Van Geel voorstander van geluidseisen in lokale verordening

Ministerie van VROM, 2 oktober 2006

Tijdens het algemeen overleg in de Tweede Kamer over het Activiteitenbesluit (Besluit houdende algemene regels voor inrichtingen  - Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) zijn van de zijde van de aanwezige fracties twijfels geuit over de in het ontwerp Activiteitenbesluit opgenomen mogelijkheid voor gemeenten om door middel van een plaatselijke verordening andere, dan de in het Activiteitenbesluit opgenomen, geluidsnormen vast te stellen. Dit zou, zo werd tijdens het debat gesteld, kunnen leiden tot rechtsongelijkheid en willekeur waarbij ondernemers in de ene gemeente kunnen worden geconfronteerd met andere eisen dan ondernemers in een andere gemeente.

In het onderstaande geeft staatssecretaris van Geel van Milieu zijn mening hierover.

Vanuit het uitgangspunt decentraal wat kan en centraal wat moet, hecht van Geel er aan dat gemeenten de mogelijkheid hebben om voor die aspecten die bij uitstek het locale leefmilieu betreffen, een adequaat instrumentarium te bieden om gebiedsgericht milieubeleid te voeren. Veel gemeenten en de VNG hebben deze wens ook in hun zienswijzen naar voren gebracht.

Lokale verordening

Om die reden heeft de staatssecretaris in het Activiteitenbesluit de mogelijkheid geïntroduceerd dat gemeenten door middel van een verordening geluidseisen kunnen stellen die afwijken van de in het Activiteitenbesluit opgenomen standaardeisen. Dit instrument is ontwikkeld om met een minimum aan administratieve en bestuurlijke lasten de gewenste eisen (soepeler en strenger) te kunnen stellen, passend bij de lokale omstandigheden. De Interimwet Wet stad en Milieu benadering is opgezet om bouwen op milieubelaste locaties mogelijk te maken met inachtneming van een goede leefkwaliteit. Naast integrale aanpak, bronbeleid en creatieve oplossingen binnen de regels (cq. de ontheffingsmogelijkheden die bestaan binnen de wet) is er de mogelijkheid om de wettelijke normen te overschrijden met zogenaamde stap 3. Deze stap 3 kan worden gezet via een open plan proces en een uitgebreide goedkeuringsprocedure. De systematiek van het Activiteitenbesluit kent de instrumenten maatwerkvoorschrift en verordening waarmee de algemene norm aan de lokale situatie kan worden aangepast. Door deze mogelijkheden zou het bevoegd gezag dus nooit aan een stap 3 hoeven toe te komen.

De gemeentelijke verordening heeft als voordeel dat voor de activiteiten in een bepaald gebied in één procedure kunnen worden gesteld. In het Besluit landbouw is dit instrument reeds opgenomen. Gezien de hiervoor beschreven inbreng in het debat met de Tweede Kamer zal van Geel in overleg treden met de gemeenten om te bezien in welke situaties de verordening nodig is. Zijn inzet hierbij zal zijn dat de verordening slechts beperkt, alleen waar echt nodig, zal worden toegepast; de normen in het besluit moeten voor het overgrote deel van de gevallen toereikend zijn.

Onderzoeksverplichting Geluid

Het ontwerp Activiteitenbesluit kent, uitzonderingen daargelaten, de verplichting een akoestisch onderzoek uit te voeren voor bedrijven die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Indien niet door een onderzoek wordt vastgesteld wat de feitelijke geluidsproductie van een bedrijf is, wordt de bijdrage van het bedrijf aan de geluidsruimte die er is voor het betreffende gezoneerde industrieterrein berekend op basis van de geluidsproductie bij het volledig opvullen van de geluidsnorm in het Activiteitenbesluit.

Omdat de feitelijke geluidsproductie meestal veel lager ligt dan de maximaal toegelaten productie wordt hiermee een belangrijk deel van de geluidsruimte onbenut gelaten. Dit beperkt de mogelijkheden voor andere bedrijven om zich te vestigen onnodig.

Omdat niet op alle gezoneerde industrie de geluidsruimte een probleem is, ben ik bereid de systematiek ten aanzien van deze onderzoeksverplichting te wijzigen. De staatssecretaris zal daarom deze onderzoeksverplichting schrappen. Wel zal het bevoegd gezag de mogelijkheid worden geboden om, indien daarvoor goede redenen aanwezig zijn, een bedrijf, bij oprichting of wijziging van een inrichting, te verplichten een onderzoek uit te voeren. Hierbij neemt van Geel in overweging dat een akoestisch onderzoek niet door de gemeente zelf kan worden uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek waarover hier gesproken wordt betreft niet een meting, maar een berekening van de geluidsproductie. Deze berekening vindt op basis van informatie over de activiteiten, productiemiddelen, werkwijze en geluidsreducerende maatregelen van het bedrijf. Informatie die alleen bij het bedrijf aanwezig is. Met de resultaten van het onderzoek kan de gemeente op goede wijze de beschikbare ruimte beheren, onder meer om de effecten voor de omwonenden te kunnen bepalen. Met deze aanpassing van het ontwerp Activiteitenbesluit wordt het aantal onderzoeksverplichtingen beperkt, maar wordt tegelijkertijd voorkomen dat andere bedrijven op een gezoneerd industrieterrein onnodig in hun mogelijkheden tot uitbreiding worden beperkt.

Bron: Tweede Kamer, via Parlando

home...