zaaknummer 200808662/1/M2
datum van
uitspraak woensdag 23 december 2009
tegen
de minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
proceduresoort Eerste aanleg - enkelvoudig
rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang /
Dwangsom
200808662/1/M2. Datum uitspraak: 23 december 2009
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer, verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 10 juli 2007 heeft de minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
(hierna: de minister) een last onder dwangsom opgelegd aan
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ProRail B.V. (hierna: ProRail) wegens overtreding van
artikel 4.7, eerste lid, van het Besluit geluidhinder.
Bij besluit van 17 oktober 2008 heeft de minister het
door ProRail hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de
Raad van State ingekomen op 27 november 2008, beroep
ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu
en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht
uitgebracht. [appellant] heeft zijn zienswijze daarop naar
voren gebracht.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling
verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15
december 2009. Partijen zijn niet ter zitting verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Op grond van artikel 4.7, eerste lid, van het
Besluit geluidhinder wordt tot wijziging van een spoorweg
met betrekking waartoe een melding moet worden gedaan als
bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, niet overgegaan dan
nadat de minister met betrekking tot de in die bepaling
bedoelde woningen, andere geluidgevoelige gebouwen of
geluidgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg
uitvoering heeft gegeven aan artikel 4.23, tweede en derde
lid.
Op grond van artikel 4.23, tweede, van het Besluit
geluidhinder stelt de minister naar aanleiding van een aan
hem voorgelegd saneringsprogramma ten hoogste toelaatbare
waarde van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de
gevel van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen,
onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige
terreinen vast waarop het saneringsprogramma betrekking
heeft. Op grond van het derde lid stelt de minister
maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de
geluidbelasting.
2.2. Bij het bestreden besluit heeft de minister op grond
van artikel 4.7 van het Besluit geluidhinder aan ProRail een
last onder dwangsom opgelegd wegens het wijzigen van de
spoorweg Groningen-Leeuwarden zonder de hiervoor beschreven
procedure te doorlopen.
2.3. [appellant] voert aan dat de termijn gedurende welke
de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom
wordt verbeurd (hierna: de begunstigingstermijn) te lang is.
2.3.1. Bij het bestreden besluit is een
begunstigingstermijn gesteld van 30 weken. De minister stelt
dat deze termijn is gerelateerd aan de tijd die benodigd zal
zijn om een akoestisch rapport en een saneringsprogramma op
te stellen, alsmede om een besluit tot vaststelling van ten
hoogste toelaatbare waarden van de geluidbelasting met
bijbehorende maatregelen te nemen. Daarbij neemt de minister
in aanmerking dat een besluit als bedoeld in artikel 4.23,
tweede en derde lid, van het Besluit geluidhinder ongeveer 6
weken in beslag zal nemen. ProRail heeft derhalve 24 weken
om een saneringsprogramma op te stellen, aldus de minister.
2.3.2. De Afdeling acht, in aanmerking genomen het in het
deskundigenbericht ingenomen standpunt dat de gestelde
begunstigingstermijn redelijk is gezien de vereiste inbreng
van deskundigen en de te doorlopen procedures, de door de
minister gestelde begunstigingstermijn niet onredelijk.
Gelet hierop heeft het college in redelijkheid een
begunstigingstermijn van 30 weken kunnen stellen. De
beroepsgrond faalt.
2.4. Het beroep is ongegrond.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen
aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, lid van de
enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J.
Kalter, ambtenaar van Staat.
w.g. Boll w.g. Kalter lid van de enkelvoudige kamer
ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009
492. |