|
Vlaamse regering stelt maximaal geluidsniveau muziekactiviteiten vast
Vlaamse overheid, 23 december 2011 Op voorstel van Vlaams
minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege keurde
de Vlaamse Regering op 23 december 2011 de reglementering van het
maximaal geluidsniveau op muziekactiviteiten voor de tweede maal
principieel goed, met enkele wijzigingen ten opzichte van de
vorige versie.
Minister Schauvliege: “We behouden de drie categorieën en de
maximale geluidsnormen, en hebben op basis van adviezen en
overlegmomenten aan het Besluit van 15 juli 2011 een beperkt
aantal wijzigingen aangebracht. Het evenwicht tussen voldoende
muziekbeleving en het beperken van gehoorschade blijft behouden.
Bovendien voeren we een sterke administratieve vereenvoudiging
door voor cafés, jeugdhuizen, muziekclubs, enz.”
Na de eerste principiële goedkeuring van 15 juli 2011 werd een
officieel advies gevraagd aan SERV (Sociaal-Economische Raad
Vlaanderen), Minaraad (Milieu- en Natuurraad), SARC (Strategische
Adviesraad Cultuur, Jeugd, Sport, Media), de Vlaamse Jeugdraad en
SAR WGG (Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin). De
Gezinsbond, Ho.Re.Ca Vlaanderen en Formaat brachten spontaan
advies uit en er werd een impactanalyse gemaakt van de nieuwe
reglementering voor de jeugdsector.
De drie categorieën en de maximale geluidsniveaus blijven
behouden (cf. de samenvatting in het kader hinderonder). Uit de metingen in vijf
jeugdhuizen is gebleken dat 100 dB(A)LAeq,60min in de meeste
jeugdhuizen nu al haalbaar is. Waar zich een probleem stelt, kan
een plexiglasscherm rond het drumtoestel 5 dB(A) dempen. Het huren
van een plexiglasscherm bij de micro’s, versterkers, boxen,
mengtafel, is een financieel haalbare kaart. Ook de
geluidstechnicus aan de mengtafel kan het geluidsniveau in een
jeugdhuis met 1 à 3 dB(A) verlagen. Dit is een kosteloze sturing.
|
Samenvatting goedgekeurde
reglementering |
| Categorie 1. |
Maximaal geluidsniveau < 85
dB(A) LAeq,15min
- geen verplichte metingen;
- handhaven elektronisch versterkte muziek: er mag
getoetst worden aan 92 dB(A) LAmax,slow.
|
| Categorie 2. |
Maximaal geluidsniveau > 85dB(A)
LAeq,15min en < 95 dB(A) LAeq,15min
- het maximaal geluidsniveau is groter dan 85dB(A)
LAeq,15min en kleiner of gelijk aan 95 dB(A) LAeq,15min en
er wordt gemeten ter hoogte van de mengtafel of een andere
representatieve meetplaats;
- het geluidsniveau wordt verplicht gedurende de
volledige activiteit (elektronisch versterkte muziek +
achtergrondgeluid in de inrichting) gemeten;
- het gebruik van een begrenzer (limiter) die zo
afgesteld is dat de norm gerespecteerd wordt, is
toegelaten;
- handhaven en meten: er mag getoetst worden aan 102
dB(A) LAmax,slow;
- duidelijke visuele indicatie van het geluidsniveau
minstens zichtbaar voor de verantwoordelijke voor het
geluidsniveau.
|
| Categorie 3. |
Maximaal geluidsniveau > 95dB(A)
LAeq,15min en < 100 dB(A) LAeq,60min
- het maximaal geluidsniveau is hoger dan in de andere
categorieën en kleiner of gelijk aan 100 dB(A) LAeq,60min
en wordt gemeten ter hoogte van de mengtafel of een andere
representatieve meetplaats;
- het geluidsniveau wordt gedurende de volledige
activiteit (elektronisch versterkte muziek +
achtergrondgeluid in de inrichting) gemeten en
geregistreerd;
- het gebruik van een begrenzer (limiter) die zo
afgesteld is dat de norm gerespecteerd wordt, is
toegelaten;
- duidelijke visuele indicatie van het geluidsniveau
minstens zichtbaar voor de verantwoordelijke voor het
geluidsniveau;
- handhaven en meten: er mag getoetst worden aan 102
dB(A) LAeq15min;
- verplicht gratis ter beschikking stellen van oordopjes
voor het publiek;
- aanvulling huidige VLAREM-voorschriften met betrekking
tot een akoestisch onderzoek en opmaak van een geluidsplan
voor inrichtingen met een vaste permanente
geluidsinstallatie.
|
Met deze tweede principiële goedkeuring wordt het aantal
milieuvergunningsplichtige inrichtingen beperkt. Op basis van het
advies en het overleg zijn nog deze wijzigingen aangebracht:
- Beperken milieuvergunningsplichtige inrichtingen.
Voor niet-ingedeelde inrichtingen kleiner dan 100m² kan op dit
moment geen milieuvergunning klasse 2 aangevraagd worden en kan
ook geen melding klasse 3 gedaan worden bij het College van
Burgemeester en Schepenen (CBS). Deze inrichtingen moeten nu
voldoen aan het KB van ’77 met als maximaal geluidsniveau in de
inrichting 90 dB(A) LAmax,slow. Zij mogen dit niveau enkel
overschrijden indien zij telkens een toelating aanvragen en
verkrijgen van het CBS. Het overschrijden van de 90
dB(A)LAmax,slow zonder toelating leidt momenteel tot
veroordelingen en zelfs gevangenisstraffen. Deze inrichtingen
krijgen nu de mogelijkheid om een eenmalige melding aan het CBS
te doen. Het maximale geluidsniveau is dan ≤95 dB(A) LAeq,15min.
