|
Crisis- en herstelwet Redactie, 18 oktober 2009 Op 15 september is het wetsvoorstel "regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten" (Crisis- en herstelwet) aan de Tweede Kamer aangeboden. De kern van de voorgestelde Crisis- en herstelwet is volgens de 105 pagina's tellende toelichting ervan dat met snelle en zorgvuldige procedures doelgericht wordt gewerkt aan werkgelegenheid en duurzaamheid.
De toelichting stelt verder: "Door met de stofkam door alle projecten en wet- en regelgeving te gaan is een serie wenselijke wetswijzigingen naar voren gekomen". De voorgestelde Crisis- en herstelwet omvat twee categorieën maatregelen:
Rechterlijke toetsing Voor "geluid" lijkt het volgende van belang: Artikel 1.9 van het wetsvoorstel luidt: "De administratieve rechter laat toetsing van het bestreden besluit aan een geschreven of ongeschreven rechtsregel achterwege, indien de rechtsregel niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich beroept op schending van die rechtsregel". Volgens de toelichting verplicht dit artikel de bestuursrechter tot toepassing van de relativiteitsregel. Het bestuursrecht kent thans nog geen relativiteitsregel. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de bewoners van een villawijk die zich verzetten tegen een besluit tot vestiging van een woonwagenkamp in de directe omgeving van deze wijk, met het argument dat de woonwagenbewoners teveel geluidsoverlast ondervinden van een nabijgelegen zwembad of spoorlijn (ABRvS 19 maart 2003, AB 2003, 191, m.nt. deG). Ontwikkelingsgebieden en gedoogplicht voor geluidmaatregelen Artikel 2.3 handelt over "ontwikkelingsgebieden". Voor zo een gebied stelt de gemeenteraad een gebiedsontwikkelingsplan vast. Het plan is gericht op een optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op het versterken van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het totstandbrengen van een goede milieukwaliteit. Als het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met dit gebiedsontwikkelingsplan, wordt voor de desbetreffende onderdelen aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn het bestemmingsplan of de beheersverordening hiermee in overeenstemming wordt gebracht. Dat kunnen geluidsmaatregelen zijn. Een gebiedsontwikkelingsplan bevat daarbij onder andere de voorgenomen maatregelen ten behoeve van een goede milieukwaliteit, een raming van de kosten, een beschrijving van de wijze waarop daarin zal worden voorzien, en een beschrijving van de wijze waarop het bereiken van de met het plan beoogde resultaten zal worden nagestreefd. Het kan voorkomen dat onderhandelingen met particuliere eigenaren over bijvoorbeeld geluidmaatregelen niet het beoogde resultaat opleveren. Het ligt niet direct voor de hand om voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan een gebouw over te gaan tot onteigening. In zo’n situatie moet het mogelijk zijn dat de overheid de voorzieningen aanbrengt en de eigenaar en gebruikers dat moeten gedogen. Het wetsvoorstel voorziet daarom in een gedoogplicht. Voor deze gedoogplicht is aangeknoopt bij de regeling in de Belemmeringenwet Privaatrecht. Die wet voorziet in een adequate regeling van de vergoeding van mogelijke schade voor de gedoogplichtige. Voor schade tengevolge van de inperking van een milieuvergunning voorziet artikel 15.20 van de Wm in een regeling voor de vergunninghouder. Mocht er schade optreden tengevolge van een benodigde herziening van het bestemmingsplan of een ontheffing daarvan dan is de planschaderegeling in de Wro daarop van toepassing. Industrieterreinen Het wetsvoorstel bevat ook bepalingen gericht op de geluidsproblematiek rond industrieterreinen. Daarvoor wordt ook de Wet geluidhinder op diverse plaatsen gewijzigd. De redactie roept deskundige lezers van Geluidnieuws op om een inhoudelijke bijdrage te leveren met een uitleg van de inhoud van de wetswiziging. Zie hiervoor de kamerstukken op de website van de Tweede Kamer dossier nr. 32172. Stuur uw bijdrage via een e-mail aan de redactie. Bron: Website Tweede Kamer |