uniforme regels voor de maximale geluidsbelasting die windmolens mogen produceren. De nieuwe regels sluiten aan bij Europese standaarden en bevatten nog maar één norm waaraan windparken moeten voldoen. De nieuwe helderheid maakt de besluitvorming op locaal niveau eenvoudiger. Dat is van groot belang voor het streven van het kabinet Balkenende IV om de capaciteit van windenergie op land de komende jaren te verdubbelen. Vergunningverlening Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor het verlenen van de vergunningen voor windmolens. De huidige regelgeving over de normen voor geluid en veiligheid zorgen voor onduidelijkheid. Er geldt een ander regime voor grote en kleine windparken en de geluidproductie van zeer grote windturbines werd in bepaalde gevallen niet goed berekend. Aan die onduidelijkheid komt nu een einde. Er komt een eenduidige norm voor de toegestane geluidbelasting, de zogenaamde Lden-norm. Dit is een norm voor het jaargemiddelde van de geluidniveaus gedurende de dag, avond en nachtperioden. In aanvulling hierop komt er een norm voor de nachtperiode (Lnight), die zich specifiek richt op bescherming tegen slaapverstoring. Deze normen zorgen voor de noodzakelijke uniformiteit en eenduidigheid. De Tweede Kamer heeft in december 2009 met het voorstel ingestemd. Circulaire De formele inwerkingtreding van de nieuwe regels op basis van het Activiteitenbesluit, zal plaatsvinden in het najaar van 2010. Vooruitlopend hierop heeft minister Huizinga op 8 april 2010 een circulaire aangeboden aan de gemeenten en provincies welke in essentie de nieuwe regels bevat voor de beoordeling van geluid van windmolens. Om hiermee te werken is een nieuw Reken en Meetvoorschrift nodig. De nieuwe beoordelingswijze houdt in dat de geluidsbelasting veroorzaakt door een windturbine wordt berekend door middel van een nieuwe reken- en meetmethode die afwijkt van de methode uit de Handleiding meten en rekenen en industrielawaai en die beter rekening houdt met de windsnelheid in de nacht op grote hoogten (80 tot 200 meter). De minister adviseert in de circulaire bij de vergunningverlening een maximale grenswaarde van 47 dB Lden en 41 dB Lnight aan te houden op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. Rekentool lokale windtoestand Verder zijn de door het KNMI vastgestelde langjarige verdelingen van windsnelheden op grotere hoogte nodig voor een correcte berekening. Bij het nieuwe beoordelingssysteem voor windturbines, waarbij wordt uitgegaan van de dosismaten Lden en Lnight, dient de geluidsemissieterm te worden gebaseerd op de lokale windtoestand op ashoogte van de windturbines. De hiervoor benodigde windverdelingen zijn door het KNMI samengesteld uit meerjarige statistische gegevens. De windverdelingen zijn beschikbaar in tabellen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de dag- (07-19 uur), avond- (19-23 uur) en nachtperiode (23-07 uur). De informatie heeft de vorm van distributieve frequentieverdelingen, waarbij per klasse wordt aangegeven hoe groot de waarschijnlijkheid van die klasse in de betreffende beoordelingsperiode is. De getalswaarden zijn gegeven in procenten, afgerond op 1 decimaal. De windverdelingen zijn opgedeeld in 25 klassen. De middenwaarden van de klassen komen overeen met gehele waarden van de windsnelheid. Door het KNMI geleverde data is gegeven in tabellen op vaste punten met een roosterafstand van 0,2 graden op de hoogtes 80, 90, 100, 110 en 120 meter boven het maaiveld. De tussenliggende waarden kunnen worden verkregen door trilineaire interpolatie. Met behulp van dit rekengereedschap kunnen de benodigde gegevens voor iedere locatie automatisch worden berekend, mits de ingevoerde hoogte binnen het gegevensbereik van de gegevenstabellen ligt. Het rekengereedschap is ontwikkeld door M+P – Raadgevende ingenieurs in opdracht van Agentschap NL. De coördinaten in het horizontale vlak (Lat, Lon in decimale graden NB en OL) zijn gedefinieerd volgens het WGS 84 stelsel. De hoogte (z in meters) is relatief ten opzichte van de gemiddelde maaiveldhoogte. Indien de voet van de turbinemast uitsteekt boven het omringende terrein, dient dit te worden verdisconteerd in de ashoogte z. Indien de invoergegevens binnen het bereik van de tabellen ligt, wordt een scherm geopend met de geïnterpoleerde waarden voor de dag-, avond- en nachtperiode. De waarden kunnen door de gebruiker worden geselecteerd, gekopieerd en in de gewenste applicatie (bijvoorbeeld Excel) worden geplakt. Bronnen: Website VROM, rekentool, circulaire |