Het CBS kan 12x/jaar toelating geven voor een muziekactiviteit
tot 100 dB(A) LAeq,60min. Bovendien kan het CBS toelating
verlenen om de 95dB(A) LAeq,15min te overschrijden als de
duurtijd van de activiteit beperkt is tot drie uur tussen 12u en
middernacht. Voorbeelden: (dans)café, jeugdhuis, muziekclub
kleiner dan 100 m². Voor ingedeelde inrichtingen groter dan 100 m² is op dit moment
een milieuvergunning vereist zodra men meer dan 12 keer per jaar
een dansactiviteit organiseert. Ook deze inrichtingen krijgen nu
de mogelijkheid om een eenmalige melding aan het CBS te doen. Het
maximale geluidsniveau is dan ≤95 dB(A) LAeq,15min. Het CBS kan
12x/jaar toelating geven voor een muziekactiviteit tot 100 dB(A)
LAeq,60min. Bovendien kan het CBS toelating verlenen om de 95dB(A)
LAeq,15min te overschrijden als de duurtijd van de activiteit
beperkt is tot drie uur tussen 12u en middernacht. Voorbeelden:
fuifzaal, jeugdhuis, muziekclub groter dan 100 m² Vlaams minister Schauvliege: “Deze wijziging in VLAREM beperkt
het aantal milieuvergunningsplichtige inrichtingen. Bovendien
hebben we gekozen voor criteria die echt relevant zijn voor
gehoorschade en hinder, met name het geluidsniveau veroorzaakt
door muziekactiviteiten. Door het schrappen van de activiteit van
het dansen en de oppervlakte van een inrichting vermijden we in de
toekomst discussies voor de rechtbank.”
- Handhaving in categorie 3 De norm van 100dB(A)LAeq,60min
blijft behouden, maar er werd toegevoegd dat indien het
geluidsniveau kleiner of gelijk is aan 102dB(A)LAeq,15min het
geluidsniveau geacht wordt in overeenstemming te zijn met de
100dB(A)LAeq,60min. De 102dB(A)LAeq,15min is dan een trigger voor
de handhaver om te kijken naar de LAeq,60min. Dit maakt het zowel
voor de handhavers als voor de geluidstechnici eenvoudiger om de
norm van 100dB(A)LAeq,60min te handhaven / na te leven. Op
initiatief en op kosten van de exploitant moet LAeq, 60min continu
gemeten en geregistreerd worden. In categorie 1 en 2 was in het
Besluit van 15 juli 2011 al een toetsing voor de handhaving
opgenomen, maar nog niet voor categorie 3. Handhaven categorie 1
(≤ 85 dB(A) LAeq,15min) : er mag getoetst worden aan 92 dB(A)
LAmax,slow Handhaven categorie 2 (≤95 dB(A) LAeq,15min) : er mag
getoetst worden aan 102 dB(A) LAmax,slow Handhaven categorie 3
(≤100 dB(A) LAeq,60min): er mag getoetst worden aan 102dB(A)
LAeq,15min
- Geluidsplan. De verplichting tot het opmaken van een
geluidsplan wordt beperkt tot de milieuvergunningsplichtige
inrichtingen met een permanente geluidsinstallatie (maakt deel uit
van akoestisch onderzoek).
- Jaarlijkse controle van meetinstrumenten. De verplichting
voor het jaarlijks kalibreren en controleren van meetinstrumenten
valt weg. Dat is een administratieve en financiële last minder
voor de organisatoren.
Vervolgtraject
Het Besluit van 23 december 2011 wordt nu voorgelegd aan de
Raad van State. Een definitieve goedkeuring van de reglementering
wordt verwacht ten vroegste in februari. Pas na publicatie in het
Belgisch Staatsblad zal de regelgeving in voege treden. Zoals
bekend, is 2012 een overgangsjaar waarin de normen als richtwaarde
gelden. Vanaf 1 januari 2013 zijn de normen bindend en
afdwingbaar. Minister Schauvliege: “Dit geeft iedereen de tijd om
het meten en/of registreren van het geluidsniveau onder de knie te
krijgen, na te gaan hoe en waar meetapparatuur kan gehuurd worden,
de maximale geluidsniveaus te respecteren en zich in orde te
stellen met de meldingsplicht of indien nodig vergunningsplicht.”
Flankerend beleid, informatie en sensibilisering
In overleg met de betrokken sectoren wordt het flankerend
beleid verder op punt gesteld (ondersteuning lokale besturen,
totaal gehoorschadebeleid met o.a. het aankaarten van de
terugbetaling van op maat gemaakte oordoppen op de
interministeriële conferentie Volksgezondheid, aandacht van
architecten voor binnenakoestiek, enz.). Het departement LNE en
het Muziekcentrum Vlaanderen organiseren op vraag van minister
Schauvliege in maart in elke provincie infosessies over de nieuwe
regelgeving (6 maart in Limburg, 8 maart in Antwerpen, 12 maart in
West-Vlaanderen, 19 maart in Oost-Vlaanderen, 22 maart in
Vlaams-Brabant). Daarnaast zal de administratie een technische
handleiding over de nieuwe regelgeving samenstellen en een
algemene handleiding voor geïnteresseerden. In 2012 lanceert
minister Schauvliege een sensibiliseringscampagne over de gevaren
van alle vormen van geluid.
Bron:
Vlaamse Overheid
home...
|